Erik Dekker: ‘Het juichen na iedere etappe spreekt telkens boekdelen’

Erik Dekker in Villeneuve sur Lot als eerste over de streep. D Foto: ANP/Jasper Juinen

In de rubriek Uit het Plakboek nemen we historische personen, clubs en gebeurtenissen uit de sportwereld onder de loep. Vandaag: de drie ritzeges van Erik Dekker in de Tour de France van 2000.

Het mooiste jaar uit het wielerleven van Erik Dekker begint dramatisch. In maart 2000 smakt de Drent in dienst van de Rabobank-ploeg in de rittenkoers Parijs-Nice hard tegen het asfalt waarbij hij zijn elleboog breekt. Het is die valpartij in de eerste rit van de Koers naar de Zon die bepalend blijkt voor zijn wielercarrière.

Dekker zou die zomer eigenlijk de achtervolging op de baan rijden tijdens de Olympische Spelen in Sydney, maar door de elleboogbreuk wordt daar een streep door gezet. Dekker kan daardoor de Tour de France wel rijden en wint er prompt drie ritten.

Anderhalve arm

,,Ik reed dat jaar voor het eerst en het laatst de Giro’’, herinnert Dekker zich. ,,Ik deed dat met anderhalve arm. Ik was de slechtste renner aan de start, maar het ging steeds beter. Bij het nationaal kampioenschap won ik brons bij de wegwedstrijd en goud bij de tijdrit. Ik ging dus best met wat ambities de Tour in.’’

De Tour van 2000 begint met een lange proloog in het Franse attractiepark Futuroscope. Dekker finisht op 36 seconden van winnaar David Millar als tiende. ,,De dag erna zat ik in de ontsnapping. Ik wilde bonificatieseconden pakken om zo dichter bij het geel te komen. Ik reed weg met Jacky Durand, een specialist in monsterontsnappingen. Maar de andere renners kenden mijn plan en we werden vijftig kilometer voor de meet teruggepakt. Ik kreeg kramp, werd gelost uit het peloton en kwam in een groepje met drie renners die ziek, zwak en misselijk waren. Zij hebben me nog net binnen de tijd over de finish gebracht.’’

Een paar dagen later zit Dekker opnieuw in een ontsnapping, maar wederom zonder succes. In de rit naar Vitré rijdt Dekker met Jens Voigt naar de meet, maar met nog een paar honderd meter tot de finish wordt het tweetal door het aanstormende peloton opgeslokt. De Duitser Marcel Wüst wint vervolgens de sprint.

De achtste etappe, op 8 juli 2000, brengt eindelijk succes. ,,Ik had al gezegd dat ik vanuit het begin zou demarreren, maar ik kwam in een groep met klassementsrenners terecht, dus we kregen geen ruimte. Pas na een uur koers ontstond er een groep die wegbleef. Ik zat in een ontsnapping met onder anderen mijn kamergenoot Jan Boven en met Bart Voskamp, die in mijn woonplaats in het Belgische Meerle mijn buurman was. Op 25 kilometer van de streep was de groep flink uitgedund en demarreerde ik. Het was vroeg, maar ik had de vorm en de benen.’’

Solo over de meet

Dekker komt solo over de meet. ,,Ik keek nog achterom naar de ploegleiderswagen waar Adrie van Houwelingen in zat. Het juichen na iedere etappe spreekt boekdelen. Het vertelt telkens heel goed het verhaal. Bij de eerste zege zie je in het juichen venijnigheid, opluchting en emotie. Die laatste meters naar de streep, daar ging meer door me heen dan in die korte tijd eigenlijk kan.’’

Na de eerste etappezege van Dekker volgt een zware dag. Met de bollentrui om zijn schouders moet de Raborenner al snel lossen.

Drie dagen na de etappezege ontsnapt Dekker weer uit het peloton. In een sprintje voor de bollenpunten bergop, vroeg na de start in Bagnères-de-Bigorre, blijft Dekker weg met de Colombiaan Santiago Botero. ,,Hij reed als een motor’’, weet Dekker nog. ,,Dat vond hij waarschijnlijk ook van mij, maar na tientallen kilometers hadden we nog maar 15 seconden gepakt. Botero zei: we stoppen ermee, maar ik wilde nog heel even door. Gelukkig maar, want ineens kregen we de ruimte.’’

Dekker kent de aankomst in Revel. ,,Er was nog een klimmetje van de vierde categorie. Ik had veel angst voor Botero. Het ging die dag op en af, maar hij reed alles op het buitenblad.’’ Op het steile klimmetje probeert de Buffel uit Medellín, zoals zijn bijnaam luidt, zijn vluchtmakker uit het wiel te rijden. ,,Hij maakte de fout door van kop af te gaan. Ik blufte en ging naast hem rijden. We kwamen even later samen boven en toen was het een kwestie van geen fouten maken.’’

Lachen

Het juichen na de tweede etappezege vertelt opnieuw het verhaal. ,,Het was plezier deze keer. Als je drie dagen na je eerste zege op zo’n manier weer wint, is dat gewoon lachen’’, grinnikt Dekker twintig jaar later.

In de zeventiende etappe, een korte rit naar het Zwitserse Lausanne, wint Dekker voor de derde keer die Tour. ,,Ik had een lange ontsnapping in gedachten, maar kwam niet weg en kwijnde in het peloton weg in zelfmedelijden. In Lausanne kwam alles weer bij elkaar. Daar reden we een plaatselijke ronde. Mario Aerts demarreerde en ik sprong mee. We reden net voor het peloton uit. Bij de boog voor de laatste kilometer nam ik nog over en op 600 meter nog een keer. Met het peloton zo kort achter ons was er geen ruimte om te speculeren. Op 300 meter kwamen we uit de bocht en zette ik mezelf aan de kant. Aerts bleef rijden en ik won de sprint. Het peloton was zo dichtbij dat Aerts zelfs nog zesde werd. In het juichen zat die keer ongeloof. Je ziet me denken: what the fuck ?’’

Van de drie zeges in 2000 bewaart Dekker zijn mooiste herinnering aan de eerste. ,,Iedere zege heeft z’n verhaal, maar zonder die eerste zou er geen tweede zijn en dus ook geen derde.’’

menu