De Mont Aigoual, de berg uit het beroemde boek De Renner van Tim Krabbé. Donderdag finisht hier het Tourpeloton.

De Tour finisht donderdag op de Mont Aigioual, de 'eigen' berg van schrijver Tim Krabbé

De Mont Aigoual, de berg uit het beroemde boek De Renner van Tim Krabbé. Donderdag finisht hier het Tourpeloton. Foto: DPA/Rolf Haid

Met de sportklassieker De Renner bezorgde schrijver Tim Krabbé de Mont Aigoual 42 jaar geleden al eeuwige roem. Donderdag finisht de Tour er. Een gesprek over het beste Nederlandse wielerboek ooit, wielrennen en de Tour de France „Het is al te menselijk om je niet te kunnen beheersen in een sprint.”

Sinds een paar dagen heeft Tim Krabbé (77) een gehoorapparaat dat hij afstelt met zijn telefoon. En dat is op z’n zachtst gezegd een beetje wennen. Voor hij verder praat, zorgt hij eerst dat hij alles kan verstaan.

Krabbé, deze ochtend gestoken in kleurrijke blouse, is op leeftijd, hoort slecht, maar oogt zeer fit. Elke week trapt hij nog zo’n 200 kilometer weg, veelal met zijn clubje de Windjammers.

Als amateur reed Krabbé vanaf 1973 meer dan duizend wedstrijden, met als beroemdste nummer 309: de Ronde van de Mont Aigoual in 1977.

Die Franse eendagswedstrijd groeide een jaar later uit tot de roman De Renner . ,,Ik heb als wielrenner niets betekend. Ik ben schrijver. Ik besta alleen in het wielrennen omdat ik erover schrijf. Net als met schaken. Ik ben er ook veel te laat, op mijn dertigste, mee begonnen. Ik besteedde er veel tijd aan, leefde een beetje als een renner en woonde deels in Frankrijk.”

Klassieker in de sportliteratuur

In zijn woonkamer in Amsterdam, op de 19de verdieping met subliem uitzicht over het IJ, praat Krabbé over wielrennen, de Tour de France en zijn roman in het bijzonder. Een klassieker in de sportliteratuur, het beste Nederlandse wielerboek ooit.

,,De 45ste druk is uit, er zullen er in totaal 200.000 van zijn verkocht of zoiets. Het is vertaald in het Engels, Duits, enkele Scandinavische talen, Italiaans, Spaans. Een stuk of tien of twaalf talen. Alleen niet in het Frans.”

De Renner begint op 26 juni 1977 en beschrijft de 137 kilometer lange Ronde van de Mont Aigoual. Het gaat over Krabbé zelf, de strijd met zijn Franse tegenstanders, zijn gedachten en overpeinzingen en over wielrennen in al zijn facetten.

Als kind werd Krabbé gegrepen door de sport en het liet hem nooit meer los. ,,Het is net als met de liefde. Je ziet ergens een leuk meisje en je weet: ik moet haar hebben. Als het goed zit, blijkt dat het goed zit met alles, ook met wat je nog niet kon zien op dat eerste moment. De liefde ontstaat irrationeel en op een of andere manier houd je dan toch al van het geheel. Ik bleek te houden van alles wat wielrennen was.”

En er is veel wat wielrennen mooi maakt, vertelt Krabbé. Neem de kunst van het klimmen. ,,In een roes en overgeleverd aan je eigen kracht. Het lichte verzet als een pijnstiller. De uitspraak uit het boek ‘Zijn 22 was nog helemaal schoon’ wordt vaak geciteerd. Ik ken het uit een interview met Lucien Van Impe. Een observatie van zijn mecanieker, wat betekende dat hij goed gereden had en die versnelling niet nodig had gehad.”

Of de gekte van een sprint. ,,Vanaf het moment dat je alles moet geven is het razernij. Ik ben in sprints wel erger gesneden dan Fabio Jakobsen bij die val en heb misschien zelf ook weleens wat uitgehaald.''

,,Ik kan me voorstellen dat Dylan Groenewegen zich op dat moment niet kon beheersen, voelde dat hij ingehaald werd en de deur die op een kiertje stond wilde sluiten. Dat is niet beredeneerd, dat gaat in een flits. Het is al te menselijk om je niet te kunnen beheersen in een sprint.”

Wielerbijbel

De Renner is de status van cultboek ver ontstegen, er zijn adepten die het als een soort wielerbijbel zien. Amateurs, recreanten, mensen die nog nooit op een racefiets hebben gezeten en profs herkennen zich erin.

Krabbé: ,,Het is leuk dat ik serieus word genomen door echte wielrenners. Laurens ten Dam heeft een documentaire gemaakt over mij, De Renner en deze etappe in de Tour. Gerrie Knetemann heeft quotes geleend. Hennie Kuiper beweerde dat hij het twaalf keer heeft gelezen. Echt de heel grote jongens, die vinden dat ik geen onzin beweerde. Het is duidelijk dat ik weet waar ik het over heb.”

Is het zijn meesterwerk? ,,Nou nee. Het is een boek dat al 42 jaar leeft en dat is ongelooflijk. Het is een droom voor een schrijver een boek te schrijven dat alsmaar blijft verkopen. Ik heb er twee. Het Gouden Ei zit aan de 57ste druk.''

,,Dat ik nog nooit een prijs heb gekregen, zelfs nog nooit op een longlist heb gestaan met mijn boeken is een heikel punt. Ook een beetje beledigend als je zoveel goede boeken schrijft. Ik wil daar niet over zeuren, maar het is een feit.’’

Kom bij Krabbé niet aanzetten met diepere lagen in het boek. ,,Ik heb gewoon een boek geschreven. Een wedstrijd van mij willen gebruiken om allerlei dingen die daarmee verband houden te kunnen vertellen, over wielrennen en mijzelf. Diepere bedoelingen laat ik over aan de lezer. Die leg ik er niet bewust in.

,,Als je mij vraagt: wat is de kracht van het boek? Misschien dat ik geen enkel excuus heb gezocht om over wielrennen te schrijven. Die wielerwedstrijd en verder geen poespas. Ik heb nooit abstracte gedachten bij wat ik schrijf.’’

Vandaag, 42 jaar na het verschijnen van De Renner , finisht de Tour de France voor het eerst op de top van de Mont Aigoual (1560 meter). Een keer – in 1987 – passeerde het Tourpeloton er. Met recht kan gesteld worden dat Krabbé de Mont Aigoual beroemd heeft gemaakt. ,,Zo erg is het ook weer niet. Alhoewel: het is prachtig dat ik daar mijn eigen berg heb.”

Overlevingstocht

Voor Krabbé was zijn eigen beklimming in 1977 een overlevingstocht, maar hij maakt zich geen illusies over hoe het Tourpeloton vandaag boven komt.

,,Het is geen moeilijke klim. Ik houd daar mijn 22 echt niet schoon, maar voor de grote jongens ligt dat anders. Die doen dat op het grote blad en gaan tegen de 30 per uur naar boven. In de Tour gaat er een zware beklimming aan vooraf, de Col de la Lusette. Daar moet je wegkomen, want op dat laatste stuk, de Mont Aigoual, gaat het niet lukken.”

Op 26 juni 1977 komt Krabbé over de top met Stanislas Kléber en Roger Reilhan. Reilhan wint later de etappe door Krabbé te verslaan in een sprint.

,,Maar niemand in het peloton heette zoals in het boek, alleen Krabbé. Namen zijn verzonnen, andere renners zijn samengesteld zoals Reilhan. Die komt voort uit twee jonge jongens die daar reden, toen allebei 19. Het navrante detail wil dat ze beiden op hun 49ste zijn overleden.”

,,Dat ik die wedstrijd in het boek niet kon winnen, stond bij voorbaat vast. Dat ik in werkelijkheid tweede werd, kwam goed uit. Ik moest natuurlijk wel een belangrijke rol spelen, maar niet winnen. Dat zou een tamelijk walgelijk boek zijn natuurlijk. Je kunt niet een boek schrijven over een sportwedstrijd die jij wint.”

Wat hoopt Krabbé vandaag te zien als het peloton vandaag boven komt op zijn berg? ,,Het steile stuk ervoor is voor de types als Egan Bernal, maar ook Primoz Roglic zullen ze er daar niet afrijden. Misschien wint Tom Dumoulin, dat zou wel mooi zijn.”

Dan is de Mont Aigoual voor één dagje van Dumoulin, maar uiteindelijk blijft het de berg van Tim Krabbé.

menu