Het is vandaag 35 jaar geleden dat Evert van Benthem zijn eerste Elftstedentocht won. Als middelbare scholier was AD-verslaggever Wietse Dijkstra in 1985 van de partij bij start en finish in Leeuwarden.

Een perskaart heb je in 1985 niet nodig om bij de Elftstedentocht overal met je neus bovenop te staan. De kopgroep met Evert van Benthem, Henri Ruitenberg, Jos Niesten en Jan Kooiman kan ik bijna aanraken voor ze hun de laatste bocht ingaan. Ze houden even in en loeren naar elkaar. Ik zie de spanning op hun gezichten. Eén van deze mannen is over enkele minuten wereldberoemd.

Langs de Bonke, die ook mijn vrienden en ik dan nog ten onrechte Bonkevaart noemen, zoeken we snel een handige toeschouwer met een transistorradio op. Gespannen luisteren we naar wat er om de hoek, op het voor ons onzichtbare rechte stuk, allemaal gebeurt. Het is om bloednerveus van te worden. Als de opgewonden verslaggever uiteindelijk de naam van de winnaar uitroept, vallen we elkaar juichend in de armen! Jaaaa! Evert van Benthem! Evert van Benthem!!!

Evert wie? Niemand heeft natuurlijk ooit van deze sympathieke boer uit Sint Jansklooster gehoord. Maar dat mag de pret niet drukken. We hebben een winnaar! Een held waar we jarenlang – ons hele leven – op hebben gewacht.

It giet oan

In de Frieslandhal schreeuwen we later onze kelen schor bij de huldiging. We juichen voor Evert, wiens naamsbekendheid in Nederland van 1 naar 100 procent is gestegen. Maar nog meer voor Jan Sipkema. De voorzitter van de Vereniging de Friesche Elf Steden is de echte held van het verhaal, de ongekroonde koning van het land en immens populair. Zonder zijn it giet oan hadden we hier op deze ongeëvenaarde woensdag niet gestaan.

loading  

Het feest is dinsdagavond al begonnen. En iedereen wil erbij zijn. In de binnenstad van Leeuwarden is het drukker dan het ooit is geweest. Tot diep in de nacht ziet het zwart van de uitgelaten mensen. Aan alles voel je: hier gaat iets groots en meeslepends gebeuren! Eindelijk.

Wat ons na al die jaren nou precies te wachten staat, weten we niet precies. In 1963, het jaar van de vorige editie, waren we nog niet geboren. Maar de verhalen over de barre tocht en de onverschrokken winnaar Reinier Paping zijn ons met de paplepel ingegoten. En uiteraard kennen we de grote favoriet Jan Roelof Kruithof, die elk jaar op tv komt omdat hij al jaren traint voor een wedstrijd die nooit komt. (Maar als ie komt, dan gaat Jan Roelof hem zeker winnen.)

Met hoeveel mensen we hier intussen zijn? Geen idee

Om niets te missen van het unieke spektakel dat misschien wel nooit meer te zien zal zijn (weten wij veel dat we hier een jaar later alweer staan), gaat we vanuit de kroeg rechtstreeks naar De Zwette voor de start. Over het ijs waar de favorieten straks hun schaatsen onderbinden – ook dat kan dan nog gewoon – klimmen we een heuveltje op dat dienst doet als tribune. Met hoeveel mensen we hier intussen zijn? Geen idee. Behalve koud is het ‘s ochtend om half zes ook nog pikkedonker.

De eerste schaatsers zien we dan ook niet aankomen. Dat de ‘tocht der tochten‘ is begonnen horen we aan het aanzwellende geroezemoes. En ineens is er een lichtshow van flitsende camera’s om ons heen en ontdekken dat we dat we met duizenden dit historische moment beleven. Kippenvel. Alsof we naar de maanlanding staan te kijken. Maar dan live.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport