Arjen Robben.

De komst van Robben was dé klapper van 2020. Een interview met de man die FC Groningen versterkte (maar zijn droom zag veranderen in een worsteling met lichaam en geest)

Arjen Robben. Foto: Corné Sparidaens

Het was zonder twijfel één van de meest memorabele sportmomenten uit het jaar 2020. Op 28 juni kondigde Arjen Robben zijn comeback aan bij FC Groningen. Commercieel gezien werd het een succesverhaal, maar zijn sportieve droom veranderde in een worsteling met lichaam en geest.

Met een zwaar gemoed stapt Arjen Robben stipt volgens afspraak om half twee het stadion binnen. Het chagrijn is van zijn gezicht af te lezen. Het is twee dagen na de bekeruitschakeling tegen FC Emmen. De rest van de selectie van FC Groningen heeft de knop allang omgezet, want over 48 uur wacht Sparta Rotterdam. Robben daarentegen is het echec in Zuidoost-Drenthe nog niet vergeten. Ergens, diep in zijn achterhoofd, had hij zichzelf op 18 april wel in De Kuip zien staan.

,,Als ik die finale nog mee had kunnen maken’’, sombert de nummer 10 van de Trots van het Noorden. ,,Ik was er echt wel even ziek van.’’ Vanuit de gewoonte dat bij de grote clubs waar hij speelde simpelweg altijd alle wedstrijden gewonnen moeten worden, miste hij bij FC Groningen de echte teleurstelling na afloop. ,,Het bekertoernooi biedt unieke kansen. Het is niet zomaar een competitiewedstrijd die je verliest. Je ligt er gewoon uit en moet er weer een jaar op wachten. Als je door was gegaan zat je met een beetje gunstige loting zomaar dichtbij de finale. Maar goed, dan moeten we de play-offs maar halen.’’

Droom is springlevend

Een goed verstaander heeft aan een half woord genoeg. De droom van Arjen Robben om een volwaardige comeback te maken bij FC Groningen is nog steeds springlevend. Op 28 juni, een jaar nadat hij de voetballerij vaarwel zei bij Bayern München, kondigde de linkspoot in de groene kathedraal zijn terugkeer aan. Het was wereldnieuws. Over het waarom van de stap na zo’n glansrijke carrière was hij tijdens de drukbezochte persconferentie duidelijk. Gevoelsmatig moest hij iets doen om de club, waaraan hij zoveel te danken heeft, door de coronacrisis heen te slepen.

,,Ik kom hier vandaan, ben opgegroeid in Bedum, heb hier de hele jeugdopleiding doorlopen’’, hield Robben zijn gehoor destijds voor. ,,Natuurlijk heb ik mezelf afgevraagd: waarom doe je dit? Dan kom je uiteindelijk op één woord uit: clubliefde.’’

Pijntjes leken verdwenen

Dat het geen gemakkelijke weg zou worden, was van meet af aan een factor waar hij rekening mee hield, hoe goed zijn lichaam ook aanvoelde na de eerste fysieke inspanningen en een fitheidstest. Alle pijntjes en kwaaltjes uit het verleden leken na een jaar niet voetballen naar de achtergrond verdwenen. Toch was Robben meteen ook realistisch. ,,Het kan over een maand al voorbij zijn of misschien hou ik het nog wel twee jaar vol. Dat weten we nu nog niet. Ik ga er gewoon vol vertrouwen in. Ik ben niet bang dat het mislukt. Wat kan er mislukken? Mijn carrière is af, daar zit al een strik omheen. Ik zie dit als een prachtige bonus. Voor mij, voor de club. We moeten er gewoon wat moois van maken met z’n allen.’’

Zes maanden later krabbelt hij net weer overeind uit een persoonlijke crisis. Met de enkelklachten na de eerste serieuze trainingen op het veld had hij nog wel rekening gehouden. De liesblessure waarmee hij op dramatische wijze na een half uur uitviel in zijn eerste wedstrijd tegen PSV kwam ook niet als een volslagen verrassing. ,,Dat had ik min of meer nog wel ingecalculeerd.’’ Er knapte pas iets toen hij tegen FC Utrecht kortstondig terugkeerde op het veld en opnieuw keihard met de beperkingen van zijn lichaam werd geconfronteerd.

loading

Het was goed mis

,,Toen was het goed mis’’, vertelt Robben. Het leek of het lichaam zei: tot hier en niet verder. Hij liep tegen alle grenzen aan. Lichamelijk, maar ook in zijn hoofd. De energie was weg. Het leek alsof het op was. Alles kwam even samen. De kop wilde wel, maar zijn lijf deed niet wat het moest doen. ,,Steeds liep ik weer tegen die muur op. Mentaal was het elke keer een tik. Dan komt vanzelf ook het moment waarop je je afvraagt waar je in hemelsnaam mee bezig bent. Wat zijn we nog aan het doen met elkaar? Heeft het nog zin? Het was moeilijk.’’

De spanningen lopen in die tijd af en toe hoog op in huize Robben, waar tegelijkertijd de stress van de grote verhuizing naar de prachtige witte villa aan de Verlengde Hereweg voelbaar is. De voetballer is niet de enige die in een proces van verandering zit. Voor Bernadien en hemzelf voelt de terugkeer naar Groningen na 20 jaar buitenland misschien als thuiskomen, voor Luka (12), Lynn (10) en Kai (8) is München thuis.

Nederlandse kinderen

,,Voor hen was het echt wel even schakelen. Het zijn natuurlijk wel gewoon Nederlandse kinderen, ze hebben een Nederlands paspoort en thuis spraken we ook gewoon Nederlands, maar op school hebben ze bijvoorbeeld altijd in het Engels les gehad. Dat is nu overigens nog zo, want ze gaan naar de internationale school. Ze beheersen de Duitse taal perfect, beter dan mijn vrouw en ik. Het is natuurlijk wel gek voor ze. Wij komen hier vandaan, maar hun leven was gewoon daar in München met hun vriendjes en vriendinnetjes. Zij moeten helemaal opnieuw beginnen.’’

Robben geniet van de manier waarop zijn kinderen zich toch ook weer heel snel aanpassen. ,,Daar verbaas ik me wel eens over. Nu is dit weer hun leventje. Gelukkig is het niet zo dat ze Duitsland heel erg missen. Ze zijn happy hier. Alles is mooi dichtbij, dat is ideaal. Op het fietsje naar Be Quick, op de fiets naar school. Even naar opa en oma. Fijn. We zitten echt op onze plek.’’

Gemis van de prachtige natuur

Misschien is het voor pappa en mamma zelf nog wel meer wennen dan voor hun kroost. Ze missen soms de prachtige natuur. De bergen, waar Bernadien steevast één keer in de week ging hiken met een groepje van school. In plaats daarvan gaat Robben nu mountainbiken in de bossen bij Gieten, om fit te blijven en zijn ingescheurde kuitspier niet te veel te belasten. Ook missen ze de contacten met vrienden, die allang even op bezoek waren geweest als er geen corona heerste.

,,We zijn natuurlijk een heel lange tijd weggeweest, dat merken we wel. Ik was 16, zij 17 toen we vertrokken. Nu ben ik bijna 37. Al die jaren hebben we in het buitenland gewoon. Londen, Madrid, München. Andere culturen meegemaakt. Niet dat Duitsland en Nederland twee totaal verschillende werelden zijn hoor, maar de manier waarop mensen hier met elkaar omgaan is bijvoorbeeld wel een stuk directer. Duitsers zijn vaak wat gereserveerder. Daar duurt het wel even voordat je vriendschappen sluit of bij elkaar op bezoek komt.’’

Dat gaat je toch eigenlijk niets aan?

Robben merkt het ook in de contacten op straat, hoe hij soms wordt aangesproken. ,,Het is niet slecht bedoeld of zo en ik vind het ook niet negatief, maar soms vragen mensen mij naar dingen, zo recht op de man af, dat ik denk, ho, ho, ho, dat gaat je toch eigenlijk niets aan? Ik heb er geen problemen mee, maar ik moet soms wel even nadenken over de vraag, hoe reageer je hier nou weer op, we kennen elkaar nauwelijks. Het zijn vragen die normaal gesproken alleen familieleden of vrienden zouden stellen.’’

Intussen geniet Robben intens van het succes van FC Groningen, al is het dan (nog) niet op de manier waarop hij het allemaal voor zich zag. Op de achtergrond probeert hij zijn steentje bij te dragen, bijvoorbeeld met tips en adviezen voor de jonge garde die dit seizoen zo nadrukkelijk de neus aan het venster drukt binnen de selectie van FC Groningen. Vooral in de 18-jarige Slowaak Tomas Suslov ziet de wereldster iets speciaals.

Jonge gasten

,,Ja, ik herken soms wel iets van mezelf in die jonge gasten. Vooral dat je moet investeren in jezelf als je jong bent. Natuurlijk heb je een bepaald talent nodig, maar ik ben ervan overtuigd dat het mentale gedeelte ook een heel grote rol speelt bij de vraag of je als profvoetballer een stap omhoog kunt zetten of dat FC Groningen je eindstation is. Hoe serieus je met je vak bezig bent is daarbij bepalend. Dat gaat geen trainer of supporter voor je doen en ook je vader of moeder niet. Dat moet echt in jezelf zitten. Daarbij gaat het niet alleen om de training of de wedstrijd, maar om het hele plaatje. Je moet beseffen wat nodig is om de top te halen. Dat besef is bij FC Groningen echt wel aan het groeien en daar probeer ik wel iets aan bij te dragen.’’

Hij deelt zijn schat aan ervaring. Daar kan Robben van genieten, zolang het maar op een natuurlijke manier gaat. ,,Ik wil niet als een wijsneus rondlopen en elke dag vertellen hoe het moet en hoe het er bij Bayern en die andere clubs aan toeging. Daar moet je erg mee oppassen vind ik. Het is leuk om te helpen. Er is een aantal talentvolle jongens, maar ze moeten nog wel stappen zetten. Een goed voorbeeld is Suslov. Daar zit veel in, maar hij heeft ook nog genoeg om aan te werken. Dat ziet hij zelf ook wel in. Er is met name nog winst te behalen op de manier waarop hij dingen beleeft.’’

Het trainersvak

Zijn rol in de kleedkamer heeft nog niet tot de ultieme wens geleid om in de toekomst in het trainersvak te stappen. Robben vindt het bovendien nog veel te vroeg om daarover te praten, hoewel hij er wel over nadenkt. Als het op dat vlak iets wordt, zal het met de jeugd zijn, schat hij in. Hij beleefde veel plezier aan het coachen van het elftal van zijn jongste zoontje Kai bij Be Quick. ,,Dat vond ik leuk om te doen. Toch kwam daar ook de aard van het beestje naar boven. Ik vond het hartstikke leuk om ook de jongetjes te coachen die wat minder talent, maar wel veel plezier hadden, maar ik merkte ook aan mezelf dat ik de meeste voldoening haalde uit het werken met spelertjes die over wat meer talent beschikten. Die kan ook echt iets meegeven. Of het echt iets voor me is, weet ik nog niet. Daar wil ik nog geen uitspraken over doen. Het kan ook best zo zijn dat je me niet meer terugziet in de voetballerij.’’

Eerst wil hij afmaken waar hij aan begonnen is. Het stadium dat de superster van weleer overwoog het bijltje erbij neer te gooien ligt inmiddels achter hem. ,,Natuurlijk had ik mijn twijfels. We zijn 6 maanden verder en ik heb 44 minuten gespeeld. Dat is gewoon veel te weinig. Het is niet wat ik er van had verwacht. Maar dan kom je op een dag op de club en dan ligt daar het verzoek of je even 1500 shirts wilt voorzien van je handtekening. Dat is toch wel een enorme blijk van waardering. Zo zie ik het tenminste. Al die mensen die zo’n shirt kopen. Toen dacht ik bij mezelf, potverdikke, ik moet bijna wel door.’’

Schuldgevoel

Het zijn de persoonlijke aanmoedigingen die Robben erbovenop hebben geholpen. Ze nemen bovendien het schuldgevoel weg waarmee hij wel eens te kampen heeft gehad, omdat nou eenmaal heel veel mensen een seizoenkaart voor hem hebben gekocht of zelfs een hele skybox. ,,Maar de mensen zijn heel realistisch. Of ik ze nu op straat tegenkom of dat ze me een brief schrijven, de boodschap is steeds dat ze eigenlijk niets van me verwachten. Het is meer zo van, jongen, het gaat niet goed. Jammer, maar je doet je best en meer kan je niet doen. Het zou mooi zijn als het nog lukt, maar als het niet meer gaat gebeuren, is het ook oké. Je hebt het geprobeerd en doet het voor de club, zeggen ze dan. Dat soort mooie, begripvolle reacties helpen me echt. Maar tegelijkertijd is het ook mijn eigen trots. Dat is precies waar het rationele en het emotionele wel eens botsen.’’

Op die momenten hoort hij dat stemmetje in zijn hoofd. ,,Het stemmetje dat zegt dat het wél kan lukken, dat ik het dan maar moet laten zien. Niet alleen ten opzichte van de buitenwereld, maar ook naar mezelf toe.’’ Hij knikt naar de fraai verzorgde groene mat van FC Groningen. ,,Daar, op dat veld, wil ik nog wedstrijden spelen. Ik droom van een volle Euroborg. Of het lukt blijft de vraag. Het kan zijn dat ik over zes weken alsnog moet zeggen: jongens, het gaat niet, het is klaar, het is over en uit, maar ik heb nog steeds de hoop dat dat niet hoeft. Die knop is wel weer omgegaan.’’

menu