FC Groningen-trainer Danny Buijs zegt dat hij ook kritisch op zichzelf is.

Bulderende FC Groningen-trainer Buijs: Het vuur kwam uit zijn ogen, hij wilde me bijna dood maken

FC Groningen-trainer Danny Buijs zegt dat hij ook kritisch op zichzelf is. Foto: ANP/Vincent Jannink

Danny Buijs is één van de meest besproken eredivisietrainers van dit moment. Niet alleen omdat hij met FC Groningen zo verrassend goed presteert. Nee, de technische roerganger staat er ook gekleurd op omdat hij verbaal zo nadrukkelijk aanwezig is in de lege stadions. ,,Soms ga ik iets te ver, dat weet ik.’’

Het was zondag oorverdovend stil in de groene kathedraal tijdens de eerste helft van FC Groningen-FC Twente. Was het de regen? Had zijn stem het misschien definitief begeven? Slechts een enkele keer kwam Danny Buijs zijn dug-out uit om wat aanwijzingen te geven, maar het consequent bulderen langs de zijlijn, dat een beetje bij de Groningers is gaan horen, bleef uit.

‘Ik ben toch niet gekke Henkie?’

Het bleek achteraf te maken te hebben met de tactiek die niet goed werd uitgevoerd. De moed zakte de 38-jarige trainer enigszins in de schoenen. ,,Ik heb vijftig keer de beelden laten zien van wat we vooral niet moesten doen, ik heb het ze honderd keer verteld en nog zie je het fout gaan. Toen dacht ik, moet ik dit nog gaan lopen schreeuwen? Ik ben toch niet gekke Henkie? Laat ze het maar een keer uitzoeken.’’

In de tweede helft, toen FC Groningen helemaal opleefde, ging Buijs weer als vanouds tekeer. Brullend. Tierend. Houd druk! Met je man mee! Naar voren! Het is een handelsmerk geworden. De crew van voetbalzender ESPN zette er onlangs zelfs speciaal een camera op.

Extravagant

Danny Buijs haalt zijn schouders erover op. Hij doet niets zonder bedoeling. ,,Er zijn veel jongens bij ons die aangeven dat ze het op veel momenten wel prettig vinden. Maar het is soms voor mezelf wel lastig om te bepalen tot waar en wanneer.’’ In de lege stadions valt zijn extravagante gedrag veel meer op. ,,Het heef nu ook zin. Ik kan me nog een wedstrijd herinneren bij FC Utrecht uit toen het stadion wel vol zat. Tim Handwerker had het moeilijk in de zone tegen Gyrano Kerk, alleen stond hij helemaal aan de andere kant. Er waren drie momenten dat ik wat wilde schreeuwen, maar het kwam niet door. Toen ben ik weer gaan zitten. Het had geen nut.’’

Tegenwoordig is er geen ontkomen meer aan. Na de wedstrijd is Buijs doorgaans zo schor als een kraai. De mensen thuis hoeven het volume van de tv niet op te schroeven om te horen wat hij zegt. ,,Maar wat ik ook niet wil is dat ik niets zeg en dat het vervolgens fout gaat. Dan zou ik mezelf dat kwalijk nemen. Het gaat altijd om de balans.’’ Soms is die wel even zoek. Onlangs nog, in de Galgenwaard, toen de trainer het openlijk aan de stok kreeg met Ahmed El Messaoudi. De middenvelder moest het zwaar ontgelden. In het heetst van de strijd riep Buijs iets in de trant van ‘rot toch op’. El Messaoudi maakte op zijn beurt een wegwerpgebaar.

‘Waarom doe je dat nou?’

,,Soms ga ik iets te ver, dat weet ik’’, houdt hij zichzelf een spiegel voor. ,,Dan denk ik later, waarom doe je dat nou? Dat is nog een ontwikkelpunt van mij, al ben ik er me er al bewuster van geworden. Het is ook je eigen emotie die in een wedstrijd zit. De volgende dag heb ik tegen El Messaoudi gezegd: ik ben te ver gegaan joh. Hij moest lachen. Trainer, het is niet erg, antwoordde hij. U helpt mij juist op heel veel vlakken. Ik besef heel goed dat, als je een grens over gaat, het op zeker moment geen effect meer heeft. Doe je het nog vaker, dan kan je een speler kwijtraken. Zo ver moet je het nooit laten komen.’’

Bij El Messaoudi wist Buijs juist exact hoe ver hij kon gaan. ,,Eind vorig jaar, toen zijn opa was overleden, kwam hij bij me. Ik had hem gezegd dat hij zelf moest aangeven of hij kon spelen of niet. Dat kon hij. En, zei hij er achteraan, trainer, je moet me wel gewoon blijven aanpakken hoor. Schreeuwen zoals je altijd doet, want ik heb dat nodig. Dus behandel me alsjeblieft niet met fluwelen handschoentjes omdat mijn opa is overleden.’’

Schreeuwend op het veld

Op de training staat Buijs soms ook schreeuwend op het veld. Hij weet nog een mooi voorbeeld van hoe zijn aanpak een gunstige uitwerking kan hebben. Het betrof Django Warmerdam. ,,Ik geloof erin dat je iemand kan raken’’, vertelt Buijs. ,,Django liet altijd alles maar over zich heen komen. Tijdens die ene training ging ik net zo lang door tot ik hem echt krenkte. Ik maakte hem aan het janken op het veld. Het vuur kwam uit zijn ogen, hij wilde me bijna dood maken. Weet je wat er daarna gebeurde? Hij liep iedereen voorbij tijdens de partij, dribbelde tussen iedereen door, pakte alle ballen af. Na de training liep ik naar hem toe. Ik wist niet dat je zo goed was, zei ik tegen hem. Ik vroeg of ik dat dan misschien voor elke wedstrijd moest doen bij hem. Blijkbaar heb ik dat nodig zei hij.’’

Buijs hoopt dat zijn spelers allemaal beseffen dat hij het te allen tijde positief bedoelt. Zijn enige doel is om zijn jongens beter maken. ,,Daniël van Kaam had het in het begin ook moeilijk met mijn stijl van coachen, tot ik tijdens een van onze gesprekken tegen hem zei dat ik het alleen maar doe om hem weer een volgende stap te laten maken. Je kunt het als speler juist zien als een pluspunt als ik je zo achter de vodden aan zit.’’

Voor-en tegenstanders

En wat de buitenwereld er van vindt hoe hij zich gedraagt als coach? ,,Ach, iedereen mag er een mening over hebben. Volgens mij is het in het hele leven zo dat je voor- en tegenstanders hebt. Mensen waar je een klik mee hebt en mensen waar je geen klik mee hebt. Mensen die het leuk vinden om naar FC Groningen te kijken en mensen die het niets vinden. Ik blijf altijd dicht bij mezelf en ben de eerste die kritisch is op zijn eigen functioneren.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
FC Groningen
Aanrader van de redactie
menu