Jutta Leerdam tijdens een training voor het NK sprint in Thialf. De schaatsers zitten al een tijdje in een bubbel om hun sport te kunnen beoefenen.

Column Sjoerd Jansen: Geen woorden maar daden

Jutta Leerdam tijdens een training voor het NK sprint in Thialf. De schaatsers zitten al een tijdje in een bubbel om hun sport te kunnen beoefenen. Foto: ANP/Vincent Jannink

Sporten in een bubbel, ook al is het dan eigenlijk geen echte, het kan in tijden van corona. Behalve het betaald- en het vrouwenvoetbal is ook het schaatsen daar een goed voorbeeld van.

Onze nationale wintersport, ook al is er de laatste jaren van een echte winter geen sprake, speelt zich af in ijspaleis Thialf in Heerenveen. Daar zijn nu zowat elke weekeinde wedstrijden, waarvan veel kijkers alleen via de rechtstreekse tv-uitzendingen kunnen genieten. Want publiek wordt ter plekke uit angst voor besmettingen nog steeds niet binnengelaten.

Strikte veiligheidsregels

Voor degenen die beroepshalve bij het NK allround of NK sprint mogen zijn, gelden strikte veiligheidsregels. Bij binnenkomst in Thialf moet een gezondheidsverklaring worden ingevuld, waarna met een medisch apparaat de lichaamstemperatuur wordt gemeten. Binnen dient te allen tijden een mondkapje te worden gedragen, ook door de schaatscoaches. Werkplekken voor journalisten zijn op anderhalve meter afstand en ontsmettingsmiddelen staan binnen handbereik.

Tot nu toe is iedereen gezond, waarbij de besmettingen onder de schaatsers zelf binnen de perken blijven. De laatste weken zijn er geen nieuwe bijgekomen. De schaatsers verblijven naast het sporten zoveel mogelijk thuis in hun bubbel, die natuurlijk nooit helemaal waterdicht is. Maar dat geldt uiteraard ook voor profvoetballers, die ‘s avonds gewoon aan tafel zitten met vrouw en kinderen, van wie de laatsten dagelijks op de grootste besmettingshaard rondlopen: de school.

Thuis in de eigen bubbel

In de schaatswereld zijn tot nu toe geen grote problemen. In dat verband is het geen gekke gedachte om andere topsporters weer in actie te laten komen, zoals in de rest van Europa al gebeurt. Zo zitten de basketballers van Donar, onder wie de nodige buitenlanders, al veelvoudig thuis in hun eigen bubbel. En datzelfde ook voor de volleyballers van Amysoft Lycurgus, eveneens uit Groningen. Zij moeten toch ook zonder publiek de competitie kunnen hervatten, waarbij veelvuldig testen een probaat middel is om besmettingen snel te kunnen traceren. Minister Tamara van Ark noemt sport weliswaar van levensbelang voor Nederlanders, maar blijft op haar handen zitten. Geen woorden maar daden, mevrouw de minister!

menu