Column Symen Bosma: Amstel Gold race, het mooiste weekend van het jaar (maar nu niet)

Symen Bosma Foto: Annet Eveleens

Dor hout wordt gekapt, zei ‘opiniemaakster’ Marianne Zwagerman deze week op Twitter, in een poging de discussie over de strenge coronamaatregelen aan te zwengelen. Met dor hout bedoelde Zwatelman, zoals ik haar liever noem, kwetsbare ouderen, die volgens haar dankzij het coronavirus gewoon enkele maanden eerder overlijden dan ze in een normale situatie zouden doen.

In een normale situatie had ik dit weekend met zo’n acht vrienden op de Cauberg gezeten, voor wat wij zelf altijd betitelen als het mooiste weekend van het jaar: de Amstel Gold Race, de AGR. Op vrijdag begint het steevast met een paar gezellige biertjes op de deunen van de Fransen Bauer en Duijts, zaterdag rijden we zelf de toertocht door de Limburgse heuvels. Afhankelijk van de bierinname op vrijdag fietsen we tussen de 80 en 250 kilometer. Ik strand meestal bij 80, op de een of andere manier piek ik vaak net te vroeg.

De zondag geldt als het absolute hoogtepunt. Dan staan we voor de B & B op de Cauberg waar de meesten van ons ook slapen. We drinken koffie, eten een paar broodjes, meestal in de stralende zon. En rond het middaguur barst het feest los. Terwijl de profrenners voor de eerste keer de kuitenbijter beklimmen, pakken wij ons eerste biertje en gaat de muziek los. We zingen uit volle borst, meerstemmig en met veel gevoel. Het repertoire van de vrijdagavond komt dan weer voorbij, maar nu aangevuld met een majestueus lied over een gehaktbal en een formidabele ode aan een zangvogel.

Onze grootste fans zitten en staan dan altijd aan de overkant van de weg. Op de heuvel tegenover ons staat een verzorgingshuis. Veilig vanachter het hek zingen de bewoners alle nummers met ons mee. In hun rolstoel, leunend op de rollator of gewoon staand aan de reling. De handen gaan de lucht in, de lach komt op het gezicht.

Vorig jaar klom ik samen met een paar vrienden naar boven. We wilden weleens met onze enthousiaste overburen praten. Ik sprak Lena. ,,Zo mooi dat jullie hier elk jaar komen’’, glunderde ze. ,,Het is hier meestal maar een duffe boel. Echt blijven komen hoor. Elk jaar.’’

Lena, volgend jaar zijn we er weer, op zeker. Maar jij ook vooral! En laat die Zwatelman een klein, venijnig dor takje op het hoofd krijgen.

menu