STA in april 1964. Staand, van links naar rechts: Frits Meijer, Dick Schipper, Bertus Boer, Reint Tabak, Luc Gerdes, Lubbert Heidema, Henk Heising, Vonk, Johnny Bouwers, trainer Bé Osinga en meester Fokkens. Knielend, van links naar rechts: Henny Meijering, Gerrit de Vries, Piet Hofstra, Alex van Kuick, Wim de Boer, Derk Lourens en Jacob Been.

Legde Rinus Michels de basis voor het totaalvoetbal van de Hollandse school bij handbalinternational Bé Osinga in Ter Apel?

STA in april 1964. Staand, van links naar rechts: Frits Meijer, Dick Schipper, Bertus Boer, Reint Tabak, Luc Gerdes, Lubbert Heidema, Henk Heising, Vonk, Johnny Bouwers, trainer Bé Osinga en meester Fokkens. Knielend, van links naar rechts: Henny Meijering, Gerrit de Vries, Piet Hofstra, Alex van Kuick, Wim de Boer, Derk Lourens en Jacob Been.

Rinus Michels wordt algemeen gezien als de architect van het totaalvoetbal. Weinigen weten dat Michels de kennis haalde bij Bé Osinga, de trainer van STA in Ter Apel. Echt? Echt!

Dat Rinus Michels wordt gezien als de architect van het totaalvoetbal is voor de doorgewinterde voetbalvolger geen geheim. Dat ‘De Generaal’ de kennis voor zijn visie in de jaren zestig vergaarde bij de trainer van STA in Ter Apel zal de wenkbrauwen doen fronsen. Terug naar de roots van de Hollandse School en de man die Michels volgens de overlevering influisterde: wijlen Bé Osinga.

Door wie werd Rinus Michels eigenlijk niet geroemd? Zelfs postuum vielen ‘De Generaal’, die in 2005 op 77-jarige leeftijd overleed, nog vele ereprijzen ten deel. In 2007 werd hij door de Engelse krant The Times uitgeroepen tot beste voetbaltrainer van na de Tweede Wereldoorlog, vóór Matt Busby en Ernst Happel.

Coach van de eeuw

In 2019 ging France Football nog een stap verder door de Amsterdammer te betitelen als beste trainer uit de hele voetbalgeschiedenis. Bij leven benoemde wereldvoetbalbond FIFA hem al tot Coach van de Eeuw.

Wat bijna niemand weet is dat Michels’ gedachten over het totaalvoetbal, waarmee hij bij Ajax een halve eeuw geleden de wereld aan zijn voeten kreeg, waarschijnlijk werden gevormd door de trainer die er destijds bij STA uit Ter Apel bijna promotie mee bewerkstelligde in de vierde klasse H.

De Hollandse school werd uitgedokterd aan IOsinga’s bureau

Bé Osinga is zijn naam, geboren op 21 juni 1921 te Gasselte, overleden in 2007. Zoon Theo Osinga (70) uit Hoogeveen zag het allemaal met eigen ogen gebeuren. Ook de nog in leven zijnde spelers van het Ter Apeler vlaggenschip van het seizoen 1963-1964 herinneren zich nog scherp hoe ze de tijd ver vooruit waren.

Met een revolutionair, aan Osinga’s bureau uitgedacht spelsysteem introduceerden ze met terugwerkende kracht de Hollandse School op de Drentse voetbalvelden, ver voordat Michels er in Amsterdam goede sier mee maakte.

Op een avond ergens in het midden van de jaren zestig zat de oude Osinga thuis in Ter Apel voetbal te kijken. Ajax speelde Europa Cup en ene Johan Cruijff, begin twintig nog maar, stond aan het begin van zijn glansrijke carrière.

Toen de latere legende tijdens een passeeractie aan zijn shirtje werd getrokken, dreef dat volledig tegen het sportiviteitsgevoel van Osinga in. Het stemde hem tot nadenken en uiteindelijk leidde het tot een opmerkelijk idee. Waarom zouden spelers op het hoogste Nederlandse voetbalniveau niet worden uitgerust met shirts die kapot scheuren als eraan wordt getrokken? Dan zou het snel afgelopen zijn met dat onsportieve gedrag.

Osinga haalde als handballer het Nederlands team

Dat Osinga met dit niet alledaagse plan op de proppen kwam, was op zich niet vreemd. De eigenzinnige sportliefhebber onderscheidde zich vaker met innovatieve gedachten. Dat kwam al tot uiting als hij een potje tennis speelde. Na een paar keer slaan begon Osinga met effectballetjes, tot ergernis van zijn tegenstander. Serve-and-volley was bepaald nog geen gemeengoed in die tijd.

In zijn jongste jaren behoorde de watervlugge Drent tot de snelste hardlopers van het Noorden. Dat was niet in de laatste plaats te danken aan de spikes die Osinga cadeau kreeg van een oom. Hij was één van de eerste atleten met dergelijk schoeisel.

Later, toen hij zich meer op voetbal ging toeleggen, liet de vernuftige noorderling bij een schoenmaker de spikes vervangen door noppen. In die jaren werden voetbalschoenen nog uitsluitend gemaakt van zeer stevig leer waarmee dikke harde neuzen werden geboetseerd.

Met de veel zachtere spikes kon Osinga, toen er eenmaal noppen onder waren gemonteerd, veel meer gevoel in een bal leggen. Na een toevallige ontmoeting met een vertegenwoordiger inspireerde het het sportmerk Quick tot de productie van voetbalschoenen met zachte neuzen. Een primeur.

Osinga leerde zichzelf intussen de fijnste technische kneepjes door de bal steeds maar weer op het pannendak van de oude schuur te schieten. Bij terugkomst probeerde hij de bal zo goed mogelijk onder controle te krijgen, steeds maar weer. Het bracht succes, want op zijn zeventiende speelde hij al in het eerste van Gasselternijveen.

Het talent bleef niet onopgemerkt. Toen hij in Groningen op de kweekschool zat, kreeg Osinga een contract aangeboden bij Achilles 1894, destijds spelend op ‘s lands hoogste niveau. Hij kon in Assen aan de slag voor tien gulden per week, in die tijd een gemiddeld maandloon voor een arbeider. Pa Osinga vond evenwel dat zoon Bé zich beter op zijn studie kon richten. In die tijd was vaders wil nog wet. Later werd zoonlief een fervent handballer bij Jahn II in Stadskanaal en haalde hij zelfs het Nederlands team.

Osinga zoekt contact met de beginnende trainer Michels

Terug naar de shirts die kapot zouden moeten scheuren als de tegenstander eraan trok: Osinga liet het er niet bij zitten. Hij achterhaalde het telefoonnummer van Rinus Michels – destijds waarschijnlijk gewoon te traceren in het vuistdikke telefoonboek van Amsterdam – en belde de trainer van Ajax op. Michels was toen nog een beginnend trainer.

loading

In de jaren voor zijn entree bij Ajax gaf de latere bondscoach gewoon gymnastiek aan de dovenschool. Ook trainde hij een tijdje Asser Boys in de periode dat hij sportinstructeur was bij Defensie in Hooghalen.

Michels en Osinga voerden een geanimeerd gesprek. In eerste instantie ging het over het shirtje trekken en het materiaal waarvan de tricots gemaakt zouden moeten worden, maar al snel vertelde Osinga honderduit over zijn ervaring als voetbaltrainer en de unieke speelwijze die hij een paar jaar daarvoor introduceerde bij STA. Osinga, als onderwijzer neergestreken in het grensdorp, was al een tijdje bestuurlijk actief bij de Ter Apeler voetbalvereniging toen hem in 1963 werd gevraagd om trainer van het eerste te worden.

Opkomende backs en inschuivende verdedigers

Hij ging voortvarend aan de slag en dokterde voorafgaand aan het seizoen een geheel nieuwe speelwijze uit waarmee hij hoge ogen hoopte te gooien in de vierde klasse. Het systeem vergde heel wat van de spelers. Een ijzersterke conditie was een absolute vereiste, omdat het elftal in zijn totaliteit aanviel, maar ook in gezamenlijkheid verdedigde.

De voorbereiding bestond onder meer uit een atletiekdag en een bezoek aan het bosperceel met de zeven slootjes, dat pal naast het sportpark lag. Daar moesten de spelers doorheen om hun conditie op te bouwen.

,,De zeven slootjes waren zwaarder dan de zeven heuveltjes’’, merkt Johnny Brouwers spottend op. Als hij eraan terugdenkt, voelt hij nog de spierpijn die de loodzware training hem opleverde. ,,Osinga had overal uitkijkposten ingericht, waardoor je niet binnendoor kon. De zaak bedonderen was er niet bij.’’

loading

Er werd ook veel getraind op de spelprincipes die Osinga wilde inslijpen. Het systeem kende onder meer een meevoetballende keeper, opkomende backs en een inschuivende centrale verdediger, absoluut noviteiten in de jaren zestig toen het spel nog vrij statisch was. De vleugelaanvallers moesten op hun beurt mee verdedigen en middenvelders hadden verdedigende én aanvallende taken.

Overal op het veld had Osinga driehoekjes uitgedacht, zodat spelers elkaar blindelings zouden weten te vinden. Het was de bedoeling dat de balverplaatsing op hoge snelheid zou plaatsvinden om de tegenstander veel te laten lopen en uiteindelijk stuk te spelen.

Tactische bespreking op zaterdagavond om cafébezoek te voorkomen

Niet iedereen had het ervoor over om mee te gaan in het bijna professionele regime van de trainer, zeker niet toen Osinga op zaterdagavond zijn jongens ook nog eens bij langs ging bellen of ze wel thuis waren en niet toevallig in het café zaten. Op zeker moment nodigde de trainer de selectie op zaterdagavond zelfs bij hem thuis uit om de tactiek door te nemen, maar vooral om te voorkomen dat ze de volgende dag niet met een kater op het veld stonden.

Heribert Hake, niet de eerste de beste, gooide als eerste de kont tegen de krib. Toen Osinga hem op een zaterdagavond niet thuis aantrof, werd hij zonder pardon teruggezet naar het tweede, sterspeler of niet. Alles voor het teambelang. Andersom haalde Osinga ook vers bloed uit het reserve-elftal. Sommige spelers pasten volgens zijn visie perfect in zijn systeem. De groep die het moest doen, was uiteindelijk zeer eensgezind en ging voor elkaar door het vuur. ,,Wij gingen helemaal niet achter de vrouwen aan, we wilden alleen maar voetballen’’, vertelt Wim de Boer, wiens ouders een café in het dorp hadden.

De centrale as van STA bestond dat seizoen uit keeper Alex van Kuik (of Lubbert Heidema), Gerrit de Vries als centrale sturende verdediger, Henk Heising (later jeugdtrainer bij Heerenveen) als opbouwende middenvelder en Luc Gerdes al centrale spits. Dat laatste was opmerkelijk. Gerdes was eigenlijk verdediger, maar Osinga zag meer een spits in hem.

‘Osinga sprak als eerste over tactiek’

,,Hij gooide het hele elftal door elkaar, het team kreeg een heel ander gezicht’’, herinnert Gerdes, die later zelf trainer werd in het amateurvoetbal, zich. ,,Osinga stond hier in de buurt bekend als handbalman, dus er werd in eerste instantie wel even raar opgekeken. Maar wat in zijn hoofd zat, kreeg je er niet uit. Hij liet zich door niemand op andere gedachten brengen. Niet door bestuursleden en als spelers waren wij ook niet zo mondig. Als spits dwong hij mij tot nadenken over het spelletje. Ik moest de vleugels opzoeken, naar links, naar rechts. Voor die tijd werd er over tactiek eigenlijk nauwelijks gesproken, maar onder Osinga gebeurde dat wel.’’

Dat Osinga zijn ideeën een paar jaar later zou doorbrieven aan Rinus Michels, daar hebben de spelers nooit weet van gehad. ,,Maar we hadden wel door dat we er een speciale speelstijl op nahielden’’, weet Gerdes.

,,Het was anders dan anders, een systeem dat geen enkel elftal speelde. In die zin beseften we wel dat het uniek was wat Osinga had uitgedacht. Tegenstanders wisten soms ook niet waar ze het zoeken moesten. Je zag er ook handbalinvloeden in, bijvoorbeeld in de dekking. Osinga gebruikte iedereen in zijn eigen kracht. Het hele plaatje klopte. Dat was het sterke punt.’’

En het zette zoden aan de dijk. De eerste twee duels gingen verloren, maar daarna stoomde STA op in de vierde klasse H. Het duurde maar even of de Ter Apelers vochten met SVBO om de koppositie. Twee keer werd er dat seizoen gewonnen van de Barger-Oostervelders, maar in de eindstand eindigden beide clubs precies gelijk. Een beslissingwedstrijd op neutraal terrein bij vv Emmen moest bepalen wie er zou promoveren.

STA verliest beslissingsduel en club wil niet verder met eigenzinnige trainer

Het was bloedheet op die Hemelvaartsdag van het jaar 1964. De selectie van STA kwam al om tien uur bij elkaar om zich voor te bereiden en een stevige maaltijd te nuttigen. Omdat Osinga vermoedde dat er iets te zwaar was getafeld, liet hij de spelers bij aankomst in Emmen het laatste stuk lopen naar het veld. Het bleef lang 0-0 die middag, totdat SVBO drie minuten voor tijd de beslissende goal maakte. De missie was mislukt.

,,Ik heb er later nog vaak over nagedacht’’, vertelt Luc Gerdes. ,,Achteraf denk ik dat de spanningsboog te lang is geweest. We hadden misschien beter niet om tien uur bij elkaar kunnen komen, maar gewoon het normale programma af kunnen draaien dat we anders ook deden.’’

Voor Osinga volgde na afloop nog een zure mededeling. Het bestuur liet weten niet verder te willen met de trainer. Het bleef bij dat ene jaar voor de eigengereide oefenmeester, de rekening voor zijn toch wel eigenzinnige opereren. Zo hanteerde hij bijvoorbeeld als stelregel dat er geen bestuursleden in de kleedkamer mochten komen. Iets dat tegen het zere been was van sommige bobo’s bij STA.

Ook de tanende omzet van de plaatselijke kroeg, die eveneens diende als clubgebouw, zal een rol hebben gespeeld. Osinga keerde terug naar het handballen, richtte in Ter Apel een vereniging op en verwelkomde in het eerste seizoen het gros van de jongens die hij als voetbaltrainer ook onder zijn hoede had.

Michels belt urenlang met Osinga

Na het eerste telefoontje met Rinus Michels belde ‘De Generaal’ een paar weken later terug. De Ajax-coach toonde zich andermaal zeer geïnteresseerd in de spelideeën van Osinga en wilde het naadje van de kous weten. Het gesprek tussen beide voetbaldieren duurde wel een paar uur. Opvallend waren later de parallellen tussen de speelstijl van STA en de manier waarop Ajax groot werd.

loading

De Amsterdammers werden onder de bezielende leiding van Michels vier keer kampioen, wonnen drie keer de beker en haalden twee keer de Europa Cup-finale. In 1971 won Ajax de cup met de grote oren dankzij een 2-0 zege op Panathinaikos. De Grieken wisten niet waar ze het zoeken moesten met al die Ajacieden die continu in beweging waren, van de meevoetballende keeper tot de meeverdedigende vleugelspitsen. Precies zoals STA zich in het seizoen 1963-1964 manifesteerde.

En het scheurbare shirt? Daar kon Michels kort over zijn. Het was opnieuw een revolutionair idee van Osinga, maar het druiste in tegen alle internationale voetbalwetten. Het is er nooit gekomen.

menu