Alessio Da Cruz ontpopt zich bij FC Groningen als een ware aanwinst.

De echte Alessio Da Cruz moet nog opstaan bij FC Groningen

Alessio Da Cruz ontpopt zich bij FC Groningen als een ware aanwinst. Foto: duncan wijting

FC Groningen draait de laatste weken als een geoliede machine. De nieuwe vleugelbezetting draagt daar flink aan bij. Er staan eindelijk spelers die verrassen, acties en dreiging in hun spel hebben en een goede voorzet kunnen afleveren. Eén van hen is Alessio Da Cruz. Een moeilijke jongen, zo gaat het verhaal, maar is dat wel zo?

Hij is nog maar 23 jaar en heeft al een heel voetballeven achter de rug. Voor Alessio Da Cruz is FC Groningen zijn elfde club, BAS Biddinghuizen meegerekend, want daar in de polder begon het allemaal.

De 23-jarige aanvaller gaat er eens goed voor zitten in de vanwege coronamaatregelen totaal verlaten groene kathedraal. Het is een mooi moment om in alle rust zijn levensverhaal te doen. Precies een maand woont hij nu in het Noorden, na de tumultueuze overgang van Parma terug naar Nederland. PEC Zwolle dacht de huurovereenkomst met de Italianen al rond te hebben, maar ineens was daar Mark-Jan Fledderus met zijn interventie. De technisch directeur van FC Groningen onderhield al meer dan een jaar contact met Parma, Da Cruz en zijn management en sloeg begin oktober alsnog toe met een huurcontract voor een jaar en een optie tot koop.

Mooi appartement in Abel Tasman-toren

Inmiddels heeft Da Cruz een mooi appartement gevonden op de eerste verdieping van de karakteristieke Abel Tasman-toren in Groningen-Stad. Hij kon de woning zo overnemen van de vorige bewoner, de naar Eintracht Frankfurt vertrokken Ajdin Hrustic. Met Mo El Hankouri, Azor Matusiwa en Gabriel Gudmundsson als buren en een gemeenschappelijk zwembad en sauna op de begane grond bevalt het de flankenflitser tot dusver prima in het imposante flatgebouw. Zeker nu moeders even over is, voor een koninklijk maal zorgt en op dochtertje Alina van drie past. Da Cruz en zijn ex-partner dragen gezamenlijk het ouderschap.

Het voetballen heeft Da Cruz van zijn vader, die nog in zijn geboorteplaats Almere woont. De oude Da Cruz, van Kaapverdiaanse komaf, rook bij Excelsior even aan het betaald voetbal, maar brak net niet door. Alle hoop was daarna gevestigd op de kleine Alessio, die nog heel jong was toen hij met zijn moeder meeverhuisde naar Biddinghuizen. Daar begon Da Cruz als opgroeiende kleuter te voetballen bij de welpen van BAS, totdat hij op zijn tiende werd gescout door Ajax.

,,Een jaar lang heeft mijn moeder me drie keer per week op en neer gereden van Biddinghuizen naar Amsterdam, een uur heen, een uur terug, totdat ik vier keer in de week moest gaan trainen’’, vertelt de voetballer. Dat was geen doen meer voor moeders in combinatie met haar werk, zodat werd besloten dat zoonlief om praktische reden beter weer bij zijn vader in Almere kon gaan wonen. Een doorbraak binnen de jeugdopleiding van Ajax bleef in de jaren die volgden uit, waarop het talent via een seizoen Almere City in de opleiding van FC Twente terecht kwam.

Prachtige tijd in Twente

,,Daar heb ik een prachtige tijd gehad’’, vertelt Da Cruz. Hij bleek toch bovengemiddelde aanleg te hebben, want onder trainer Alfred Schreuder schopte hij het tot zijn debuut in de eredivisie voor de Tukkers. Totdat trainer René Hake kort daarna het roer overnam in Enschede. De Drentse oefenmeester zag niet veel perspectief in de grillige aanvaller, tot ontzetting van Da Cruz die ervoor paste om terug te keren bij de beloften.

Waarschijnlijk ontstond daar het beeld van hem dat hij tot op de dag van vandaag met zich mee moet dragen, want Da Cruz heeft last van een negatief imago. Toen vorige maand duidelijk werd dat FC Groningen met hem in zee zou gaan was de eerste reactie bij velen: o, iemand met een rugzakje. De hoofdpersoon zelf, die uiterst sympathiek overkomt, moet er een beetje om lachen.

,,Ik had het er toevallig nog over tijdens een gesprekje met trainer Danny Buijs. Die zei ook dat hij zich bij mijn komst had ingesteld op een lastige jongen, maar daar kwam hij op terug. Dat is helemaal niet het geval, zei hij, je ligt uitstekend in de groep. Het is echt iets dat van vroeger uit is ontstaan. En we weten allemaal hoe het in Nederland werkt: als je eenmaal een stempel hebt, kom je er heel lastig weer vanaf. Er hoeft maar iets te gebeuren of je krijgt een reactie van ‘zie je nou wel’.’’

Opstandig

Da Cruz ontkent niet dat hij in zijn Twente-periode wel eens opstandig kon zijn. ,,Ik kwam vanuit de Randstad in de provincie terecht en dan vinden ze al snel dat je een grote mond hebt. Ik durfde me wel uit te spreken als iets me niet beviel, ja. Dan sloeg ik met de hand op tafel en dat werd dan niet zo gewaardeerd. Maar we praten over 5 jaar geleden. Het is niet iets dat je de rest van je leven zou moeten achtervolgen. Het is trouwens ook maar net hoe je ermee omgaat. Ik heb het gevoel dat ik tegen Danny Buijs alles kan zeggen, maar andersom is hij ook recht voor de raap. Daar houd ik wel van. Mensen die gewoon zeggen waar het op staat. Ik kan daar prima tegen. Volgens mij draagt het ook bij aan een goede werkomgeving.’’

Bij FC Twente betekende het einde verhaal. Da Cruz werd eerst een jaartje op huurbasis verbannen naar de absolute kelder van het betaald voetbal, FC Dordrecht. ,,Ook goed om dat eens mee te maken’’, zegt hij nu. Toen er daarna nog geen perspectief was bij FC Twente opperde zijn zaakwaarnemer dat hij met zijn kwaliteiten in Italië misschien wel tot zijn recht zou komen. Zo gezegd zo gedaan. Da Cruz vond onderdak bij Serie B-club Novara Calcio in een klein, slaperig stadje onder de rook van Milaan.

Daar stond hij dan. 19 jaar nog maar en voor het eerst op eigen benen, helemaal alleen in een vreemd land. ,,Ik werd van het vliegveld opgehaald en ging gelijk in trainingskamp.’’ In het begin leek het allemaal fantastisch. ,,Je bent toch in Italië’’, vertelt Da Cruz. ,,Mooi weer, lekker eten, een prachtig voetballand. Maar uiteindelijk loop je toch tegen bepaalde zaken aan. In de eerste plaats de communicatie. Bijna niemand spreekt er Engels. Het is ook een ander soort voetbal met anders denkende trainers. En je zit veel alleen in je huisje. Je bent en blijft toch een buitenlander. Het waren soms lange dagen, zeker in de winter.’’

Parma op de stoep

Sportief gezien ging het daarentegen als een trein. Vanaf de tweede wedstrijd stond Da Cruz bij Novara in de basis om er nooit meer uit te gaan. Het duurde maar een half jaartje of het roemruchte Parma stond voor hem op de stoep en telde liefst 3,5 miljoen euro neer. Vanaf dat moment stond de Nederlander onder contract bij de club die aan schandalen ten onder ging, maar weer de ambitie had om terug te keren naar de Serie A.

Da Cruz voelde zich uiteraard vereerd, maar de hoge transfersom die was betaald bleek ook een loden last. ,,Ik ben typisch een speler die zich vrij moet voelen in zijn hoofd om optimaal te kunnen presteren. Bij Parma had ik dat vrije gevoel niet. Er was de torenhoge ambitie van het moeten promoveren. Als jongen van negentien die voor zo’n enorm bedrag werd aangetrokken voelde ik ook persoonlijke druk. Het was nogal een omschakeling. Op de training ging het hartstikke goed, maar ik nam het gevoel wel mee de wedstrijd in.’’

Vervolgens raakte hij ook nog eens drie maanden geblesseerd aan zijn liezen. Parma begon in de tussentijd goed te draaien, lag op ramkoers voor promotie, waardoor een terugkeer in de basis er niet meer in zat. In een land waar spelers die overbodig zijn snel worden verhuurd begon Da Cruz aan een lange reis langs de meest uiteenlopende clubs. Van Spezia in het prachtige Toscane tot begin dit jaar het legendarische Sheffield Wednesday in de Engelse Championship.

Voetbalcultuur in Engeland is prachtig

,,Ik denk dat veel jongens van mijn leeftijd niet eens weten dat dat een club met zo’n groot verleden is’’, vertelt Da Cruz. ,,Dat merkte ik ook pas toen ik er was. De voetbalcultuur in Engeland is prachtig. Veel sfeer, volle stadions. Het heeft echt wel iets. De club wilde me in de zomer ook graag langer huren, maar qua voetbal moet die competitie je wel echt liggen. In Nederland krijg je wel eens een lange bal, maar daar is het alléén maar de keeper die met een verre uithaal komt. Terwijl ik juist een speler ben die de bal graag in de voet krijgt om vanuit daar iets te creëren. Ik kwam niet echt in mijn spel. Niet erg hoor, ook dat neem je weer mee in je bagage. Ik ben er wel weer een stuk volwassener geworden.’’

Blij werd hij vervolgens van de belangstelling vanuit de eredivisie. FC Groningen werd het volgende station. ,,Ik heb het altijd een mooie club gevonden. En nu blijkt het ook nog eens heel goed te gaan. Verdedigend staat het als een huis, we hebben een sterk middenveld en ook nog creativiteit op de flanken. En dan missen we nog onze absolute topspeler.’’

Het is bijna de goden verzoeken, want als Arjen Robben fit is, lijkt de teruggekeerde superster een rechtstreekse concurrent voor Da Cruz te worden op de rechterflank. Daar denkt het beoogde slachtoffer zelf toch iets anders over. ,,Ik speel op rechts, omdat de trainer dat wil. Het gaat ook heel goed, maar ik zie mezelf in de eerste plaats toch als linksbuiten of als speler die direct achter de spits speelt. Dat zijn mijn twee voorkeursplekken. Dus Robben een rechtstreekse concurrent? Eigenlijk niet.’’

Met Robben in één selectie

Hij vindt het een hele eer om samen met de 96-voudig international in één selectie te zitten. ,,Ik kijk wel een beetje tegen hem op. Ik vind het soms een beetje onwerkelijk zelfs. Daar staat toch iemand die Champions League-finales heeft gespeeld, in WK-finales heeft gestaan, bij de grootste clubs heeft gespeeld. Hij kan daar heel boeiend over vertellen. Echt interessant vind ik dat. Maar dat je dan met iemand met zo’n status op één veld staat, dat is toch wel bijzonder.’’

Zelf heeft Da Cruz ook zijn ambities. FC Groningen is een tussenstation. Uiteindelijk hoopt hij weer de stap naar het buitenland te kunnen maken. Dat lijkt vooralsnog ver weg . Hij moet eerst dermate fit worden dat hij het 90 minuten kan volhouden in de eredivisie. ,,Ik heb geen voorbereiding gehad en ben pas een maand in Groningen. Het is eigenlijk zoals de medische staf zegt: fysiek zit ik nog in de fase van de voorbereiding. Gelukkig heb ik een goed lichaam. Ik ben op die ene periode bij Parma na nooit echt geblesseerd geweest. Het gaat al boven verwachting de laatste weken. Toch heeft Groningen nog niet de speler gezien die ik kan zijn. De échte Alessio Da Cruz moet nog opstaan.’’

menu