Metteke en haar vader Abe Lenstra in de sneeuw in de jaren vijftig.

Dit is het verhaal van Metteke, de oudste dochter van Abe Lenstra: 'Pappie was een schat van een man'

Metteke en haar vader Abe Lenstra in de sneeuw in de jaren vijftig.

Abe Lenstra zou vrijdag honderd jaar zijn geworden. Ruim 35 jaar na zijn overlijden zet zijn oudste dochter Metteke graag iets recht. ,,Het heersende beeld van hem klopt niet. Mijn vader was een lieve, rustige man.’’

Metteke Lenstra was ,,een verlegen wicht’’ van acht jaar toen ze Heerenveen met haar ouders en zusje verliet, maar haar nieuwe onderwijzers in Enschede waren streng. ,,Ze dachten: dat is de dochter van Abe Lenstra, dat zal dus wel een verwend nest zijn’’, herinnert ze zich. ,,En mijn nieuwe klasgenootjes waren in het begin ook niet zo aardig. ‘Ha, Abe Lenstra is dood’, zei iemand eens. Of: ‘je vader zit in de gevangenis’.’’

Zo ging dat in 1955. Abe Lenstra was al een jaar of tien ‘De afgod van voetballend Nederland’, zoals een krant het verwoordde. Dat bracht hem roem én afgunst. ,,Op beide zat hij niet te wachten. En altijd maar die meningen over hem.’’

‘Een aparte’

Metteke Tempelmans Plat-Lenstra is nu 73 jaar. Ze krijgt ze al haar hele leven mee, de verhalen waarin haar op 2 september 1985 overleden vader als een stugge, ondoorgrondelijke Fries wordt neergezet, een aparte . Het is een stereotype dat met de jaren is blijven hangen. De oudste dochter van Abe Lenstra kan er niet eens meer boos om worden, ze weet zelf wel beter.

,, Pappie was een schat van een man, lief en rustig. Gek op gezelligheid en niet kwaad te krijgen”, zegt ze telefonisch vanuit het Spaanse Sanet y Negrals, waar ze sinds januari van dit jaar woont met haar man Rob. Het mediterrane klimaat is goed tegen artrose en astma, kwalen waarvan ze in haar vorige woonplaats Tilburg vaak last had. ,,Hier loop ik de trap weer op, heerlijk.”

Het brengt haar meteen op een anekdote van meer dan zeventig jaar geleden, die de beroemdheid van haar vader illustreert. Ze woonden nog in Heerenveen. Metteke Lenstra was een peuter en had zware kinkhoest. Er was niets tegen te doen, totdat iemand aanbood zijn vliegtuig beschikbaar te stellen.

,,Op een bepaalde hoogte zou de kinkhoest over gaan, daar hadden pappie en mammie eens iets over gehoord. Het vliegtuig was van een particulier. Die man is veertien dagen later verongelukt. Nee, pappie ging niet mee de lucht in. Hij had een hekel aan vliegen. Alleen mammie en ik gingen.’’

Het vliegen hielp. De kleine Metteke raakte van de kinkhoest af. Er waren niet meer kinderen aan boord. Het was weer zo’n privilege van Abe Lenstra, het voetbalfenomeen dat vv Heerenveen tussen 1942 en 1951 naar negen noordelijke afdelingskampioenschappen leidde en tussen 1936 en 1963 in totaal 684 doelpunten scoorde in 724 officiële wedstrijden voor Heerenveen, Sportclub Enschede, Enschedese Boys en het Nederlands elftal. Namens Oranje, waarvoor hij tussen 1940 en 1959 uitkwam, trof ús Abe in 47 interlands 33 keer doel – net zoveel als Johan Cruijff.

loading

Met pappie en mammie naar Italië

De beroemde vader van Metteke en haar ruim vijf jaar jongere zus Janneke was de Cruijff van zijn tijd. Us Abe werd Onze Abe , een mythe, aanbeden in het hele land. Metteke Lenstra was drie jaar oud toen ze om die reden al als schattige krullenbol op de voorpagina stond van de Volkskrant, de Telegraaf en Het Vrije Volk.

,,Ik ga met pappie en mammie in de trein naar Italië” , tekende de verslaggever van de Telegraaf op 19 december 1950 op uit de mond van de peuter. Maar Metteke’s vader besliste na lang wikken en wegen anders: Abe sloeg het vorstelijke aanbod van Fiorentina af, net zoals hij dat deed met dat van AC Milan, Huddersfield Town, Nîmes, Nice, Roubaix-Tourcoing, Toulouse, Le Havre, Bordeaux, Olympique Marseille, Racing Club de Paris, Monaco, Lille en Rot Weiss Essen.

Abe Lenstra hechtte aan zekerheid. In Heerenveen had hij een vaste betrekking op het gemeentehuis. En hij vroeg zich af of die honderdduizenden guldens die hem vanuit het buitenland werden voorgehouden, ooit echt overgemaakt zouden worden.

In 1955, toen al bijna niemand er meer op had gerekend, verliet het gezin Lenstra Heerenveen alsnog. Abe wilde op het hoogste niveau blijven voetballen en dat kon bij Sportclub Enschede. Metteke was acht jaar en haar zusje drie toen ze aan de rand van het plaatselijke Van Heekpark gingen wonen. Daar steeg de ster van de inmiddels 34-jarige Abe Lenstra tot nog grotere hoogten.

‘s Nachts vragen om een handtekening

,,Vanuit het hele land reden touringcarbussen langs ons huis. Georganiseerde rondtochten waren dat. Die bussen stopten en dan keken de mensen gewoon bij ons naar binnen. Ook kwamen ze ’s nachts aan de deur om een handtekening te vragen. Of ze gingen zomaar voor het raam staan. Wij vonden dat zo raar en mijn vader ook. Maar hij veranderde er niet om.’’

,,Even een bioscoopje met hem pakken ging niet. Ik vond het helemaal niet prettig dat ze hem overal herkenden en aanklampten. Dat gebeurde zelfs als we met vakantie in Italië waren. Maar eerlijk is eerlijk: soms waren de privileges leuk. We kregen gratis vuurwerk. En toen ik eens werd aangehouden omdat ik zonder licht fietste, liet die agent me zonder bekeuring door nadat ik mijn naam had genoemd.’’

,,Ik heb een fantastische vader aan hem gehad’’, zegt ze. ,,We zijn precies hetzelfde qua aard. Abe was recht door zee en een Friese stijfkop. Onrecht accepteerde hij niet. Er waren eens spullen verdwenen bij het Nederlands elftal. De KNVB wilde dat verhalen op alle internationals. Mijn vader zei: ‘Ik betaal niks, want ik heb niets meegenomen. Dan pak je die bietsers maar aan. Ik weet wie het zijn, maar dat vertel ik je niet. Dat moet je zelf maar uitzoeken.’ Zo was hij: eerlijk en rechtuit, niets anders.’’

Lachend: ,,Behalve met spelletjes. Die wilde hij altijd winnen. Zelfs met de kleinkinderen. Dan somden ze om beurten een plaatsnaam op met een A en noemde hij er eentje die helemaal niet bestond. Met kaartspelen konden we aan zijn gezicht zien dat hij loog. Iets met de ogen en de wenkbrauwen. Mijn jongste kleinkind, ik heb er twee, heeft dat ook.’’

Spontane man

Abe Lenstra hechtte aan zekerheid, dát beeld klopt. Maar een planner was hij allerminst, weet zijn oudste dochter. Eerder heel spontaan. ,,Als we bij elkaar zaten kon hij zomaar zeggen: zullen we even weg? En dan waren we vijf minuten later al op weg. Dan kregen we in de auto een blinddoek voor en moesten we vertellen waar we langs gereden waren. Die dingen bedacht hij.’’

,,Mijn eerste rijles kreeg ik van hem. Dan reden we over die Twentse landweggetjes en riep hij ineens: ‘Stop!’. Dan had hij een kievitsnest gezien. ‘Gean mar sjen’, zei hij dan, ‘der lizze trije aaien yn’. En dan klopte dat. Hij verkocht ze aan een delicatessezaak en dan had ik weer een zakcentje.’’

Abe’s dochters mochten veel, maar wel binnen het nette. Het ontbrak Metteke en Janneke aan niets. Ze droegen merkkleding en kregen de mooiste tennisrackets en hockeysticks. De Lenstra’s hadden als een van de eersten televisie. Abe reed in een Mercedes en ze gingen al heel snel naar het buitenland op vakantie – ook weer zo’n beeld dat contrasteert met wat de goegemeente dacht, namelijk dat Abe niet op reis durfde te gaan.

Tegenover al die luxe stond dan wel weer dat de meiden hun beroemde vader op zaterdagochtend moesten helpen in de tuin. Discussie was niet mogelijk. ,,Maar verder kon alles. Er kwamen vaak mensen over de vloer, zeker toen hij bij Enschedese Boys voetbalde (1960-1963, JM.) – een gezellige tijd. Onze kelder stond vol met cola en rum. Iedereen mocht zelf iets pakken. Zaterdagavond zat de kamer vol met kinderen uit de buurt. Niemand mocht van hem op straat blijven staan.’’

,,Echt, het was zo’n lieve man. Een grote schat, ook later voor mijn dochters Sandra en Cynthia. Ze kropen altijd bij hem in bed. Het beeld dat de mensen van hem hebben klopt niet. Hoe dúrven ze te zeggen dat hij stug was, denk ik dan.’’

loading

Hele hoge pijngrens

Metteke sprak altijd Fries met haar ouders, ook in Enschede. Ze ging daar aanvankelijk naar de openbare school, net als in Heerenveen. Haar zusje ging vrij vlot naar een particuliere school. Metteke volgde dat onderwijs ook nog een jaar, voordat ze naar de mulo ging. Daarna volgde ze een opleiding tot tandartsassistente en na haar huwelijk met Rob Tempelmans Plat werd ze huisvrouw.

Ze moesten trouwen, dat was niet best in het Nederland van eind jaren zestig. ,,Pappie heeft vier dagen niks tegen me gezegd. Daarna was het klaar. Ik wist: hij trekt vanzelf weer bij, want hij is toch nooit lang kwaad. En hij deed ook niet raar tegen me, hij zei gewoon niets. Het was stilzwijgend aan tafel.’’ Lachend: ,,Mammie was vreselijk kwaad.’’

Vooral de geborgenheid, het knusse in huize Lenstra is een herinnering die Metteke Tempelmans Plat altijd bij zich is blijven dragen. ,,We hadden van die vaste familierituelen. Vaak haalden we hem van de training. Dan kregen we frietjes in een puntzak. En elke zaterdagochtend haalden we gebakjes bij de bakker. Die aten we dan ’s avond met ons vieren op, dat was vaste prik. Ik heb die traditie nog heel lang volgehouden met mijn eigen gezin. Ook op pappie’s verjaardag heb ik nog heel lang gebakjes gehaald.’’

Vrijdag zou Abe Lenstra honderd jaar geworden zijn. Een bijzonder, maar abstract idee voor zijn oudste dochter. ,,Hij is er al zo lang niet meer’’, verzucht ze. Zijn plotselinge overlijden op 64-jarige leeftijd, op 2 september 1985 aan een hartstilstand, was een grote schok. Acht jaar eerder had Abe Lenstra drie zware hersenbloedingen ternauwernood overleefd, nu ging het juist weer heel goed met hem.

,,Ik kon het niet geloven’’, zegt Metteke. ,,Hij zei altijd: ik kom er weer bovenop. Ik denk dat hij een heel eind gekomen was. Eerst zat hij in een rolstoel, maar op het laatst liep hij alweer met een drietand. Hij zei ook: ik kan straks weer helemaal lopen hoor. Ik had er wel vertrouwen in. Hij had ook een hele hoge pijngrens. Toen ik van Sandra was bevallen, zei de dokter: ‘je vader had beter het kind kunnen krijgen, want hij heeft nooit pijn’. We hebben hem nooit horen klagen, nooit. Onvoorstelbaar.’’

,,Toen pappie overleed woonden we in Frankrijk. Mijn man werkte als ingenieur bij Texas Instruments en we zijn vaak verhuisd. Ik was ziek en niet bereikbaar. Rob werd op zijn werk gebeld. Hij kwam thuis en zei: ‘ik moet je wat vertellen, je vader is overleden’. Ik zei nog: jouw vader? Want die was ouder. De volgende ochtend zijn we naar Nederland gereden. De buurvrouw, ook een Nederlandse, had het al op de wereldomroep gehoord.’’

Commercie en reclame

Van afstand – ze woonde intussen in Tilburg - volgde Metteke Lenstra na het overlijden van haar vader hoe de mythe in stand werd gehouden. Het oude stadion kreeg in 1986 zijn naam, het nieuwe in 1994 eveneens, er kwam een standbeeld en in 1995 volgde een groot theaterspektakel in de arena van SC Heerenveen.

Mooi en heel eervol, vindt zijn oudste dochter. Minder leuk werd het toen de commercie erop dook. Dat leidde uiteindelijk zelfs tot een verwijdering tussen de club en (een deel van) de familie Lenstra.

Metteke Lenstra: ,,Het werd steeds meer. En alles gebeurde zonder overleg met ons. Opeens verscheen er op het grote scherm reclame over een Abe-kledinglijn of parfumlijn waar we niks van wisten. Later kwam dat reclamespotje van Univé erbij. Mammie vond dat vreselijk. ‘Kan dat zomaar?’, vroeg ze ons. Toen zijn Rob en ik namens haar naar de club gegaan en hebben we gezegd dat het moest stoppen. Niks geen reclame meer, klaar. Laat ons met rust. Mammie vond het sowieso naar dat ze telkens moest opdraven. Naarmate ze ouder werd, werd de herinnering aan pappie steeds meer confronterend.’’

Hil Lenstra overleed in 2011. Met haar zus Janneke heeft Metteke Lenstra al jaren geen contact meer. Abe Lenstra’s jongste dochter was het niet eens met de zakelijke opstelling van Hil en Metteke. Temeer omdat ze vond dat de familie Lenstra veel privileges had gekregen van de club.

Metteke’s gevoelens daaromtrent blijven privé. Een ding weet de oudste dochter van Abe Lenstra zeker. ,,Als pappie was blijven leven, was het met al die reclame en commerciële uitingen nooit zo ver gegaan. Hij was daar helemaal de man niet naar.’’

menu