Ronald Koeman met Barcelona-president Josep Maria Bartomeu tijdens de presentatie van de trainer in Barcelona.

Met Ronald Koeman bij Barcelona heeft Nederland eindelijk weer een coach in de absolute top

Ronald Koeman met Barcelona-president Josep Maria Bartomeu tijdens de presentatie van de trainer in Barcelona. Foto: EPA/Alejandro Garcia

Met Ronald Koeman aan het roer bij Barcelona heeft Nederland eindelijk weer een coach in de absolute top van Europa, een situatie die de laatste jaren almaar zeldzamer werd. Wat zegt dat?

Met toeters en bellen werd Ronald Koeman deze week onthaald in Camp Nou, als hoofdrolspeler van een multimediale, grootse presentatie bij FC Barcelona. Een blonde voetbaltrainer van 57 jaar, opgegroeid in Groningen, voor even het middelpunt van de internationale voetbalwereld.

,,Daar mogen we toch hartstikke trots op zijn?’’, vraagt Rob Jansen retorisch. De zaakwaarnemer van Koeman is zojuist geland vanuit Barcelona. ,,Een volledig Nederlandse staf bij een van de grootste clubs ter wereld. Met Alfred Schreuder erbij, en Henrik Larsson is ook een halve Nederlander. Dat is toch geweldig?’’

Jansen klinkt nog altijd licht euforisch. Niet zo vreemd ook misschien: hij heeft als intermediair zojuist voor drie trainers een grote deal gesloten in Catalonië. Maar ook nuchter beschouwd heeft hij best een punt natuurlijk. Met Koeman werkt er eindelijk weer eens een Nederlandse voetbaltrainer in de wereldtop.

De laatste jaren was het armoe troef met Nederlandse coaches

Tien of twintig jaar geleden was dat eerder regel dan uitzondering, maar anno 2020 was het al een tijdje geleden: Louis van Gaal nam in 2016 met de FA Cup afscheid van Manchester United, maar een daverend succes was die periode ook niet echt. De laatste jaren was het armoe troef met Nederlandse coaches, voorheen zo’n succesvol en veelgeroemd exportproduct.

Er was zelfs een moment, nog niet zo lang geleden, dat slechts twee (!) Nederlandse trainers actief waren in een buitenlandse, Europese competitie. Het was december 2017: Arno Pijpers was trainer van FC Flora Talinn in Estland, terwijl Ricardo Moniz degradatievoetbal speelde met FC Randers in Denemarken.

Het Nederlandse voetbal verkeerde in de diepste crisis uit de moderne geschiedenis. Oranje had wéér een toernooi gemist – deze keer het WK in Rusland – en die status was feilloos terug te zien op de internationale markt der voetbaltrainers.

Romantisch, naïef, ouderwets en stronteigenwijs

De Nederlandse trainer was stilaan compleet uit de mode geraakt, als ware hij een BlackBerry-telefoon, schoudervulling of een faxapparaat. Het heersende imago, kort samengevat? Romantisch, naïef, ouderwets en stronteigenwijs.

Met de komst van Koeman naar Camp Nou is het, uiteraard, niet opeens hosanna. Het is nog maar de vraag of zijn werk bij Barça een succes wordt, met alle problemen die er zijn bij de club. En uiteindelijk zullen zijn Nederlandse collega’s in het buitenland eerst maar eens moeten presteren.

‘Dat soort golfbewegingen is er altijd geweest’

,,Maar als het een beetje aardig gaat, ga je dat effect zeker merken in de rest van de voetballerij’’, denkt Jansen. ,,Zo werkt dat met spelers ook: de reanimatie van het Nederlands elftal werkt overal door, ook in de categorie onder de top. Als Oranje goed presteert, groeit automatisch de status van spelers en trainers in het buitenland. Dat soort golfbewegingen is er altijd geweest.’’

Toch heeft de huidige Nederlandse voetbaltrainer nog lang niet het aanzien van de Duitse of Spaanse coach. Als je Koeman en Van Gaal als op zichzelf staande, sterke persoonlijkheden beschouwt, is de spoeling daarna nog vrij dun. Terwijl het achter Jürgen Klopp, Julian Nagelsmann en Thomas Tuchel juist krioelt van de Duitsers, tot in de eredivisie aan toe.

Een situatie als in de Nederlandse glorieperiode – ingezet in de jaren 90 – is nog tamelijk ver weg. Ga maar na: Johan Cruijff en later Frank Rijkaard bij Barcelona. Guus Hiddink bij Real Madrid en Chelsea. Dick Advocaat bij Rangers en Zenit Sint-Petersburg. Louis van Gaal bij Barcelona, Bayern München en Manchester United. Leo Beenhakker in twee periodes bij Real Madrid. Co Adriaanse bij FC Porto.

Voetbalpolitiek en de machtsstructuren

Wie het positief wil zien: Peter Bosz kreeg bij Bayer Leverkusen een herkansing in de Bundesliga en maakte er naam met zijn hyperoffensieve speelstijl. Schreuder had minder succes bij Hoffenheim, maar kreeg als assistent-trainer van Ajax wél de kans op het hoogste Duitse niveau en zit straks op de bank in Barcelona. Pepijn Lijnders is vertrouwensman en rechterhand van Klopp bij Liverpool.

Maar met ogenschijnlijk beloftevolle trainers zoals Phillip Cocu, Frank de Boer, Jaap Stam en Giovanni van Bronckhorst loopt het moeizamer. Cocu en De Boer begonnen hun buitenlandse avonturen bij grote clubs – Fenerbahçe en Internazionale – maar een succes werd dat niet bepaald. Deze generatie trainers heeft nog lang niet de status van pakweg Rijkaard, Hiddink of Beenhakker.

,,Vergis je niet, de internationale voetbalwereld heeft enorme verschuivingen doorgemaakt de laatste jaren’’, zegt Guido Albers, manager van onder anderen De Boer en Van Bronckhorst. ,,Wat vooral veranderd is: de voetbalpolitiek en de machtsstructuren die daarbij horen. De invloed van agenten en technisch directeuren op de spelers- en trainersmarkt is onvergelijkbaar met tien of twintig jaar geleden. Wij Nederlanders hebben in dat opzicht echt terrein verloren.’’

Grote spelersagenten beheersen de spelersmarkt

Wat Albers schetst: de internationale voetbalmarkt wordt anno 2020 voor een groot deel gestuurd door netwerken van grote spelersagenten, ieder met hun tentakels bij vaak grote clubs. Mannen als Kia Joorabchian, Jorge Mendes en Mino Raiola beheersen de spelersmarkt, maar hebben vaak ook een grote stem in de bestuurskamers van clubs.

,,Heel veel trainers, maar ook technisch directeuren komen bijvoorbeeld uit de Spaanstalige of Portugese hoek’’, zegt Albers. ,,Txiki Begiristain bij Manchester City, Antero Henrique bij Paris Saint-Germain, tot voor kort Raúl Sanllehí bij Arsenal. Velen hebben zélf ook weer agenten. Alles is met elkaar vervlochten. Onderling bepalen zij voor een heel groot gedeelte wie waar trainer wordt, of scout, en waar welke spelers worden gehaald. Het is geen toeval dat een Spaanse directeur vaak een Spaanse trainer haalt, of op zijn minst iemand uit hetzelfde netwerk.’’

Hoe lopen de hazen?

Nederlandse coaches zijn niet slechter of beter in hun vak dan vroeger, vindt Albers. Zeker niet na de inhaalslag van de laatste paar jaar. Wel hebben ze volgens hem een heel andere slag gemist. ,,Als het gaat om het beheersen van de zogenoemde buitenwereld, de voetbalpolitiek, kunnen ze nog heel veel leren. Je kunt wel heel goede oefenstof hebben, of een heldere visie, maar je ontkomt niet aan het politieke belangenspel eromheen. Op de Nederlandse trainerscursus wordt daar veel te weinig aandacht aan besteed, vind ik. Misschien zijn we er ook wat te nuchter of naïef voor. Frank (de Boer, red.) is daar echt tegenaan gelopen bij Inter en Crystal Palace. Hoe lopen de hazen binnen, maar vooral ook rondom zo’n club? Dat móét je helder hebben als moderne trainer in het buitenland. En leer je talen! De Spaanse, Portugese en Zuid-Amerikaanse invloeden zijn heel groot geworden.’’

Koeman en Van Gaal zijn zó ervaren, en hebben als grote persoonlijkheden een dusdanige naam opgebouwd, dat ze zich veelal kunnen onttrekken aan dat hele spel. Maar hoe gaat dat met de rest in de komende jaren? Halen die de achterstand op Spanjaarden, Duitsers of Italianen nog in, vanuit de zo bescheiden eredivisie? Erik ten Hag is sinds zijn prestaties met Ajax in de Champions League een gearriveerde naam, een coach die eind 2019 nog te gast was op een galadiner met de allergrootste trainers ter wereld. Maar ook hij zou zomaar kunnen verzuipen als hij straks niet de juiste keuze maakt.

‘Vakmanschap komt uiteindelijk altijd bovendrijven’

,,Toch hoort dat er soms óók bij’’, vindt Jansen. ,,Iedere trainer loopt krasjes en littekens op. Ook Ronald Koeman heeft een paar deuken. Ik geloof erin dat vakmanschap uiteindelijk altijd komt bovendrijven. Cocu doet het hartstikke goed bij Derby County. Van Bronckhorst is low profile begonnen in China, maar die gaat ook zijn kansen krijgen, hoor.’’

Een handig opstapje kan helpen: toen Cruijff nog leefde, hielp hij Rijkaard met succes aan een job bij Barcelona. Maar uiteraard gaat het ook om prestaties, om successen, voortkomend uit vakmanschap. En ervaring telt. Op het WK in 2006 waren liefst vier Nederlandse bondscoaches actief, onder wie drie routiniers: Advocaat, Hiddink en Beenhakker.

John van ’t Schip is momenteel de enige actieve bondscoach, bij Griekenland. In het buitenland zijn verder vooral trainers in kleine voetballanden actief. Alex Pastoor werkt bij het Oostenrijkse SCR Altach en Jaap Stam bij FC Cincinnati. De in eigen land onbekende Robert Alberts is de baas bij Persib Bandung in Indonesië. Gaat ook die categorie indirect meeprofiteren als Koeman het goed doet bij Barça? Of als Ten Hag straks succesvol is bij bijvoorbeeld Borussia Dortmund?

Jansen is ervan overtuigd. ,,Zelfs een succes van Ajax in Europa kan grote impact hebben bij de kansen van Nederlandse trainers. En vergis je niet: de Nederlandse opleiding heeft nog steeds een grote status in heel de wereld, hè. Een paar jaar geleden dachten we dat alles slecht was, maar we mogen best wat optimistischer zijn, minder cynisch ook. Als klein landje hebben we prachtige uithangborden in de voetbalwereld. Die bron is nog lang niet opgedroogd.’’

menu