Het dagelijks leven weer bijna normaal voor sprintzusjes Sedney

Het dagelijks leven weer bijna normaal voor sprintzusjes Sedney ANP

Het coronavirus heeft veel topsporters geraakt en nu langzaam de maatregelen tegen de bestrijding van het longvirus worden versoepeld, pakken ook de sprintzusjes Naomi (25) en Zoë (18) Sedney het trainen weer op. "Het was wel even heftig. Het is niet het belangrijkste met alles wat er speelt, maar het is wel mijn leven en baan die ineens stilliggen", aldus de oudere zus en vaste waarde van de estafetteploeg op de 4x100 meter.

Dan is opeens alles anders hè?

Naomi: Alles is nu vooral onbekend. Hoe gaat de voorbereiding op de Olympische Spelen eruit zien? Nog niet zo lang geleden wist ik precies hoe de aanloop naar Tokio eruit zou zien en nu is dat niet zo. We weten niet hoe alles gaat lopen. Of bijvoorbeeld trainingsstages door kunnen gaan zoals we gewend zijn of niet. We hebben in ieder geval veel meer tijd om te trainen en gelukkig kan dat met enige veiligheidsrestricties weer op Papendal.

Er weer bij zijn in Tokio was je doel. Wat zijn nu jouw doelen?

Naomi: We hadden ons al zo goed als geplaatst en waren volop bezig om het in Tokio beter te doen dan vier jaar geleden in Rio de Janeiro. Destijds lagen we er al na de series uit. Ik had goede hoop dat we deze keer echt mee kunnen doen om de medailles. Ik dacht ook weer een goede kans te maken om onderdeel van het team uit te maken. Nu alles een jaar is uitgesteld is het allemaal nog onduidelijk. Voor de komende tijd heb ik ook niet heel specifieke doelen. In het algemeen gewoon beter worden. Het is natuurlijk voor iedereen een gekke tijd en ik probeer die zo goed mogelijk door te komen.

Zoë, de Spelen in Tokio komen voor jou waarschijnlijk nog te vroeg, maar je bent al aardig bezig op jouw jonge leeftijd en hebt verschillende jeugdrecords uit de boeken gelopen. Is het een voordeel om een oudere zus te hebben die ook sprintster is?

Zoë: Ja. Alles wat soort van nieuw hoort te zijn wist ik eigenlijk al via Naomi. Dat is wel voor mij het grootste voordeel. Vooral bij grote nieuwe bijeenkomsten. Zoals toen ik voor het eerst op Papendal was. Naomi trainde hier al en veel mensen kenden mij al via haar. Dat maakte het allemaal minder spannend.

Hebben jullie weleens samen getraind?

Naomi: Nee, nog niet één keer. Ik woon ook in Arnhem en zij in Zoetermeer.

Zoë: Ik train in Rotterdam en een keer per week op Papendal. Ik zie Naomi dus ook niet veel. Ik denk ook dat het komt door het leeftijdsverschil. We schelen op 2 dagen na 7 jaar en zaten altijd in een andere leeftijdsgroep.

Naomi: Het is niet dat we het niet willen. Ik was al vertrokken vanuit Zoetermeer naar Arnhem toen zij serieus begon te trainen.

Zie je dat nog wel een keer gebeuren?

Zoë: Misschien op estafettetraining. Ik concentreer mij nu op de 200 meter en de horden. Toch zou ik uiteindelijk net als Naomi ook estafette willen lopen. Het lijkt mij leuk om dat toe te voegen, maar het is nu nog niet een must.

En dan samen in een team?

Zoë: We hebben altijd gezegd dat we dat heel leuk zouden vinden.

Naomi: Ik weet alleen niet of dat in de praktijk ook zo is. Je bent met familie wel anders dan met mensen met wie je samenwerkt. Je bent veel kattiger als het fout gaat. Je kan meer van elkaar hebben en je bent harder tegen elkaar.

Zoë: Je zou elkaar eerder de waarheid vertellen.

Naomi: Dus het kan of heel leuk zijn of een kleine ramp, haha.

Lijken jullie als sporters op elkaar?

Naomi en Zoë tegelijk: Nee.

Zoë: We hebben een heel andere bouw. Ik loop meer op paslengte en zij meer op kracht.

Naomi: Zoë heeft een veel natuurlijkere loop en een betere loop dan ik. Zoals zij vroeger al liep was het al in orde. De basis was best goed. Hoe ik liep sloeg echt helemaal nergens op. Het was snel maar het was echt idioot en leek nergens op. Het heeft wel even geduurd voordat ik dat eruit kreeg. We gaan allebei steeds meer richting hetzelfde ideaal. Toch blijf je het verschil van nature wel zien. Ik zal nooit zo mooi op souplesse kunnen lopen, zoals zij nooit op kracht zal kunnen lopen.

Lijken jullie qua persoonlijkheid wel op elkaar?

Naomi: Ja, dat wel. We hebben hetzelfde temperament en denken over veel dingen hetzelfde. We delen ook dezelfde irritaties. Als we in gesprek zijn met meerdere mensen en iemand zegt iets doms dan kunnen we elkaar echt aankijken van wat is dit nou weer. Zo'n blik van: dit is zo'n onzin.

Waar ergeren jullie je dan aan?

Zoë: Domme dingen. Domme opmerkingen. We hebben gewoon niets met domme mensen. Als iemand iets onwaars met grote overtuiging verkondigt en daar dan aan vasthoudt. Zelfs als wij alles uitleggen en met feiten komen.

Naomi: We kunnen ook niet tegen nare geluidjes. Zoals krassen of als mensen nerveus lopen te tikken.

Zoë: Zeker. Ik hou er ook niet van als mensen te luid zijn. En het kraken van botten, daar heb ik echt een hekel aan. Maar dat is nou juist wat Naomi veel doet, haha.

Naomi: Dat is een beetje mijn tic en dat vindt Zoë absoluut niet fijn.

Weten jullie dat allemaal van elkaar?

Zoë: Wij hebben eigenlijk weinig woorden nodig. We doen veel met blikken en voeren in gedachte een gesprek.

En bemoeien jullie je weleens met elkaar op sportgebied?

Naomi: Heel weinig. Op het moment dat ik goed was en Zoë serieus aan de weg begon te timmeren mocht ik haar absoluut niet helpen. Ik wilde haar een tip geven bij een wedstrijd, nou dat mocht dus absoluut niet. Daar was ik niet voor. Ik moest stil zijn en juichen. Inmiddels mag ik iets meer mijn mening geven en luistert ze af en toe als ze er zin in heeft.

Zoë. Ik wilde gewoon dat ze er was als publiek, niet als coach. Ze mocht me wel aanmoedigen, maar verder niets.

Naomi: Toen kon ik haar nog tips geven, maar luisterde ze niet. Nu luistert ze beter, maar heb ik haar weinig meer te vertellen. Ze heeft nu zo'n hoog niveau en ook met horden, ik kan daar niets meer over zeggen.

Hoe is jullie band?

Naomi: Die is heel goed. We kunnen goed met elkaar praten en niet alleen over atletiek. Juist niet, andere gesprekken zorgen voor een fijne afleiding. We volgen elkaar ook goed, al kunnen we elkaar wedstrijden vaak niet kijken.

Zoë: Via livestreams en resultaten live kijken online lukt het meestal goed. De hele familie volgt ons.

Naomi: Diegene die als eerste refresht heeft gewonnen. 'Ja kijk, ik heb als eerste de uitslag!', staat er dan in de familie-app. Papa en mama maken er echt een wedstrijdje van. Toch heeft onze familie nooit echt in het teken van atletiek gestaan. We hebben nog twee zussen, Amy en Megan, en zij hebben weer hele andere interesses.

Zoë: Als het even wat minder gaat in onze sport dan zoeken we elkaar wel op. Naomi heeft veel ervaring en daar heb ik zeker veel aan. Ik denk dat we elkaar ook goed begrijpen als het even wat minder gaat. Veel mensen zullen het niet begrijpen, omdat het maar één wedstrijd is. Wij wel.

Naomi: We weten wat we aan elkaar hebben. Hoe we op elkaar moeten reageren. Als zij heel erg baalt over een wedstrijd dan kan ik beter gaan praten met haar. Soms reageert mama of onze zusjes en dan denk ik: zo moet het nou niet.

Zijn er dingen waar jij je zusje verder nog mee kan helpen?

Naomi: Ja haar voeding moet anders, maar dat weet zij ook. Ze heeft nog niet helemaal een topsportdieet.

Zoë: Ik heb nog geen dieet, maar dat komt wel. Ik ben niet zo van de groentes en eet gewoon wat mijn ouders maken. Ik heb het er wel over met mijn coach, maar nu is het nog niet nodig. Ik heb in ieder geval geluk dat ik niet vaak in de buurt van de McDonald's kom.

Naomi: Wat ik ook nog wel mee wil geven aan Zoë is dat ze zich niet te veel druk op moet leggen. Dat heb ik wel altijd gedaan. Of het er uitkomt is van zoveel factoren afhankelijk. Ik wil die grote druk niet opleggen. Het is wat het is en het wordt wat het wordt. Ik ga mezelf niet heel ongelukkig maken op de weg ernaartoe. Tot nu toe gaat Zoë gelukkig heel goed met de druk om. Natuurlijk blijft de finale halen in Tokio en hopelijk een medaille het doel voor mij.

Zoë: Ik wil individueel minimaal een finale halen in Parijs of Los Angeles.

Naomi: Er is nog een hele lang weg te gaan daar naar toe, zeker in deze tijd. Het dagelijks leven is bijna weer normaal op sportief gebied, met uitzondering dan van al het afstand houden. Natuurlijk zitten we nog veel meer binnen dan voor de coronacrisis en kan ik niet zo makkelijk met vriendinnen afspreken zoals ik gewend ben, maar daar heeft iedereen last van.

menu