Curator Wim Entzinger voor stadion de Langeleegte in Veendam, april 2010.

Het vergeten faillissement van BV Veendam, deel 4: Het nachtelijke telefoontje dat BV Veendam redde

Curator Wim Entzinger voor stadion de Langeleegte in Veendam, april 2010. Foto: Archief DVHN

SportClub Veendam verdween in 2013 uit het profvoetbal, maar drie seizoenen daarvoor (op 12 mei 2010) werd ook al het bankroet over de club uitgesproken. Via een Houdini-act kon dat worden teruggedraaid. Nu, tien jaar later, blikken we in een korte serie terug op dit door menig voetbalfan bijna ‘vergeten faillissement’. Vandaag deel 4: hoog spel van de curator.

Het was laat, heel laat, weet Wim Entzinger nog toen hij op donderdag 13 mei 2010, net was aangesteld als curator van de vers failliete boedel van BV Veendam. ,,Het was zo rond 12 uur ’s nachts. Ik lag nog niet op bed, ik werkte vaak tot laat door.’’ Terwijl Entzinger nog over zijn paperassen gebogen zat, ging zijn telefoon. Het bleek het belletje te zijn waarop hij had gehoopt.

Entzingers bemoeienis bij BV Veendam was een paar weken daarvoor, op 1 april 2010, begonnen. Toen al werd duidelijk dat de club zonder suikeroom Jan Lambeck veel moeite had om financieel overeind te blijven. Lambeck, die in juni 2009 overleed, stopte de club regelmatig iets toe of stond garant voor de komst van een speler, zoals bleek uit de reconstructie die deze krant in september 2013 maakte. In het begin van 2010 was het water Veendam al tot aan de lippen gestegen en op 1 april zat er niets anders meer op dan surseance van betaling aan te vragen, doorgaans het voorportaal van een faillissement.

‘Faillissement in betaald voetbal is echt einde verhaal’

Dat leek ook nu het geval, al wilde Entzinger, die direct werd aangesteld als bewindvoerder, daar aanvankelijk niet van weten.

,,Ik wilde er alles aan doen om dat juist te voorkomen’’, zegt hij. ,,En dat heeft een reden: een gewoon bedrijf dat failliet gaat kan in veel gevallen na een doorstart in afgeslankte vorm door . Dat kan nu eenmaal niet in het betaald voetbal. Een faillissement is dan echt einde verhaal, simpelweg omdat je de licentie om profvoetbal te spelen kwijtraakt. Waarschijnlijk omdat ik als oud-voorzitter van FC Groningen en bewindvoerder van Cambuur Leeuwarden de nodige ervaring had, werd ik door de rechtbank benaderd. En omdat ik voetbal heel leuk vind, wilde ik maximaal proberen een faillissement van BV Veendam te voorkomen.’’

Makkelijk was het niet, weet Entzinger. ,,In alle gevallen is een surseance van betaling ingewikkeld . Je moet veel mensen overtuigen om mee te helpen en heel veel rekensommetjes maken. Maar in het geval van BV Veendam waren die rekensommetjes ook nog eens heel erg ingewikkeld. Ik slaap altijd goed gelukkig, maar ik heb hier wel buikpijn van gehad.’’

Dat laatste kreeg Entzinger vooral van de vordering van 1,2 miljoen euro op Jans Norder. Het oud-bestuurslid had, zo blijkt ook uit de genoemde reconstructie, willens en wetens een contract getekend dat hij niet kon nakomen, maar dat louter diende om de KNVB-licentie veilig te stellen. Norder zou Veendam 1,2 miljoen euro betalen, zodat Veendam in elk geval op papier een sluitende begroting had. ,,Iedereen wist ervan’’, zegt Norder nu, nog steeds kwaad. ,,Van bestuur tot aan de commissarissen, maar iedereen leed en lijdt nog steeds massaal aan geheugenverlies.’’

‘Contract was kraakhelder’

Entzinger wist niét van die constructie om de KNVB te misleiden. ,,Ik kwam natuurlijk pas op 1 april als bewindvoerder bij de club binnen en ik heb alleen te maken met wat ik op papier zag staan. Dat contract was kraakhelder, Norder moest betalen. Ik heb hem voor de keus gesteld: of je houdt je aan het contract, of ik stel je aansprakelijk wegens onbehoorlijk bestuur.’’

Norder gaf geen krimp. Op 28 april vroeg Entzinger daarom het faillissement van BV Veendam aan. ,,Het was een wake-up call’’, zegt hij. ,,Ik moest mensen in beweging zien te krijgen. Dat leek te lukken, want er werden direct toezeggingen gedaan door sponsors. Er kwam geld binnen en een redding leek in zicht.’’ Reden voor de bewindvoerder om de faillissementsaanvraag al de volgende dag terug te trekken, nog voordat de rechtbank zich had uitgesproken.

Echter , nog altijd had Norder niet bewogen en dat was wel nodig om het plan van Entzinger te doen slagen. Niet alleen de verplichtingen van het lopende seizoen moesten worden voldaan, de KNVB verlangde ook een sluitende begroting voor het seizoen 2010-2011. Entzinger probeerde het nog een keer bij Norder. ,,Ik zei: wil jij het nu op je geweten hebben dat Veendam er straks niet meer is?’’ De Pekelder bleef weigeren.

Droefenis, huilende supporters

En zo zaten voorzitter Max Becherer en Entzinger op woensdag 12 mei 2010 schouder aan schouder op een beladen persconferentie. Met de armen om elkaar heen wachtten supporters het naderend onheil af, spelers stonden geschokt te luisteren.

Entzinger meldde dat hij die ochtend om 10 uur alle personeelsleden van Veendam persoonlijk had ontslagen, nadat de rechtbank in Groningen het faillissement van de club had uitgesproken. Droefenis op het gezicht van icoon Martin Drent, huilende supporters. Geen moment leek nog een ontsnapping mogelijk.

Een dag later, zo tegen middernacht, was daar ineens het telefoontje aan Entzinger. Het was iemand die zei namens Jans Norder te spreken.

,,Degene die toen belde, van wie ik de naam niet wil noemen omdat ik niet weet of die persoon dat wil, vroeg of er nog iets ‘aan de zaak te doen’ was. Toen wist ik: dit gaat goed komen. We gaan dit faillissement toch nog voorkomen.’’

Houdini-act brengt redding

Dat gebeurde, de Houdini-act slaagde. Entzinger kreeg de toezegging van Norder dat hij vier ton zou betalen en dat Henk-Jan Hoekman, een ander oud-bestuurslid van de club, twee ton zou bijdragen. Met de bedragen die bovenop die zes ton via allerlei kanalen waren losgekregen, waaronder acties onder sponsors en supporters, kon Entzinger BV Veendam redden. Met die toezeggingen op papier kon BV Veendam succesvol in beroep tegen het een dag eerder uitgesproken faillissement.

Het was een ware ontsnapping waar Entzinger - tegenwoordig huisadvocaat van FC Groningen en nog steeds in voorkomende gevallen curator - nog met regelmaat aan terugdenkt. Of hij trots is op zijn Houdini-act? Misschien een beetje. ,,De club is een tweede kans gegeven, zo zie ik dat. We hebben ervoor gezorgd dat de club niet al in 2010 verdween.’‘


menu