In de rubriek Uit het Plakboek nemen we historische personen, clubs en gebeurtenissen uit de sportwereld onder de loep. Vandaag: de 76-jarige oud-coureur Theo Bult, die het Asser publiek vijftig jaar geleden op de banken kreeg door tweemaal naar het TT-podium te stomen.

In zijn gehuurde caravan op het rennerskwartier kon Theo Bult zijn ogen bijna niet geloven. Natuurlijk wist hij dat de TT van Assen populair was onder het volk, maar zoveel mensen bij elkaar? ,,Eén grote massa’’, herinnert hij zich. ,,Ik heb dat als een wonder beleefd.’’

Vuurdoop

Bult praat over zijn vuurdoop in Assen in 1970, een jaar voordat hij zijn grootste successen beleefde op het TT Circuit. Uiteraard kon hij op de sympathie van het publiek rekenen, maar tegen gevestigde namen als Rodney Gould en Phil Read uit Groot-Brittannië was in de 250cc niet op te boksen. Op zijn Yamaha werd Theo achtste, vier seconden achter de Zweed Börje Jansson. Eerste Nederlander werd Cees van Dongen, op plaats zes, één van Bults jeugdhelden. Ook in de 350cc raasde hij over de baan in een gevecht met de Zweed Kent Andersson om plek vijf, maar door mechanische problemen viel hij uit.

Ondanks deze teleurstelling smaakte het debuut naar meer. In 1971 stond hij er dan opnieuw, de 26-jarige Tukker uit Lonneker, een dorpje vlak bij Enschede. Zijn resultaten bij de wedstrijden her en der vóór de TT waren zeer hoopgevend. Zeges had Bult al behaald onder meer op het circuit van Tubbergen, waar hij als jongeling naartoe ging en verliefd werd op de motorsport. ,,Er was zelfs iemand die tegen mij zei dat ik de TT kon winnen’’, weet hij nog.


loading

Sleutelen

Voor 1971 kreeg Bult de beschikking over twee Yamsels (een samenvoeging van een Yamaha-krachtbron in een Seeley-frame), gesponsord door Ton Riemersma. Bij het vervoer naar de wedstrijden werd Bult geholpen door wijlen en mister TT Jaap Timmer. Sleutelen aan de fiets deed hij vervolgens op eigen houtje en vijftig jaar geleden betekende dat niet dat je bij voorbaat kansloos was. Bult: ,,Iedereen reed met gelijkwaardig materiaal. Mijn mazzel was misschien wel dat ik in die tijd ging racen. Als je alleen maar fabrieksrijders voor je hebt, dan heb je geen schijn van kans.’’

Het werd een geweldige TT voor Bult. In de 250cc passeerde als hij tweede de meet achter zevenvoudig wereldkampioen Phil Read. In de daaropvolgende race werd het een derde plaats, achter weer Phil Read en winnaar Giacomo Agostini. Agostini won die dag ook de 500cc.

De punten in het wereldkampioenschap stroomden binnen en Bult eindigde in het klassement in de 350cc uiteindelijk op een knappe vierde plaats en in de 250cc op plek tien. ,,En ik kwam lang niet op alle circuits in actie’’, zegt hij. ,,Ik werkte op de universiteit in Twente, dus ik kon niet zomaar vrij nemen. In de zomer nam ik onbetaald verlof en in die periode gingen we naar de TT, België, Oost-Duitsland, Tsjechië en aan het eind van het seizoen kwam daar Monza nog bij. Stel dat ik alles gereden had, wie weet wat ik dan had kunnen neerzetten.’’

Zwaar ongeluk

De twintiger kon daarna natuurlijk nog jaren mee, maar de TT’s van 1970 en 1971 waren zijn enige keren op het Drentse asfalt. Dat heeft alles te maken met een zwaar ongeluk op de motor, eind 1971. ,,Bij een race in Brabant ging het mis’’, herinnert de Tukker zich.

,,Ik lag halve ronde voor op mijn achtervolgers, maar ik dacht: een beetje doorgassen, want dat vindt het publiek leuk. Toen ging ik eraf met een highsider en liep daarbij een rugwervelfractuur op. Vervolgens heb ik drie maanden platgelegen. Toen heb ik het besluit genomen om te stoppen met racen. Ik was begonnen met racen om te kijken in hoeverre ik dit zou kunnen. Ik werd vervolgens viermaal Nederlands kampioen, en eindigde in twee klasses bij de top tien van de wereld. Doorgaan zou betekenen prof worden en stoppen met werken.”

Achter de schermen

Achter de schermen bleef Bult actief in het wereldje, onder meer voor landelijke motorbond, de KNMV. Ook bouwde hij een replica van de machine waarop hij Nederland in vuur en vlam zette. Alles is hetzelfde, zegt hij, op één onderdeel na. ,,Op het origineel zat een trommelrem, maar in deze replica heb ik een schijfrem erin gezet. Dat is zo’n fantastisch fijn remmetje, echt waar.’’ En dan, lachend. ,,Als ik vroeger zo’n remmetje had, dan ging Ago (Agostini, red.) eraan.’’

Tegenwoordig is Bult op deze replica nog steeds actief bij de ‘Classic Demo Races’: oude mannen op oude motorfietsen. Dat doet hij samen met zoon Axel die op de originele Yamaha-racer uit 1970 start. ,,Het gevoel van terug in de tijd is prachtig. Er heerst een geweldige sfeer, je lig met z’n allen in het gras te sleutelen. Het gaat om onderlinge vriendschap, niet om de prestaties.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
TT