Hoofdsponsor van FC Groningen: 'Ik was ervan overtuigd dat ik de nieuwe Hans van Breukelen was'

Frans Davelaar is iemand die je niet snel over het hoofd ziet. Imposant postuur, glimmende schedel, bulderende lach, kek jasje, pochetje en spijkerbroek. Foto: Jean-Pierre Jans

Het is in de voetballerij niet gebruikelijk dat een hoofdsponsor een contract voor onbepaalde tijd aangaat met een club, maar Office Centre en FC Groningen bezegelden afgelopen week hun huwelijk onder die voorwaarde. Wie is de markante ondernemer die voor altijd zijn hart heeft verpand aan de noordelijke voetbaltrots? Op bezoek bij Frans Davelaar.

H et kantoor op de bovenste verdieping van het hoofdkwartier van Office Centre in Almere is riant. Grotendeels wordt de ruimte gevuld met de ovale vergadertafel die in het midden staat, maar de vaste bewoner van de directiekamer eist veel meer de aandacht op. Frans Davelaar is iemand die je niet snel over het hoofd ziet. Imposant postuur, glimmende schedel, bulderende lach, kek jasje, pochetje, spijkerbroek en hippe schoenen.

Beslissing die vooral op basis van gevoel en intuïtie is genomen

52 jaar is hij, de man die afgelopen week zijn handtekening zette onder een hoofdsponsorcontract voor onbepaalde tijd bij FC Groningen. Een beslissing die vooral op basis van gevoel en intuïtie is genomen. Geboren en getogen in Soest is Davelaar geenszins een noorderling, maar de aard van het volk in de provincie omschrijft hij als een een-op-een match met hoe hijzelf in het leven staat.

,,Ik had heel graag in het Noorden gewoond. Ik woon ook prachtig in Soest hoor, daar niet van, maar het naoberschap , het omkijken naar elkaar zonder aanziens des persoons, dat vind je niet in het midden, westen en zuiden van het land. Als ik hier op mijn klompen loop, denken ze dat ik failliet ben. Als je dat in Groningen doet, is er niemand die er vreemd van opkijkt. Daar geldt vooral wees jezelf, doe normaal.’’

Geluncht met Arjen en zijn vrouw Bernadien

Davelaar kan zich goed voorstellen dat Arjen Robben is teruggekeerd naar zijn roots. ,,Dat hij op tijd weg moet na de wedstrijd, omdat hij geen licht heeft op zijn fiets, ook zo’n mooi voorbeeld. Prachtig vind ik dat. Ik heb geluncht met Arjen en zijn vrouw Bernadien. Zeg maar Ber, zei ze. We hebben het over de kinderen gehad, over de opvoeding. Ook zij zijn heel gewoon. Daar houd ik van.’’

De directeur is zo verknocht geraakt aan het Noorden dat hij een aantal jaren geleden een stacaravan kocht op een recreatiepark in Koudum, Zuidwest-Friesland. ,,Dat is voor sommige Groningers misschien vloeken in de kerk, maar wij komen er graag. Ik wilde daar iets terugdoen voor de gemeenschap, dus ben ik portier geworden bij de discotheek op het watersportpark. Van heinde en verre komen ze ernaartoe, soms wel een half uur fietsen. Ik heb meteen gezegd tegen de eigenaar, Romke, ik wil er geen euro voor hebben. Ik heb er heel wat avonden gestaan. En ja, dan is er ook wel eens onenigheid en wordt er een klap uitgedeeld. Ook door mij. Als je dat in het Westen doet, krijg je meteen de politie aan de deur. Je slaat mijn kind. Hier drink je een dag later met diezelfde jongen een biertje. Dat is het verschil.’’

Frans Davelaar dus. Getrouwd met zijn jeugdliefde Ingrid, die een jaar jonger is dan hij. Ze waren 18 toen ze elkaar leerden kennen. ,,Ze is nog steeds buiten mijn vrouw mijn grootste vriendin. Als het ooit fout gaat, ligt het aan mij en vooral niet aan haar. Zij heeft me zoveel gegeven. Dat kan ik nooit terugbetalen. Ze is mijn alles. Ook wij hebben wel eens knallende ruzie en slaan wel eens met deuren, maar ik ben elke keer weer blij als ik ’s avonds naast haar in bed lig.’’

Office Centre

Het stel heeft twee kinderen, Bas van 26 en Merel van 22. De jongste studeert pedagogiek, de oudste is bedrijfsleider van het Office Centre-filiaal in Hilversum. ,,Ik hoop dat elke vader trots kan zijn op zijn kinderen. Dat geldt ook zeker voor mij. We hebben altijd geprobeerd ze als zelfstandige personen op te voeden, niet per se de kinderen van. Dat zijn ze uiteraard wel, maar het zijn ook individuen. Ik vind het heel belangrijk dat ze hun eigen waardigheid hebben, hun eigen keuzes maken. Daar zullen we ze altijd in steunen. Ik heb gezegd: als ik je een keer moet ophalen van het politiebureau, neem ik je eerst mee naar huis. Dan drinken we rustig een kop koffie en pas dan gaan we eens kijken wat er is gebeurd. Ik hoef het niet altijd met hun keuzes eens te zijn. We hebben ze als zelfstandige mensen laten opgroeien en er is altijd een thuis. Dat betaalt zich uit, want we doen heel vaak leuke dingen met elkaar.’’

Niet zelden is dat iets sportiefs, want Davelaar is verzot op sport. Voetbal houdt hem sinds zijn jeugd bezig. Hij was keeper bij VVZ ’49, de zaterdagclub uit Soest. ,,Ik was er zo van overtuigd dat ik de nieuwe Hans van Breukelen was. Echt waar. Waarom weet ik niet, maar ik wist het echt zeker.’’ Totdat zijn trainer hem liet inzien dat het er niet in zat. Davelaar ging in lagere elftallen spelen, totdat ze ergens eens een scheidsrechter nodig hadden. Het bleek een schot in de roos. Hij was begin 30 toen hij zich vol op het fluiten stortte. Met succes, want hij schopte het tot de hoogste betaalde jeugd.

,,Ik heb twee keer Ajax-Feyenoord mogen fluiten, ik heb FC Groningen gefloten, SC Heerenveen. Eigenlijk ben ik overal wel geweest. Het ging mij goed af.’’ Het zal enerzijds met zijn uitstraling en statuur te maken hebben gehad, maar ook met de manier waarop hij zich manifesteerde, zo is de overtuiging van Davelaar.

,,Een wedstrijd moet niet gaan om de scheidsrechter. Dat is altijd mijn uitgangspunt geweest. Daarnaast ben ik me er altijd bewust van geweest dat de eerste reactie vaak emotie is. Dat moet je niet altijd bestraffen met gele of rode kaarten. Ik kon het verbaal wel corrigeren. Ik praatte veel, ook wel eens met een taalniveau dat eigenlijk niet acceptabel was.’’

‘Nu houd je je smoel dicht’

Hij herinnert zich een wedstrijd bij ADO Den Haag. ,,Die jongens waren wat grof in de mond, maar ze accepteerden hetzelfde taalgebruik andersom ook. Niet vloeken, schelden of tieren, maar je kon wel tegen ze zeggen: nu houd je je smoel dicht, ander schop ik je het veld over, idioot. Dan zeg je, dat kan niet, dat mag niet, maar je had wel respect voor elkaar. Je houdt van het spelletje en je gaat weer door.’’

Die houding kostte Davelaar uiteindelijk wel zijn carrière als toparbiter. ,,Ik probeerde de regels en de geest van de wedstrijd met elkaar te verbinden, maar de KNVB had uiteindelijk liever scheidsrechters die vooral de regels strikt hanteren. Misschien was het uit de tijd wat ik deed. Ik kan er nu om lachen, maar destijds baalde ik er natuurlijk wel enorm van. Ik ben nog een seizoen wat lager gaan fluiten, maar uiteindelijk ben ik gestopt. Inmiddels fluit ik de jeugd van VVZ ’49 weer, maar dat noem ik meer wandelen in de ochtendzon.’’

Marathon

Sportief is Davelaar nog steeds. Hij heeft marathons achter zijn naam staan. Drie keer New York, één keer Berlijn en één keer München. Verder is hij actief voor de Roparun, de estafetteloop over meer dan 500 kilometer voor het goede doel, de strijd tegen kanker. ,,Wie heeft daar niet mee te maken?’’, zegt Davelaar. ,,Samen met mijn vrouw zetten we ons in voor de Roparun. Zij heeft bijvoorbeeld vorig jaar nog gecollecteerd bij de harde kern van FC Groningen. Ze is niet groot, maar ze staat haar mannetje wel. Ook als bedrijf sponsoren we het evenement. We zijn er een beetje verliefd op geworden. Komend jaar hopen we, als het coronatechnisch kan, in Hamburg te starten. Dan komen we door het stadion heen. Wouter Gudde en Mark-Jan Fledderus doen ook mee namens de directie van FC Groningen en we gaan er met de spelersbus naartoe.’’

Je zou zeggen dat Davelaar amper tijd overhoudt om zijn bedrijf met meer dan honderd vestigingen in Nederland en Duitsland te runnen, maar ook dat is iets dat hij doet met een enorme bevlogenheid. Het ondernemersbloed heeft hij van zijn vader. Die deed al in kantoorartikelen. ,,Ik zat in militaire dienst, ik was marechaussee, toen mijn vader vroeg of ik het leuk zou vinden om bij hem in het bedrijf te komen. Ik dacht, tja, ik moet toch wat met mijn studie, ik heb een grafische opleiding gedaan, dus ik ben dat gaan proberen.’’

Hij vond het fantastisch. ,,Vooral de ontdekking dat iedereen die spullen nodig heeft. Dat is de parallel met het hier en nu, want dat is nog steeds zo, al zijn de producten natuurlijk wel veranderd. Toen waren er nog geen iPads en mobiele telefoons.’’

Technisch failliet

Met zijn vader begon het te botsen. ,,Als zoon denk je dat je alles op zeker moment wel weet. Je vader denkt dat dat niet zo is en de waarheid ligt vaak ergens in het midden. Hoe dan ook, hij kocht met zijn compagnon een ander bedrijf en als ik het dan zo goed wist, moest ik dat maar gaan proberen. Wat hij er niet bij zei, was dat het bedrijf technisch failliet was. Ik had geen personeel, de klanten waren meegenomen door de oud-bedrijfsleiders et cetera. Toch is het me met hard werken en veel mensen die me het gunden gelukt het op poten te krijgen.’’

Het bedrijf groeide en groeide, onder meer door diverse overnames. ,,Tot 2013, toen ik ruim 3 miljoen euro omzet had. Best veel hè? Drie miljoen! Toen kon ik de grootste overname tot dat moment doen en heb ik negen winkels in Amsterdam gekocht. Toen ging ik van 3 miljoen naar 7 miljoen naar 12,9 miljoen. Het duizelt je voor ogen. Een miljoen per maand. Daarna hebben we Staples gekocht en gingen we over de 100 miljoen heen. Vervolgens kochten we in 2019 Staples Duitsland er ook nog bij en nu zitten we op 210 miljoen euro omzet. Er gaan nog veel dingen fout hoor. We zijn geen Tita Tovenaar. Er lukken ook dingen niet. Niet alles verandert in goud. Het is makkelijker om van 3 miljoen naar 210 miljoen euro te groeien dan op die 210 te blijven zitten. Maar er gaan gelukkig ook veel dingen goed. Het is hard werken en constant met je vak bezig zijn. En dan kom ik weer terug in het Noorden. Vier gerust je successen, maar wel op bescheiden manier. Doe maar normaal. Precies zoals ze het bij jullie doen. Daarom is er die unieke match.’’

menu