De trainersloopbaan van Ron Jans liep dit jaar een gevoelige tik op: bij FC Cincinnati moest hij vertrekken, na een aanklacht wegens vermeend racistische uitspraken. Inmiddels schijnt de zon bij FC Twente alsof er nooit iets is gebeurd. Hoe kan dat? ,,Ik houd juist van mensen, in alle soorten en maten.’’

Je zou voetballand Nederland met een diagonale streep in tweeën kunnen verdelen. Alles aan de noord- en oostkant van de streep is dan typisch Ron Jans-territorium, de trainer die werkte bij FC Emmen, FC Groningen, SC Heerenveen, PEC Zwolle en nu FC Twente.

,,Ik zat daar laatst toevallig ook een keer aan te denken’’, aldus Jans. ,,Maar een verklaring heb ik er niet meteen voor. Ik voel me helemaal niet provinciaal gebonden. Twee van onze drie zoons wonen in de Randstad. Ik heb bij Roda JC gevoetbald, in Japan gewoond, en ook bij Standard Luik en FC Cincinnati gewerkt. Maar misschien hebben mensen het beeld dat ik het beste in het noorden en oosten van Nederland pas. Ach, het zal wel. Helemaal prima.’’

Volstrekt vanzelfsprekend

Het voelt na een paar maanden alweer volstrekt vanzelfsprekend: Ron Jans als trainer bij FC Twente. De Enschedese club is het seizoen uitstekend begonnen en staat vijfde in de eredivisie, met een coach die deze zomer toch min of meer uit de lucht kwam vallen. FC Twente was al nagenoeg rond met de Duitser Alexander Zorniger, totdat technisch directeur Jan Streuer werd aangesteld, die alsnog switchte naar Jans.

,,Toeval kan zó’n bepalende rol spelen in een carrière’’, zegt Jans. ,,Ik ben daar heel nuchter in, hoor. Mijn eerste aanstelling als hoofdtrainer bij FC Groningen destijds, vanuit mijn rol als assistent: voor een heel groot gedeelte was dat toeval en geluk. Als je erover nadenkt, komen heel veel kantelpunten in het leven voort uit een merkwaardige samenloop van omstandigheden. Dat is bij mij niet anders.’’

Het neemt niet weg dat Jans het chagrijn in Twente ondertussen hoogstpersoonlijk doorbroken heeft. De club die zo lang een bron van ergernis, onrust en achterklap was, is onder Jans en Streuer eindelijk weer een bolwerk in bonus. De sfeer in Enschede, zowel binnen als buiten de club, is in een handomdraai compleet gekanteld. loading

Positivisme

,,Ik ben denk ik wel iemand die een zeker positivisme probeert mee te brengen’’, zegt Jans. ,,Niet door heel bewust de optimist uit te gaan hangen, helemaal niet. Maar toen ik deze zomer begon, hadden we acht spelers en vier keepers. Ik heb toen meteen gezegd: we gaan hier iets van maken. Zo voel ik dat ook echt op zo’n moment. Toen de club me belde, heb ik één dag bedenktijd gevraagd. Ik heb wat mensen gebeld en gevraagd naar hun ervaringen. Ik dacht meteen: dit is een mooie klus. Dit gaan we doen.’’

Was het achteraf een voordeel dat de club zo op zijn gat lag? Er was bijna letterlijk niemand meer over.

Jans: ,,Misschien wel. We konden de selectie en de staf volledig opnieuw inrichten. Er leefden best wel wat frustraties over het afgelopen seizoen, maar in de selectie zelf was dat geen slepend thema, simpelweg omdat het grootste gedeelte van de spelers al vertrokken was. Ondertussen hebben we echt een geweldige groep. Veel jongens zijn nieuw, maar de meesten hebben we vanuit de eredivisie kunnen halen, de mix is gewoon heel goed. Er zit enorm veel drive en plezier in dit team. Er kan nog genoeg beter, maar het is echt fantastisch werken bij Twente – en dat zeg ik niet voor de bühne.’’

Toch lag er nog wel wat oud zeer en ontploffingsgevaar. Middenvelder Wout Brama en keeperstrainer Sander Boschker raakten afgelopen seizoen pijnlijk in de clinch, nadat een opname uit een supportersbijeenkomst was uitgelekt. Boschker nam Brama in dat gesprek vilein de maat.

,,Dat was nog wel een gevoelig thema, ja. Daarom zijn we ook meteen met elkaar rond de tafel gaan zitten, eerst met Wout en Sander apart van elkaar. Ik heb ze allebei gezegd: vertel me eerlijk, wat zit je dwars, en hoe gaan we het oplossen? Als er oud zeer zou blijven hangen tussen die twee, en daarmee tussen de staf en de spelersgroep, was er wat mij betreft maar één optie. Dan moesten ze allebei weg. Die gesprekken zijn destijds heel bepalend en zinvol geweest. De pijn die er echt nog wel was, is volledig verdwenen. Je voelt in alles het verschil met destijds. De blokkade is echt weg. Ze werken onbezorgd samen, lachen weer met elkaar.’’

Is dat de specialiteit van het huis: Ron Jans als de man van de empathie, van het inter­menselijk contact?

,,Ik vind het geweldig als je zo’n probleem kunt oplossen, ja. Ik hecht eraan dat je prettig met elkaar samenwerkt, dat er een gezonde onderlinge communicatie is. Plezier, vertrouwen. Een zeker positivisme ook. Wout Brama zei laatst nog tegen me: ‘Jij benadrukt altijd wat mensen wél kunnen, veel minder wat ze niet kunnen’. Misschien is dat wel zo. Dat is geen bewuste strategie, het zit in me, zo heb ik heb het altijd gedaan.’’ loading

Rapliedje

Des te groter was de schok begin dit jaar. Als trainer van FC Cincinnati stelde de Amerikaanse spelersvakbond een onderzoek in naar vermeend racistische uitspraken van Jans. De coach zou onder andere hebben meegezongen met een rapliedje waar het woord ‘nigger’ in voorkwam: een doodzonde in de Verenigde Staten.

Jans werd verhoord door een speciale commissie en mocht zich niet langer in de buurt van zijn spelersgroep bevinden, de coach werd in een apart hotel geplaatst. Uiteindelijk besloten Jans en de club het contract – onder druk van de vakbond – te ontbinden.

Heb je nog wel eens last van die kwestie?

,,Nee. Echt niet. Omdat ik voor mezelf weet hoe het is gegaan, en omdat ik mezelf recht in de spiegel kan aankijken. Na die zaak heb ik tussen de vijftienhonderd en tweeduizend steunbetuigingen ontvangen, de meesten van mensen met wie ik heb gewerkt, onder wie tal van spelers uit alle denkbare culturen. Ik wil best erkennen dat ik onhandig ben geweest. Ik kan intuïtief zijn, of impulsief, en dan doe je weleens wat doms of onverstandigs. Maar ik durf te ­zeggen: ik ben wel de laatste die onderscheid maakt tussen mensen. Deze affaire zei meer over de Amerikaanse maatschappij in bredere zin, dan over mij.’’

Hoe bedoel je dat?

,,Als je met elkaar niet vrijuit kunt praten over de geschiedenis van je eigen land. Als er zoveel verkramping is, zoveel extreme verdeeldheid tussen groepen mensen: dat zegt in mijn ogen veel over Amerika als maatschappij. Blijkbaar is er nog heel veel onverwerkte, onderhuidse pijn. Door de commissie die me destijds ondervroeg, werd me ook gevraagd of ik wel eens iets over het slavernijverleden had gezegd. ‘Ja’, zei ik. Ik had de spelersgroep verteld over een bezoek aan het National Railroad Museum. Niks raars, integendeel: ik vertelde dat ik zo onder de indruk was over hoe de slaven van destijds zich hebben los gevochten van hun onderdrukkers. Maar blijkbaar is die materie zó extreem gevoelig, dat je er nog amper normaal over kunt praten.’’

Je kunt voor jezelf een schoon geweten hebben, dat wil niet zeggen dat je van zo’n kwestie geen last kunt hebben. Het heeft je imago toch ook beschadigd?

,,Die indruk heb ik niet. En los daarvan: ik hecht vooral aan de mening van de mensen die me kennen, die met me werken of gewerkt hebben. Ook bij Cincinnati kreeg ik tal van positieve reacties vanuit de staf en vanuit de spelersgroep. We hadden een geweldige klik onderling. Voor mij is de analyse inmiddels wel helder. Er is sprake geweest van een afrekening richting de club Cincinnati, en uiteindelijk ben ik daar persoonlijk de dupe van geworden. Bij één of twee spelers zat frustratie uit het verleden. Die hebben revanche willen nemen – en ze hebben mijn hoofd op het hakblok gelegd. De club stond met zijn rug tegen de muur en heeft zich onder druk laten zetten door de vakbond. Het was veel meer politiek dan persoonlijk.’’

Verbaast het je weleens, juist gezien de gevoeligheid van de thematiek, dat je er in Nederland nog amper aan wordt herinnerd? Ruud Gullit was bij Ziggo Sport sceptisch over je aanstelling bij FC Twente, gezien deze kwestie, maar verder vrijwel niemand.

,,Nee, dat verbaast me niet. Omdat ik zelf weet hoe ik met mensen, met spelers omga. Ik ben geen racist, verre van, eerder iemand die alles en iedereen omarmt. Ik ben nieuwsgierig en geïnteresseerd, ik houd van mensen in alle soorten en maten. Dus waarom zou dit me dan nagedragen moeten worden?’’

In Nederland kennen we Ron Jans al jaren, dat scheelt waarschijnlijk. In het buitenland kom je waarschijnlijk minder makkelijk van zo’n stempel af.

,,In Amerika waarschijnlijk niet, nee. In Europa denk ik dat het meevalt, maar los daarvan: mijn vrouw en ik hebben onvergetelijke ervaringen gehad in het buitenland, maar het is echt heerlijk om weer terug te zijn in Nederland. We worden binnenkort opa en oma, ik ben 62 jaar nu. We hoeven hier echt niet meer weg.’’

Kijk je, na een poosje te zijn weggeweest, anders naar ­Nederland en de eredivisie?

,,Op sommige vlakken, maar niet in negatieve zin, integendeel. De eredivisie is mijn domein, zo voel ik dat. Het is een prachtige competitie, waar je je als jonge voetballer geweldig kunt ontwikkelen, in mooie stadions met – normaal gesproken – veel publiek op de tribune. Het geklaag over het niveau: ik heb gewoon weinig trek om daaraan mee te doen, omdat ik oprecht vind dat er heel veel goede dingen gebeuren in de eredivisie.’’

Je geldt inmiddels als één van de meest ervaren eredivisie­trainers. Er is toch wel veel veranderd in de loop der jaren?

,,Zeker, maar ook ten positieve. Als ik zie wat er is veranderd ten opzichte van een paar jaar geleden, toen we zogezegd in een crisis ­zaten. Hoeveel meer er gebruik wordt gemaakt van data, op een zinvolle manier. Hoeveel meer aandacht er is voor fysieke ontwikkeling van spelers. Hoe professioneel spelers met hun voeding en met hun lichaam omgaan. Bij FC Twente werken we nu veel ­samen met een mentale trainer, óók heel relevant. Ik heb me daar zelf ook in ontwikkeld. Anders hadden ze me ook nooit meer ­ergens gevraagd, denk ik.’’

Voor het Nederlandse publiek ben je nog precies dezelfde Ron Jans als vijftien jaar geleden.

,,Als dat zo is, vat ik dat op als een compliment. Maar als trainer ben ik toch wel degelijk veranderd. Bij FC Twente delegeer ik veel, ik geef de mensen in mijn staf veel de ruimte, vroeger wilde ik alles zelf doen. Dat is het prettige aan ouder worden. De drang om je geforceerd te bewijzen, gaat eraf. Ik durf nu meer dan ooit te genieten van wat ik doe.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport