Op het EK in januari was duidelijk te zien dat Sjinkie Knegt nog niet over dezelfde krachten beschikt als voor al zijn fysieke leed, dat hem bijna twee jaar kostte.

Maar dat zijn topvorm terugkomt, dat is een kwestie van tijd, zegt de shorttracker uit Bantega aan de vooravond van het WK dat vandaag in Dordrecht begint en zondag eindigt. ,,Ik denk dat ik op dit WK al beter ben dan op het Europees kampioenschap.’’

In januari reed Knegt zijn eerste grote titeltoernooi na een periode van kommer en kwel. Eerst werd hij aangereden door een vorkheftruck die hij vergeten was op de handrem te zetten, eind 2018. Een paar weken later belandde hij in het Martini-ziekenhuis in Groningen met ernstige brandwonden, toen het aansteken van een houtkachel desastreus uit de hand was gelopen. Vorig jaar keerde hij terug op het ijs, voor de wereldbekerfinale, eveneens in Dordrecht.

Op het EK in het Poolse Gdansk deed Knegt het individueel aardig (brons op de 1500 meter) en met het team uitmuntend (goud op de relay). ,,Op de trainingen merk ik dat ik goed ben. Conditioneel gezien heb ik weer stapjes gemaakt.’’

‘Die start is om te janken’

Knegt weet waar hij komende zomer aan moet werken: de start van de 500 meter. In de jaren van revalidatie was het daar niet van gekomen. Hij trainde op inhoud, niet op explosiviteit. ,,Die start is om te janken. Je kunt wel snel zijn in de laatste rondjes, maar als de start een drama is, win je ’m niet meer. Ik ben dat een beetje verleerd. Als ik daar in de zomer een paar maanden wat energie in steek, denk ik dat ik weer met de besten meekan.’’

In Polen kreeg Knegt ook nog niet zijn rol als afmaker terug in de relayploeg. Die werd nu toebedeeld aan Itzhak de Laat, die dat met verve deed. Het leverde Nederland na een zinderende finale de Europese titel op.

Geen discussie

Als het aan de Leeuwarder ligt, blijft dat in Dordrecht zo. De Laat: ,,Ik wil graag die verantwoordelijkheid hebben. Niet dat daar rivaliteit over is, dat zou ook niet best zijn. Maar we hebben het er ook niet over. Tijdens trainingen oefenen we in verschillende samenstellingen en ik kan alleen maar hopen dat dat mijn positie weer wordt. Maar voor de duidelijkheid, hier is onderling geen discussie over. Jeroen (bondscoach Otter, red.) beslist. Het zou ook niet goed zijn dat we daardoor met hard feelings naar elkaar op het ijs staan. We horen wel wat Jeroen wil.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport