De spelers van FC Groningen na het behalen van de KNVB-bekerfinale op PEC Zwolle.

Stoor ik? Met voetballer Michael de Leeuw: Koffie drinken in de rode badjas

De spelers van FC Groningen na het behalen van de KNVB-bekerfinale op PEC Zwolle. Foto: ANP/Olaf Kraak

Met de rubriek ‘Stoor ik..?’ haalt de sportredactie tijdens de coronacrisis een oud paardje van stal. Hierbij bellen we met iemand uit de sportwereld met de vraag hoe het hem of haar vergaat.

Deze week staat de rubriek in het teken van de KNVB-beker die FC Groningen aanstaande zondag precies vijf jaar geleden won. Vandaag de man die dat seizoen al zeven maal had gescoord in het bekertoernooi en zo hoopte op een treffer in de finale: Michael de Leeuw (33). En ook nu is de eerste vraag…

Stoor ik?

,,Eeeh, mwah, nee, niet echt. Dat hangt af van mijn dochter die ik nu op de arm heb. Laten we het maar proberen.’’

Dochter? Hebben we nieuws?

,,Haha, ja, misschien, hoewel veel mensen het al weten. Loïs is op 28 maart geboren. Alles gaat goed hoor, maar het is wat lastig met bezoek in deze tijd.’’

Vertel.

,,Nou ja, mijn ouders wonen natuurlijk in de buurt van Tilburg, en we zijn met die kleine natuurlijk heel voorzichtig. Op de arm kan gewoon niet, dus opa en oma hebben Loïs alleen maar via een beeldscherm gezien. Dat is raar en niet leuk, maar het is niet anders, we kunnen er niets aan doen. We gaan het straks allemaal dubbel en dwars inhalen.’’

Ik belde eigenlijk om terug te blikken op de bekerfinale van 2015.

,,Aaah, dat is toevallig, ik had het er net over met een paar vrienden. Die komt deze week natuurlijk vaak terug. Prachtig, ik heb er ook geweldige herinneringen aan. Dat seizoen hadden we een geweldig elftal, een heel stabiele groep, die echt wedstijden naar winst kon spelen. In de beker voelden we dat er wat te halen was na de uitschakeling van Ajax, Feyenoord en PSV. Al was er wel een wonder tegen Vitesse voor nodig in de kwartfinale. Zij hadden net van Ajax gewonnen en waren aanvankelijk ook veel sterker dan wij. We hadden bij rust dik achter moeten staan, maar Sergio Padt was geweldig en we hadden geluk dat zij in één actie rood kregen en wij een strafschop. Die keerde de wedstrijd. Daarna lootten we Excelsior in de halve finale, die mochten we niet verliezen en dat gebeurde gelukkig ook niet.’’

En toen: de Kuip op 3 mei. Hoe was dat?

,,De opkomst zal ik nooit vergeten. Rechts zat de aanhang van PEC, links iedereen van FC Groningen. Met al die sjaals, dat kabaal, ook veel vrienden en familie uit Tilburg en omgeving natuurlijk. Ik had echt het gevoel dat we het gingen redden, dat we die beker zouden gaan pakken.’’

De eerste echte kans was voor jou, en daarna was het vooral spannend zonder grote kansen.

,,Ja, we merkten dat Lukoki steeds dreigend werd, dus dat gevaar moest ingedamd worden. Burnet ging er daarom in de rust uit, Kappelhof schoof naar linksback en Hateboer viel in en kwam rechtsback te staan. Toen werden wij gevaarlijker. De eerste goal van Rusnák was wat gelukkig, de tweede was pure klasse. Daarna moesten we scherp blijven, maar toen ik kort voor tijd werd gewisseld, wist ik dat het goed zat. Na het fluitsignaal was het feest. In de kleedkamer dronk ik volgens mij mijn eerste biertje en daarna reden we in een feestbus terug naar de stad. Kieftenbeld was de dj, hij had altijd muziek mee. Daarna met zijn allen naar Bar Players te gaan. Ik heb nog staan tappen, geloof ik. Man wat een feest, echt iedereen die maar iets voor de FC voelde was blij.’’

Wat is je nu het meest bij gebleven?

,,De eerste zes, zeven weken na het winnen van de beker heb ik het nummer We Are The Champions van Queen niet meer kunnen horen zonder kippenvel te krijgen. Elke keer als ik dat nummer hoorde dacht ik weer aan die geweldige avond in de Kuip. En de rode badjas die we mochten houden heb ik aan mijn vader cadeau gedaan. Ik verdenk hem ervan dat hij elke ochtend in dat ding koffie zit te drinken, haha.’’

menu