Jasmijn Akse, de Drentse topvolleybalster van VC Sneek.

Sporters en Corona: Volleybalster Jasmijn Akse uit Hoogeveen zag van nabij hoe snel het virus kan toeslaan

Jasmijn Akse, de Drentse topvolleybalster van VC Sneek. Foto Niels Westra

In de rubriek ‘Sporters & Corona’ vragen we spelers, coaches of bestuurders hoe ze omgaan met de pandemie. In deze tweede aflevering de Hoogeveense Jasmijn Akse, volleybalster bij VC Sneek en verpleegkundige in opleiding.

De speelsters van het Friese VC Sneek staan inmiddels al anderhalve maand aan kop van de eredivisie. Ongeslagen, zonder setverlies. De status van lijstaanvoerder is zeker nog voor eenzelfde periode gewaarborgd, want eerder dan januari zal de competitie niet worden hervat.

Voor de goede orde: het betreft de stand na de eerste en tot nu toe enige speelronde van dit seizoen. Na de 3-0 zege op Fast, op 11 oktober behaald in een lege Sneker sporthal, gingen de competities voor amateursporten weer op slot.

Ook het nationale topvolleybal wordt hiertoe gerekend en wat betreft VC Sneek is daar veel voor te zeggen. Zo krijgen de speelsters, die vier keer per week trainen, niets betaald. Ze ontvangen een vergoeding voor gereden kilometers en mogen op kosten van de club sportschoenen en kniebeschermers aanschaffen. Allemaal hebben ze een baan of volgen een studie.

Gek van het spelletje

,,We volleyballen omdat we gek zijn van het spelletje. Als je er mee wilt verdienen, moet je goed genoeg zijn voor een buitenlandse club’’, zegt Jasmijn Akse. VC Sneek is vooralsnog haar top en daar is niets mis mee, zegt de 21-jarige Hoogeveense.

,,We hebben een goed team, waarbij we het ook nog gezellig met elkaar hebben. Dat is belangrijk, al moet je ervoor waken dat het té gezellig wordt. Dat kan ertoe leiden dat je dingen niet bespreekbaar durft te maken, omdat je bang bent iemand te kwetsen. Het mag ook best eens pittig zijn. We spelen in de top, niet in de recreatie.’’

Bij haar huidige club is de juiste balans aanwezig, vindt de in Hoogeveen geboren Akse, die in Sneek aan haar derde seizoen bezig is. Ze kwam destijds met nog vier speelsters mee met Paul Oosterhof, die in de topdivisie het Groningse Veracles trainde. De 1,88 meter lange Akse had toen al haar debuut in de eredivisie gemaakt. ,,Via het regionaal trainingscentrum in Zwolle kon ik naar Talentteam Papendal. Ik was pas vijftien toen ik in Arnhem op mezelf ging wonen.’’ Haar huidige ploeggenote Britt Schreurs maakte ook deel uit van dat team, evenals Nika Daalderop, die inmiddels is uitgegroeid tot international met een profcarrière in Duitsland en Italië.

Fantastische jaren bij Veracles

Akse proefde aan de eredivisie, maar werd nooit echt gelukkig op Papendal. ,,Alles bij elkaar was het te veel. Ik speelde weinig, miste thuis en raakte het plezier kwijt. Na twee jaar wist ik: dit is niet voor mij bestemd. Paul benaderde mij en Britt voor Veracles. Dat waren fantastische jaren. Toen we naar Sneek gingen, ben ik daar gaan wonen. Door een knieblessure verliep het eerste seizoen niet naar wens, maar sindsdien heb ik veel speeltijd gekregen.’’

Inmiddels woont Akse in Leeuwarden samen met haar vriend, broer van collega-midspeelster Lieze Braaksma. ,,Dat gebeurde sneller dan gepland. We besloten ertoe nadat de coronacrisis was uitgebroken. Het was om meerdere redenen beter, ook omdat ik vorig jaar was gestart met de hbo-opleiding voor verpleegkundige. Dat is een vierjarige studie. Ik wil gaan werken in een ziekenhuis, met welke specialisatie weet ik nog niet.’’

Akse is bij VC Sneek zoals gemeld niet de enige speelster die in de zorg actief is. ,,Britt is verpleegkundige en heeft een baan in het Sneker ziekenhuis. Geldou de Boer begeleidt gehandicapten en Sjanet Wijnia en Nienke Tromp werken op de radiotherapie in Leeuwarden. Tot dit seizoen hadden we ook nog Monique Volkers die een eigen fysiotherapiepraktijk heeft. Janieke Popma is officieel ook gestopt, maar traint nog vaak mee. Ook zij is fysiotherapeute.’’ Akse lacht: ,,‘Zorg’ genoeg.’’

De ontwikkelingen rond het virus werden daarom bij VC Sneek meteen zeer serieus genomen. ,,We houden ons strikt aan alle maatregelen’’, vertelt Akse.

‘Ineens stond alles stil’

Dat viel niet altijd mee. ,,Het ging van: bám! Ineens stond alles stil. Mijn lichaam reageerde daar sterk op; dat zal bij veel sporters hetzelfde zijn geweest. We kregen een programma voor krachttraining mee en ik ging hardlopen, maar ik merkte dat ik slomer werd. Ik leverde kracht in. Waar ik bij de krachttraining 70 kilo tilde, ging dat terug naar 50. Het was een moeilijke tijd, ook omdat een doel ontbrak.’’

Met de r weer in de maand, werkten Akse c.s. toe naar de start van de competitie. De eerste zege zit in de knip. ,,Het is heel anders dan voor de crisis. Ik mis de sfeer van een zaal met publiek en de sfeer van de kleedkamer. Even bijkletsen is er niet bij. Sinds vorige week mogen we weer in ploegjes van vier trainen. De trainingen zijn gevarieerd en we werken hard, maar het is ‘kaal’. We moeten ons omkleden bij de voordeur en na anderhalf uur training moeten we meteen vertrekken.’’

Maar Akse beseft dat het niet anders kan. Wie vindt dat de regels versoepeld kunnen worden, moet eens met haar gaan praten. ,,Ik heb dit najaar tien weken stage gelopen in een verzorgingshuis’’, vertelt ze. ,,Daar heb ik de corona van nabij meegemaakt. Ik heb ervaren hoe snel het virus kan toeslaan. Hoe snel iemand kan aftakelen, vond ik een beangstigende ervaring.’’

Treurig

,,Als student hoor je de verhalen en kijk je naar het NOS Journaal , maar dan blijft het toch wat een ver-van-mijn-bedshow. In het verzorgingshuis heb ik mensen aan corona zien overlijden. Dat was heel heftig. Ik mocht stoppen, maar dat wilde ik niet. Ik besef dat elke helpende hand nodig is. Ik heb enorm veel respect gekregen voor zorgmedewerkers die zichzelf wegcijferen om anderen te helpen. En dat er dan politici in de Tweede Kamer weglopen als het om loonsverhoging voor de zorg gaat, vind ik heel erg. Treurig.’’

Jasmijn Akse zul je daarom niet horen over het missen van feestjes, festivals en vuurwerk. ,,Als ik leeftijdsgenoten daarover hoor klagen, word ik boos’’, zegt ze.

,,Het kán momenteel gewoon niet. En waar gaat het over? Het is geen oorlog, we hoeven niet de schuilkelders in omdat er bommen worden gegooid. Natuurlijk had ik ook naar festivals gewild en wil ik nu met mijn team graag weer even nazitten in de kantine. Maar we moeten hier eerst met elkaar doorheen, jong en oud.’’

menu