Lieke Wevers kijkt uit naar terugkeer in turnhal

Lieke Wevers kijkt uit naar terugkeer in turnhal ANP

Voor turnster Lieke Wevers komt snel een einde aan zoals ze zelf zegt "warrige weken". In voorbereiding op de Olympische Spelen moest ze eerst haar trainingen stoppen vanwege de uitbraak van het coronavirus. Vervolgens kwam de boodschap dat de Spelen een jaar zijn uitgesteld en dinsdag volgde het kabinetsbesluit dat er voor topsporters weer mogelijkheden komen om te trainen. "Ik kijk er enorm naar uit, zowel fysiek als mentaal."

Wevers (28) bezocht af en toe haar tweelingzus Sanne, die een balk in haar kamer had waarop ze kon trainen. Voor thuis had ze wat spulletjes meegenomen uit de hal in Heerenveen waar ze normaal zo'n dertig uur per week doorbrengt. "Ik verwacht dat ons trainingscentrum volgende week weer opengaat. We zullen in groepjes moeten trainen en elkaar aflossen. Maar voor een kleine groep turnsters is er voldoende ruimte om op gepaste afstand van elkaar te trainen."

Wevers wil eerst fit worden. Aan de WK in Stuttgart in oktober hield ze een vervelende schouderblessure over, kort voor het toernooi ontstaan. "Wat dat betreft kwam het uitstel van de Spelen mij goed uit. Zo heb ik wat meer tijd en ruimte om aan herstel te werken. Het was krap geworden anders." Met hulp van ontstekingsremmende injecties trainde ze zo goed en zo kwaad als het ging door. "Het had ook met die tijdsdruk voor de Spelen te maken."

Pijnlijke ervaring

De WK waren daarom behalve een mooie ook een pijnlijke ervaring. "Maar het is het waard geweest. We kwalificeerden ons voor de Spelen." Wevers was nota bene de slotturnster op brug die het olympisch ticket veiligstelde. "Alleen die minuut heb ik de pijn niet gevoeld."

De afgelopen weken beperkte ze zich tot wat trainen buiten en oefeningen om kracht en lenigheid te onderhouden, niet voldoende voor een turnster in ieder geval. "Het waren warrige weken. Eerst moet je de zaal uit. Dat was al pittig, want op dat moment gingen we nog uit van het doorgaan van de Spelen. Dan zit je een week thuis. Dat gaat nog, maar de weken erna begint het aan je te knagen."

Eenmaal terug in de hal gaat ze werken aan verder herstel. "Ik heb er alle vertrouwen in dat ik terug kan komen op een hoog niveau. Dat is me eerder ook gelukt vanuit het niets. Het moet ook, want op 70 procent kun je je niet voorbereiden op de Spelen. Ik heb genoeg werk te doen, als turnster raak je in drie weken eigenlijk al alles kwijt. We moeten uit die min komen. Met wedstrijden ben ik nog niet bezig. Eerst herstellen en dan een plan maken voor Tokio."

menu