Martin Drent op de bank bij het eerste elftal van GOMOS. Foto: Archief DVHN

Martin Drent: ‘Voetbal is in deze tijden een bijzaak’

Martin Drent op de bank bij het eerste elftal van GOMOS. Foto: Archief DVHN

Met de rubriek ‘Stoor ik?’ haalt de sportredactie tijdens de coronacrisis een oud paardje van stal. Hierbij bellen we dagelijks een betrokkene uit de sportwereld met de vraag hoe het hem of haar vergaat. Deze keer jubilaris Martin Drent (50), voormalig voetballer van FC Groningen, FC Emmen en BV Veendam. En de eerste vraag is altijd...

Stoor ik?

„Nee hoor. Het is wel leuk om weer eens een stem te horen!”

Hmmm, ik dacht net toch echt stemmen op de achtergrond te horen... Betekent dit dat de taart inmiddels op is?

„Hahah, er zijn inderdaad een paar mensen in huis. En ik heb net nog een stukje taart gehad, een heel klein stukje maar, hoor. Heeft mijn dochter trouwens gemaakt. Smaakt erg goed!”

Zonder gekheid: van harte met het vandaag (dinsdag, red.) bereiken van de respectabele leeftijd van 50 jaar!

„Bedankt! 50... dat is wel wat, hè? Een leeftijd waarvan je denkt: het schiet lekker op. Aan de andere kant, toen mijn ouders 50 waren, dacht ik: sjeminee, die worden echt oud! Maar eigenlijk valt dat best wel mee. Ik voel me een dertiger en ben nog fit.”

Je viert zeker niet zo uitbundig feest zoals je anders had gedaan?

„Als ik heel eerlijk ben... worden verjaardagen mij altijd opgedrongen. Ik hou er niet zo van. Maar voor de kinderen en familie kan ik het niet maken om het niet te vieren. We zouden het dus al niet groots vieren en nu al helemaal niet. Maar goed, mijn vrouw wordt in oktober 50 jaar en we waren van plan dan een samen-100-feest te geven. Het is afwachten wanneer dat nu kan, want ik verwacht dat deze situatie over twee maanden nog niet is afgelopen.”

Over die situatie gesproken: hoe beleef jij deze maanden?

„Het duurde eventjes voordat wij echt angstig werden. Dat gebeurde toen de overheid met richtlijnen kwam. Het enige waar ik sindsdien naartoe ga is de supermarkt. Verder loop ik elke dag 8 kilometer hard en hebben wij een sloepje liggen waar we af en toe instappen. Dat geeft een bepaalde vrijheid, op verantwoorde afstand van anderen. Verder zijn wij vooral in en om het huis bezig. Zo is de tuin inmiddels klaar voor de zomer en verbouwen we de zolder. Het is wat dat betreft een ideale tijd voor zulke dingen.”

Maar minder ideaal voor het (amateur)voetbal, zoals GOMOS, waar jij hoofdtrainer van het eerste elftal bent...

„Het is ontzettend lastig. Ik geef de jongens trainingsprogramma’s mee, maar controleren kun je dat niet. Ook in groepsverband is er niets mogelijk. Online zouden we bijvoorbeeld een training kunnen organiseren, maar ik denk niet dat de spelers daar vrolijk van worden. Ik kan alleen maar hopen dat ze zichzelf fit houden.”

Jullie bezetten op de ranglijst plek negen. Baal je ervan dat het seizoen niet meer wordt hervat?

„Jazeker, we hadden een goed ritme te pakken met drie overwinningen op rij. Daarbij was de stap naar de top niet meer zo groot. Moet je nagaan: eerder dit seizoen stonden we nog bijna onderaan. Als de competitie hervat had mogen worden, konden we bij de eerste vier eindigen. Daar ben ik van overtuigd. Maar goed, voetbal is in deze tijden slechts een bijzaak in het leven.”

menu