Nederland is er tijdens de EK atletiek voor landenteams niet in geslaagd om te promoveren naar de Super League. De derde plek in de eindstand schoot daarvoor net tekort.

De Nederlandse atleten maakten er in het Roemeense Cluj-Napoca tot op het eind een spannend toernooi van. Maar tenslotte stond de ploeg zondag tijdens het EK voor landenteams toch met lege handen. Om uit de eerste divisie te promoveren had het team in de stand bij de bovenste twee landen moeten eindigen. Dat lukte met een totaal van 300 punten niet. Tsjechië (320,50 punten) en Wit-Rusland (315) eindigden op de bovenste twee plekken, waardoor zij in de prestigieuze Super League mogen gaan meedoen.

Nederland, dat in 2017 uit de Super League degradeerde, trad in Roemenië aan zonder de toppers Dafne Schippers, Sifan Hassan en Nadine Visser. Zij hadden om uiteenlopende redenen voor de EK afgezegd. Dat scheelde wat het behalen van punten betreft natuurlijk een slok op een borrel. Maar degenen, die wel in het strijdperk traden, zorgden er wel voor dat Oranje lang uitzicht had op promotie.

Hoofdrol voor Femke Bol

Zo ging Nederland zaterdag aan de leiding met een totaal van 175 punten. De Oranje-ploeg won op de eerste dag van de EK vijf onderdelen, waarbij telkens het maximum van twaalf punten werd gewonnen. Natuurlijk was weer een hoofdrol weggelegd voor Femke Bol. De 21-jarige scherpte op de 400 meter wederom haar Nederlands record aan en liep een tijd van 50,37 seconden. Daarmee was ze bijna twee tienden sneller dan eind vorige maand in Oordegem (50,56). Bol had in België het nationale record overgenomen van Lisanne de Witte, die sinds 2018 met 50,77 de snelste Nederlandse vrouw op deze afstand was. Met 50,37 is ze ook de snelste vrouw van Europa dit jaar op de 400 meter.

Bol, die met haar prestaties als een komeet omhoog schiet, verbeterde in Florence al haar nationale record op de 400 meter horden, het nummer waarop ze over enkele weken wil schitteren op de Olympische Spelen in Tokio. Ze kan dan ook meedoen aan de 400 meter, als ze vindt dat dit in haar programma past.

Tweede plek voor Nick Smidt

Jochem Dobber won in (45,42) bij de mannen de 400 meter, terwijl Irene van der Reijken op de 3000 meter steeple in 9.39,00 als eerste over de finish kwam. Ook de mannen- en vrouwenploeg op de 4x100 meter zorgden ieder voor twaalf punten. Bij de vrouwen deed de Groningse sprintster Leonie van Vliet mee. Ze zegevierde met een team, waarvan verder Lieke Klaver, Marije van Hunenstijn en Naomi Sedney deel uitmaakten in een tijd van 43,38. De eveneens winnende mannen klokten met Solomon Bockarie, Joris van Gool, Christopher Garia en Churandy Martina 38,81 seconden. Nick Smidt uit Assen werd tweede op de 400 meter horden.

Zondag op de slotdag kwam Nederland vooral op de technische onderdelen minder sterk voor de dag. Er werden wel wat punten verzameld, maar het was niet genoeg om de koppositie vast te houden. De tweede plekken van Martina (21,03) op de 200 meter en van Lieke Klaver (23,32) op de 200 meter en de winst van Mike Foppen in 7,53,43 op de 3000 meter zetten weer wat meer zoden aan de dijk.

Dichter naar de bovenste twee plekken

Nederland kroop met nog enkele onderdelen te gaan weer dichter naar de bovenste twee plekken toe. Maar op de afsluitende races op de 4x400 meter estafette werden minder punten behaald dan door de naaste concurrenten. Zo eindigden de vrouwen op de vijfde plek met winst voor Wit-Rusland, terwijl de mannen tweede werden achter Tsjechië dat er met de twaalf punten vandoor ging.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport