Niels Visker (19) zette dit jaar zijn eerste echte stappen in zijn proftennisloopbaan en sloeg zich bij de beste duizend tennissers van de wereld. En dat ondanks een ernstig zieke moeder.

Van een leien dakje gaat het meestal nooit voor jonge tennissers die de wereldtop willen bereiken, maar dit eerste jaar als tennisprof zal Niels Visker zich nog lang heugen, en niet alleen vanwege de corona-ellende. Hij haalde zijn vwo-examen én zijn rijbewijs en ook nog eens zijn eerste finaleplek in een proftoernooi, die hem in één klap binnen de top 1000 van de wereld bracht, hij staat nu 977ste. Voor een sport die na voetbal de grootste van de wereld is en wordt beoefend door meer dan 50 miljoen mensen wereldwijd is dat een prestatie. Een hele knappe, zeker voor een jongen die begin oktober 19 werd.

Thuis in Lageland beseft de jonge Visker het een beetje. Trots toont hij zijn splinternieuwe sponsorauto, 100 procent elektrisch, die hem elke dag naar de trainingen gaat brengen. In Groningen, bij zijn vader Alwin, trainer bij Tennisteam Het Noorden, en in Doorn bij Utrecht, waar de uit Zuidlaren afkomstige oud-bondscoach en Tjerk Bogtstra hem onder zijn hoede heeft.

loading

Nederlands kampioen

Al vroeg was duidelijk dat de genen van pa Alwin en moeder Krista prima waren geland. Delfzijlster Alwin was zo’n 25 jaar terug de nummer 70 van Nederland en Krista, uit Appingedam, boekte in toernooien voor speelsterkte 4/5 de nodige successen. Ook Niels’ jongere broer Jasper is een prima tennisser. Hij is nu 16 en staat 180ste van Nederland. Bij de senioren.

Net als Jasper hoorde ook Niels als jeugdspeler in elke leeftijdscategorie al bij de beste tennissers van het land. In 2019 werd hij Nederlands kampioen tot en met 18 jaar, zowel in het enkel- als in het dubbelspel.

Maar dat is nog geen garantie voor een succesvolle profloopbaan. De Nederlandse kampioenen die hun profcarrière nooit goed van de grond zagen komen zijn niet meer op de vingers van een paar handen te tellen.

En dus is er naast veel talent meer nodig: een fit lijf, ijzeren discipline, volharding en vooral een volledige focus op tennis. Wat dat betreft kwam het een beetje goed uit dat het Centraal Schriftelijk Eindexamen dit jaar vanwege corona werd geschrapt. Daardoor kon Visker al in april zijn schooltas aan de vlaggenmast hangen. ,,Al had ik het sowieso wel gehaald’’, zegt Visker. ,,Ik stond overal redelijk goed voor, ik had er wel helemaal niks van moeten bakken om niet te slagen.’’

Nu kan alle aandacht naar de sport die hij met de paplepel ingegoten kreeg. De doelen zijn gesteld: de grandslams halen. Eenvoudig gaat dat niet worden, want er zijn nog zo’n tweeduizend aspirant-profspelers die dat willen.

Aanvallende stijl

Een voordeel is wel: Visker heeft zijn tennisstijl mee. Hij valt aan, van achteruit en bij het net, met zijn service, met zijn backhand en met zijn forehand. Visker heeft ‘wapens’, zoals elke tennistrainer dat noemt. En die wapens, die moeten de komende jaren rendement opleveren, weet vader en trainer-coach Alwin. ,,Niels heeft altijd aanvallend getennist en verloor nog wel eens van jongens die veel meer behoudend spelen, want dat is makkelijker op jonge leeftijd. Wij hebben echter nooit concessies willen doen aan zijn aanvallende speelstijl en dat lijkt zich nu uit te gaan betalen. Niels is inmiddels 1 meter 93 en heeft nu profijt van zijn harde service, zijn prima volleys en goede voetenwerk.’’

Met die wapens speelde hij dit jaar zeven toernooien op de World Tennis Tour van de Internationale Tennis Federatie ITF, na de ATP-toernooien en Challengers het derde proftennisniveau. In Sharm-El-Sheikh haalde hij in maart al de tweede ronde van het hoofdtoernooi, waarna in Alkmaar de kwartfinale het eindstation was.

Leverden die prestaties hem al enkele mooie ATP-punten op, in Caïro sloeg Visker zich vorige maand zelfs naar de eerste finale in zijn jonge profloopbaan. Hij versloeg onder meer de als eerste geplaatste Italiaan Fabrizio Ornago, die rond plek 400 op de wereldranglijst bivakkeert, en moest pas in de finale het hoofd buigen voor de Servische routinier Miljan Zekic, een gelouterde prof die jarenlang bij de beste 200 tennissers van de wereld vertoefde.

Met die prestaties tankte hij zelfvertrouwen, zegt Visker zelf. ,,Ik weet nu dat ik kan winnen van spelers die zoveel hoger staan dan ik en dat is een lekker gevoel. Het geeft me het vertrouwen dat ik op de goede weg ben, dat er nog veel ruimte is om te stijgen. Maar ik zal mezelf dan wel ook echt moeten verbeteren.’’

Verbeterpunten

Vooral zijn forehand moet constanter worden, analyseert hij. ,,Die moet ik met druk blijven spelen, maar daarin moet ik vaster worden. En in de onderhandelingen van de rally’s, waarin er nog geen duidelijk bovenliggende partij is, moet ik beter worden. Dan laat ik het soms liggen.’’

Het is een kraakheldere analyse van een jongen van 19 die ook iets heel anders aan zijn hoofd heeft: moeder Krista (51) werd in 2016 ernstig ziek. Nadat de eerste behandelingen aansloegen, kwam de ziekte terug. ,,Dit is rot natuurlijk’’, zegt Niels, ,,heel erg rot. Op de baan denk ik er niet aan, dat heeft geen zin, dat wil mijn moeder niet en ik ook niet. Op de baan ben ik alleen met tennis bezig. Maar na elke wedstrijd facetimen we zo snel mogelijk.’’

Afleiding

Tennis helpt, denkt Alwin. ,,Tennis heeft ons veel gegeven en nu is het voor Jasper en Niels ook een manier om te ontsnappen aan de ellende waarin we als gezin zitten. Daarom ook is het geen optie om die buitenlandse toernooien níet te gaan spelen. Het helpt niet om elke dag thuis te zitten en Krista wil dat ook niet. Al neemt dat niet weg dat dit het ergste is wat ons ooit is overkomen. We genieten dan ook zoveel mogelijk van de mooie momenten samen.’’

En Niels heeft nóg een afleiding die hem helpt - en die dit seizoen prima op dreef is: FC Groningen. Elke thuiswedstrijd staat hij op de Noordtribune, elk uitduel is hij met de supportersbus mee, als zijn drukke tennisschema het tenminste toelaat. ,,Dat is gewoon leuk’’, zegt hij met een brede lach. ,,Zeker dit seizoen. Danny Buijs heeft het prima voor elkaar, ze geven haast niks weg.’’

Vanaf januari gaat Niels weer het circuit in, samen met twee noordelijke leeftijdsgenoten die ook aan de weg timmeren: Max Houkes uit Sleen, tegenwoordig nummer 831 van de wereld, en geboren Stad-Groninger Sidané Pontjodikromo (ATP 842), die ook allebei bij Bogtstra trainen. ,,We spelen vaak dezelfde toernooien en trainen en dubbelen regelmatig met elkaar. Mooi om als noordelijk ploegje over de wereld te reizen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport