Henk Grol kan eindelijk weer zijn sport uitoefenen.

Noordelijke judoka's Henk Grol en Kim Polling mogen eindelijk weer gooien en smijten: 'als ik goed ben, gooi ik een paar mensen per minuut'

Henk Grol kan eindelijk weer zijn sport uitoefenen. Foto: EPA

Judoka’s houden ervan ‘mensen te gooien’. Maandenlang mocht het niet, maar vandaag mogen ze weer. ,,Gooien is de essentie van judo.”

Op haar veertiende stond Kim Polling, geboren in Zevenhuizen, in de voortuin tegenover haar vader. Ze plaatste haar hand op zijn rug en vroeg: ‘Pap, zal ik je even gooien?’ Dat lukt je toch niet, dacht haar vader, man van ruim 100 kilo en 192 centimeter lang.

,,Laat maar zien.” Daarna knalde hij voor het oog van alle buren tegen de schommel en strompelde terwijl iedereen stond te lachen zo nonchalant mogelijk naar de achtertuin, om uit het zicht neer te storten. Later werd hij geopereerd aan een gebroken meniscus.

Niets zo leuk als mensen gooien


In principe is niets zo leuk als mensen gooien, vindt Polling (29), al was het gestoei met haar vader na die dag vijftien jaar geleden wel voorbij. Gooien geeft een kick. Strafjes kunnen uiteindelijk ook de winst opleveren, maar niets zo duidelijk en puur als een goede judoworp.

,,Het is de essentie van het judo”, zegt Henk Grol uit Veendam. Tegenstander op de rug, wedstrijd over. ,,Scoren is scoren, maar als ik mijn olympische finale in Tokio op die manier win, word ik gek”, zegt Juul Franssen. ,,Met een vol punt in de legendarische Budokan, dan ben je gewoon de beste van allemaal, geen twijfel over mogelijk.”

De afgelopen maanden moesten de Nederlandse judoka’s het door de coronarestricties zonder worpen doen, de mogelijkheid tot simulaties met verzwaarde poppen op Papendal niet meegerekend. Franssen: ,,Een pop? Echt niet.” Elkaar vastpakken was al uit den boze, laat staan het gooien van een collega. Grol: ,,Tuurlijk heb ik dat gemist. Ik vind het knokken leuk, dat fysieke aspect. Judoën geeft ook vastigheid in deze tijd.”

Vanaf woensdag mogen ze weer, voor het eerst sinds maart. Vraag Grol (35) hoe vaak hij in zijn leven mensen op hun rug gooide, en er volgt een soort gesnuif. Onmogelijk te bedenken. In een training komt hij misschien tot een stuk of dertig worpen. Franssen schat haar totaal tijdens een clubtraining rond de veertig. Polling, die er een ’schijthekel aan heeft’ als mensen proberen op straffen te winnen en zelf bijna altijd aanvalt, zegt: ,,Als ik goed ben gooi ik er een paar per minuut. Ik stond eens tegenover een Britse in een training. Zonder overdrijven: ik gooide haar elke tien à vijftien seconden.”

loading

Pakken is kwakken

Franssen (30) groeide op met de term ‘pakken is kwakken’. Oftewel: goed vastgepakt? Dan is gooien bijna een garantie. ,,Maar een tegenstander beweegt nooit op de manier die jij wilt. Daarom moet je door een pakking de ander zo neerzetten en laten bewegen, dat jij jouw wil oplegt. Dat je een moment creëert”, zegt ze.

Een goede worp is een combinatie van timing, van het juiste moment kiezen om een worp in te zetten, en ‘finetuning van techniek’.

Franssen: ,,En dat komt dan in een milliseconde samen. Natuurlijk kan het ook met brute kracht, maar het mooiste is als je eigenlijk niet eens iets voelt.” Daarom vloog vader Polling vijftien jaar geleden verbaasd door de lucht.

Polling: ,,De ander kan je als het ware helpen. Niet bewust, maar je gebruikt de ander en de zwaartekracht om een worp te maken. Verschil in gewicht maakt als iemand niks doet niet eens uit.”

Een goede worp hoor je niet, die voel je. Al volgt standaard een blik op de scheidsrechter voor zekerheid. Franssen: ,,Als de ander een balansverstoring heeft, een beetje beweegt terwijl ze nog op de mat staat, dan weet ik eigenlijk al: dit gaat ‘m worden.” En hoge worpen zijn de mooisten, vindt Polling. ,,Hoger is spectaculairder.”

Een maand pijn en blauwe benen


Er is ook een keerzijde van het gooien; de gevolgen van vallen. Een maand pijn en blauwe benen, dat is de verwachting van Franssen. Franssen was voor de Zomerspelen van 2012 trainingspartner van Elisabeth Willeboordse en kreeg als aanwijzing dat ze alleen mocht tillen, niet gooien. Franssen: ,,Ze zei: ik word te oud. En ik, jong broekie toen, dacht: huh? Nu weet ik beter. Als je ouder wordt, herstelt je lijf minder snel. Ik zweer je dat het heel erg zeer doet, zeker na een periode waarin je het niet hebt gedaan.”

Het is niet anders. De opoffering is het waard voor de essentie van het judo. Of, zoals Grol zegt: ,,Je nek schuurt, je handen doen pijn, je rug. Dan weet je dat je leeft.”


menu