Pieter Weening.

Of Pieter Weening uit Harkema er rekening mee hield deelnemer te zijn in de Giro d'Italia? Nou nee...

Pieter Weening. Foto: BSR Agency

Of Pieter Weening rekening hield met zijn zesde deelname aan de Giro d’Italia? Nou nee, bekent de 39-jarige, afkomstig uit Harkema. Maar nu hij er eenmaal is, in een rol als knecht bij Trek-Segafredo, is het grote doel glashelder: kopman Vincenzo Nibali helpen aan de roze trui.

Hij is het gewend om veel van huis te zijn. Zeventien seizoenen is Pieter Weening nu profwielrenner, grote delen van het jaar levend uit zijn koffer, reizend van hotel naar hotel. Maar dit seizoen is het anders. Weening trainde eerst maandenlang voor zichzelf, nadat zijn ploeg Roompot in oktober vorig jaar de stekker eruit trok. ,,Fit blijven, mocht dat verlossende telefoontje van een nieuwe ploeg komen.”

Vervolgens gooide corona de wielerkalender overhoop. Lange tijd waren er geen wedstrijden, waardoor de interesse van Trek-Segafredo in de sluimerstand werd gezet. Maar bovenal veranderde er veel in Weenings thuissituatie. Zijn vriendin Albertine en hij zijn sinds 3,5 maand de trotse ouders van Lasse.

Trainingsritje van zo’n 100 kilometer

Fantastisch, geweldig, machtig mooi – zo’n klein mannetje. Maar de keerzijde is dat Weening hem door de Giro de komende weken moet missen. ,,Klaar, daar heb je als wielrenner mee te maken”, zegt hij nuchter. ,,Je bent nu eenmaal veel van huis. Daar staat tegenover dat áls je thuis bent, je dan ook heel veel uren met je gezin kunt doorbrengen. Ook dan moet je je trainingen afwerken, maar dat zijn meestal geen werkdagen zoals iemand met een kantoorbaan die heeft.”

Weening verblijft sinds dinsdag op Sicilië, waar de 103de Giro vanmiddag van start gaat met een individuele tijdrit van Monreale naar Palermo. Hij heeft zojuist een trainingsritje van zo’n 100 kilometer op het Italiaanse eiland achter de rug; de rest van de dag staan er een massage en vooral veel rusten op het programma.

Gehard als tropenhout

Natuurlijk voelt hij gezonde wedstrijdspanning, aan de vooravond van zijn hoofddoel dit seizoen. Maar bevangen door nervositeit? ,,Totaal niet.” Weening kent zijn lichaam door en door, voelt zich goed, is na honderdduizenden kilometers op de fiets gehard als tropenhout én weet dat de schijnwerpers de komende weken niet op hem gericht staan.

,,Ik ben hier alleen om mijn ploeg te helpen”, verklaart Weening. ,,Ik ging jarenlang naar de Giro om zélf voor de prijzen te rijden. Maar mijn rol is nu gewoon anders.”

Hij noemt de proloog van vandaag als voorbeeld. Waar Weening eerder een zo snel mogelijke tijdrit wilde neerzetten, hopend om een paar dagen later een gooi te doen naar de roze leiderstrui, rijdt hij vanmiddag relatief ontspannen door de straten van Palermo. ,,Ik wil nu gewoon lekker rijden. Mijn tijdrit staat vooral in het teken van fit blijven, om gaandeweg de Giro steeds beter te worden. Dat is een groot verschil, als je vanaf de eerste dag in de stress zit.”

Loeizware slotweek

Weening moet zijn waarde vooral tonen tijdens de loeizware slotweek, waarin hij Vincenzo Nibali zo goed mogelijk door de bergetappes moet loodsen. De geslepen kopman van Trek-Segafredo is inmiddels 35 jaar, maar behoort nog altijd tot de favorieten voor de eindzege van de Giro, die hij al eens won in 2013 en 2016.

Ongekend is de grootsheid van Nibali in Italië, heeft Weening de afgelopen maanden gemerkt. ,,Nibali is in Italië een soort halfgod. Die jongen heeft heel veel druk op zijn schouders. Maar dat is al jaren het geval. Hij kan daar volgens mij wel goed mee omgaan. Ik verwacht dat hij deze Giro mee gaat doen om de prijzen. Maar goed, we moeten eerst maar eens afwachten hoe de eerste week verloopt.”

Te veel vooruitkijken heeft simpelweg geen zin, Weening weet het na bijna twee decennia in het profpeloton als geen ander. Het is een van de redenen waarom Trek-Segafredo eind vorig jaar een balletje bij hem opwierp: de ploeg zocht een gelouterde en betrouwbare knecht voor Nibali in de Giro.

Plaatsnemen in de wachtkamer

Aanvankelijk resulteerde de flirt niet in een overeenkomst, tot Trek-Segafredo in februari met veel blessureleed te maken kreeg. Ploegleider Steven de Jongh waagde vervolgens alsnog een belletje naar het Belgische Lanaken, net over de grens bij Maastricht, waar Weening al jaren woont. ,,Pieter, zei hij, we hebben jou toch nog nodig”, aldus Weening.

Maar door de uitbraak van corona moest Weening opnieuw in de wachtkamer plaatsnemen, tot hij begin juni bij Trek-Segafredo eindelijk zijn handtekening zette onder een contract tot het einde van het seizoen.

Weening reed de afgelopen drie maanden de Dauphiné, het Nederlands, Europees én wereldkampioenschap. Toch was zijn programma vooral Italiaans gekleurd, met onder meer een hoogtestage in de Dolomieten, de Strade Bianche, Gran Trittico Lombardo en de Tirreno-Adriatico.

Louter Italianen

Weening leerde op die manier zijn ploeggenoten goed kennen. Trek-Segafredo stelde tijdens de Italiaanse koersen namelijk veelal de renners op die vandaag in de Giro aan de start staan. Naast Weening en de Fransman Julien Bernard zijn dat louter Italianen.

Het is ogenschijnlijk nogal een contrast: de immer onverstoorbare Pieter Weening uit Harkema, die aan de eettafel wordt geflankeerd door mannen als Vincenzo Nibali, Gianluca Brambilla en Nicola Conci.

Heel groot zijn de cultuurverschillen echter niet, zegt Weening. ,,Het maakt niet uit wat voor vlaggetje iemand achter zijn naam heeft. Bij elke ploeg gaat het er in grote lijnen hetzelfde aan toe. Je stapt met z’n allen op de fiets en zit ’s avonds met elkaar aan tafel te eten.”

Zo ging het bij Rabobank en Roompot – de Nederlandse ploegen waar hij voor reed – en bij Orica Greenedge, waar wielrenners uit alle windstreken zijn collega’s waren. Nog los van het sociale aspect: oneindig veel belangrijker zijn de prestaties die een profwielrenner domweg moet leveren. ,,We zijn geen vrijwilligersclubje. Dit is voor iedereen werk. Je moet gewoon doen waarvoor je wordt betaald.”

Het zijn woorden van een gelouterde prof. Weening zag de afgelopen jaren een complete generatie wielrenners komen en gaan, terwijl hij gestaag zijn kilometers bleef wegtrappen, gewaardeerd door elke ploeg waarvoor hij reed.

Vier Vuelta’s. Zes keer de Tour de France, inclusief een etappezege in 2005. En nu dus voor de zesde keer de Giro d’Italia, de grote ronde waar Weening gevoelsmatig het meeste mee heeft. Hij won op fraaie wijze etappes in 2014 en 2011, en droeg in laatstgenoemde editie vier dagen de roze trui.

Of de Giro van 2011 zijn loopbaan heeft veranderd? Mwahhh, zegt Weening, dat valt wel mee. Het maakte destijds vooral de contract-onderhandelingen met Orica Greenedge een stuk makkelijker.

Trainen doet hij vanzelfsprekend keihard, maar niet maniakaal

Weening heeft niet zoveel met de korte termijn. Hij wijst op de vele renners die ook een etappe in een grote ronde wonnen. Hoe mooi zo’n prestatie ook is, je kunt er niet te lang op blijven teren. ,,Het gaat erom dat je blijft bevestigen dat je goed bent.”

En precies dat doet Weening, al jarenlang, op een manier die feilloos past bij zijn karakter. De sleutel van Weenings succes laat zich ruwweg in twee woorden vangen: normaal doen.

Wat dat betreft verbaasde Weening zich weleens over wat hij om zich heen zag gebeuren. Trainen doet hij vanzelfsprekend keihard, maar niet maniakaal. Waarom zou je jezelf uitknijpen voor die ene procent verbetering, als dat ten koste gaat van je plezier? Waarom zou je jezelf blijven afmatten, als rust soms het beste medicijn is?

Maar ook: waarom zou je je trainingen laten versloffen, als je niets liever doet dan fietsen? En hoe kan het in hemelsnaam dat sommige wielrenners worstelen met hun kilo’s, als je jaarlijks zo’n 35.000 kilometer fietst? ,,Ja, als je elke dag een halve kilo friet weg tikt, dan kan dat. Maar anders toch niet?”

,,Ik heb nooit extreem geleefd en altijd met veel plezier gefietst. Daarom hou ik het, denk ik, zo lang vol”, besluit Weening. Hoe lang dat nog duurt? Hij heeft geen idee. ,,Had je mij een jaar geleden gevraagd of ik nog een WK of Giro zou rijden, dan had ik je geen antwoord kunnen geven. En nu sta ik hier toch weer. Mooi toch?”

menu