Ranomi Kromowidjojo met de gouden medaille na de finale 100 meter vrij in het Aquatics Centre tijdens de Olympische Spelen in Londen.

Ranomi Kromowidjojo 30 jaar: 'Oma gaat een dutje doen'(maar zij is nog lang niet uitgezwommen)

Ranomi Kromowidjojo met de gouden medaille na de finale 100 meter vrij in het Aquatics Centre tijdens de Olympische Spelen in Londen. Foto: ANP/Robin Utrecht

De dertigste verjaardag is een mijlpaal, een moment om terug te kijken en vooruit te blikken met de donderdag 30 jaar geworden Ranomi Kromowidjojo. ,,Nu noemen kinderen mij vaak mevrouw.”

Meestal roept Ranomi Kromowidjojo het zelf: ‘Oma gaat even een dutje doen’. Ze omschrijft zichzelf als nineties kid , wat onverwacht oud klinkt als ze bedenkt dat sommige nieuwe selectiegenoten uit 2005 komen, maar tegelijkertijd voelt de drievoudig olympisch kampioene uit Sauwerd die vandaag verjaart zich niet veel ouder dan een jaar of acht geleden. ,,Maar ja, het is wel een beetje een mijlpaal. Dat je ineens bij de dertigersclub hoort, of zo. Je zit in een andere fase.”

Vorig jaar bedacht Kromowidjojo een mooi plan. ,,Eerst Tokio, daarna een groot feest. Om successen te vieren, om te ontladen na de Olympische Spelen en voor mijn dertigste verjaardag.” De realiteit is dat ze deze verjaardag vandaag op een vakantieadres in Overijssel viert, stukken intiemer dan gedacht: alleen haar verloofde Ferry Weertman is aanwezig.

Het is nog niet klaar

Erg? Nee. ,,Ik ben niet de persoon die denkt: dan moet ik het inhalen. Het is wat het is. En ik ben ook niet zo bezig met die dertig.” Daar is ze te nuchter voor. Maar het is wel een moment om stil te staan bij haar loopbaan. Om terug te kijken en vooruit te blikken. Ze heeft als zwemmer bereikt wat ze wilde, zegt ze. Maar ze wil meer. ,,Het is zeker nog niet klaar.” Sommige atleten stopten met motivatieproblemen na het nieuws dat de Spelen een jaar zouden worden uitgesteld, bij Kromowidjojo kwam de gedachte aan stoppen niet eens op. Tokio wordt, mits het evenement volgend jaar wél doorgaat, haar vierde olympische deelname.

K romowidjojo – ,,nog steeds hebben mensen overal ter wereld moeite met mijn achternaam. Ik luister naar alles wat erop lijkt, prima” – begon op haar vierde met zwemmen. De dochter van een Surinaams-Javaanse vader en Nederlandse moeder groeide op in Sauwerd. Als tienjarige zwom ze haar eerste nationale record. Ze werd nooit gepusht, maar destijds was ze al doelgericht. Op haar veertiende droomde ze van deelname aan de Spelen, een paar jaar later werd dat werkelijkheid. Het succesvolste toernooi uit haar imposante carrière zwom ze op 21-jarige leeftijd in 2012 in Londen; daar won ze drie keer olympisch goud.

loading

Ideale leeftijd

De ideale leeftijd voor een zwemmer ligt rond de 22, werd haar ooit verteld. Spottend: ,,Daar zitten Femke (Heemskerk, 32-jarige team- en generatiegenote, red.) en ik al iets overheen. Je merkt dat de gemiddelde leeftijd van zwemmers hoger is komen te liggen. We leven in een wereld waarin je hypotheek of huur moet betalen, dan ga je rond je 26ste wel kijken: is dit het nog waard? Er zijn tegenwoordig meer wedstrijden, er is nu iets meer geld te verdienen. Ik heb de afgelopen twee à drie jaar prima verdiend met wedstrijden, dat is voor vier à vijf mensen in Nederland mogelijk. Tien jaar geleden was dat nog anders.”

Als het aankomt op zwemmen, gaat haar lijf niet anders met belasting om dan acht jaar terug. ,,Ik herstel nog steeds heel snel, misschien wel sneller dan ooit. Maar een nachtje doorhalen is anders. Daar is Ferry (28, red.) beter in. Ik ben sowieso een ochtendmens, maar rond 1.00 uur ’s nachts denk ik wel: nou, ik ben er klaar mee, ik ben moe. Niet meer zoals op je achttiende, dan kun je eindeloos door.”

Straattaal

Z e zag door de jaren heen regelmatig teamgenoten vertrekken, ‘ik ben zo’n drie generaties verder inmiddels’, maar een zwemgroep houdt je jong, merkt ze. ,,Al denk je af en toe zowel: o, geinig, als: jeetje, waar gaat dit over?” Soms zegt ze tegen Heemskerk: ‘We zijn hier echt te oud voor.’ Wanneer straattaal het zwembad betreedt bijvoorbeeld. ,,Iedereen kech noemen, of dat soort woorden. 18- tot 20-jarigen hebben een heel andere taal. Ze leven sowieso in een andere wereld. Ik zit niet op Snapchat, of op Tiktok. Maar als wij het hebben over ‘lekker even wandelen’, kan ik ook denken: toen ik 18 was vond ik daar geen zak aan.”

Zo dacht ze vroeger bij jonge moeders die zeiden zich nog heel jong te voelen ook: wat een onzin. ,,Zij leken voor mij toen al mevrouwen. Nu noemen kinderen mij vaak mevrouw, wat ik prima vind, want het is hartstikke netjes, maar je denkt ook: wow, ja, ik ben ineens ook een mevrouw.”

Zwemmen nog steeds het allerleukste

Wie haar tien of vijftien jaar geleden had gevraagd wat ze rond haar dertigste zou doen, had niet als antwoord gekregen dat ze nog zou zwemmen. ,,Ik vond het altijd het allerleukste om te doen, maar er is ook een leven erna, dacht ik. Maar zwemmen blijkt nu nog steeds het allerleukste te zijn. Ik kies er niet voor omdat het veilig is of omdat ik geen ander doel heb, maar het maakt me gelukkig. Natuurlijk gaat dat gelijk op met prestaties, ik doe dit niet voor de vijftigste plaats. Ik wil me verbeteren, de beste zijn. Maar ook het zwemmen an sich , ik vind het gewoon heel lekker om in het water te liggen. Mensen zeggen: je voelt het van binnen als het klaar is. Dat heb ik nog steeds niet.”

Topsport bracht haar discipline en assertiviteit. Ze leerde omgaan met tegenslag. Het leverde prijzen op die allemaal bij haar ouders thuis staan; ,,ja, ja, alles moet bewaard worden, ik denk dat ze een heel museum kunnen maken”, maar het bracht ook zelfvertrouwen. ,,Ik ben best benieuwd hoe ik zou zijn geworden zonder topsport. Ik was als kind heel verlegen. Dat is ook een beetje de Groningse opvoeding, een beetje bescheiden, niet een te grote mond hebben. Het hoeft niet met zoveel woorden.”

loading

Groningers niet stug

Tot ze op haar achttiende naar Eindhoven verhuisde. ,,Voor een klein landje, en dit is heel zwart-wit natuurlijk, was daar wel een verschil. Mensen spreken met meer woorden, het is uitbundiger. Het is niet zo dat Groningers stug zijn, maar het is een ander soort mensen dan Brabanders. Ik heb door de combinatie van topsport en in het Zuiden leven geleerd assertiever te zijn en iets meer te zeggen dan alleen maar ‘ja’, ‘goed’, of ‘prima’.”

Nu is ze nooit meer verlegen. Ze staat bekend als ‘koele kikker’. ,,Ik heb een kalme geest tijdens topsportmomenten, maar ik denk ook dat ik gezelliger ben dan mensen van een afstand denken. Ik ben zelden boos en hou ook van een feestje en gezelligheid.”

Arrogant

H aar olympische succes in 2012 heeft haar veranderd. ,,Daarna werd ik me ervan bewust: o, iedereen kijkt naar je. Je hebt een voorbeeldfunctie. Iedereen heeft een mening over je en als je iemand niet groet, ben je ineens arrogant. In eerste instantie had ik na Londen het idee dat ik iedereen moest pleasen , want iedereen wil wat van je. Dan kun je het nooit goed doen. Dan is het fijn een management te hebben dat je beschermt tegen de buitenwereld en een thuisbasis waar je altijd op kunt terugvallen. Waar je niet de zwemmer of kampioen bent, maar de dochter, het zusje of nichtje.”

Rond 2011 dacht ze minder sociaal, meer zwart-wit. ,,Ik leerde in de jaren daarna dat er niet één heilige weg is naar succes. Ook door Ferry (Weertman werd in 2016 olympisch kampioen open water, red.). Ik denk dat ik een coronaperiode acht jaar geleden ook anders had beleefd.

Innerlijke strijd

,,Ik ben me er nu meer bewust van dat er meer is dan je eigen kleine zwemwereldje. Dat zorgde voor een soort innerlijke strijd: de topsporter die dacht: ik wil in topvorm zijn, tegenover de mens die zich afvroeg: is onze collectieve gezondheid niet veel belangrijker dan ons stomme zwemmen? Zwemmen is niet minder belangrijk voor me dan toen, maar ik zie de menselijke kant nu beter.”

Het zwaarste moment uit haar zwemcarrière lijkt haar hersenvliesontsteking in 2010 tijdens een trainingskamp met de zwemploeg. ,,Mijn leven lag ineens stil. Van focus op presteren binnen twaalf uur naar doodziek. Dat was heel raar. De grootste les was: je kunt niet alles controleren.”

Einde carrière

Ze lag een periode in het ziekenhuis, zeven weken zwom ze niet. Voordat ze haar revalidatie begon, stapte ze eerst een minuut in het zwembad, even peddelen. ,,Klinkt misschien stom, maar ik móést weten of ik nog kon zwemmen, of het motorisch nog zou kunnen of dat het einde carrière was. Gelukkig was dat niet zo.” Drie maanden later zwom ze persoonlijke records.

,,Maar los van de fysieke pijn toen, was het als topsporter misschien zelfs heftiger om te gaan met het begin van het hele coronagebeuren. In 2010 ging het alleen om mijn eigen herstel, nu ligt de hele wereld aan puin. Er was in maart zoveel onzeker, zoveel vragen, met maar een maand of vier te gaan voor de Spelen. Daarom was het echt een opluchting toen ze werden uitgesteld. Nu is er weer rust. Het thuis trainen, het diep gaan, ik verbaasde me erover hoe makkelijk dat gaat. Dan weet je: ik heb echt intrinsieke motivatie.”

menu