Een blik in de kantine van VV Noordster in Oude Pekela, toen er nog geschonken mocht worden.

Schade bij Nederlandse sportclubs door gesloten kantines loopt op tot ruim 100 miljoen euro (en daar blijft het niet bij)

Een blik in de kantine van VV Noordster in Oude Pekela, toen er nog geschonken mocht worden. Foto: DVHN/Archief

Vanaf 28 april mogen sportclubs de deuren voorzichtig weer openen voor de jeugd, maar het leed is al geschied. De noodgedwongen sluiting van kantines wegens het coronavirus heeft nu al grote financiële gevolgen voor de sportclubs.

Uit een onderzoek van Twelve, dat de betaalsystemen verzorgt voor ruim 2500 sportclubs in Nederland, is naar voren gekomen dat de coronacrisis al een daling van de barinkomsten heeft veroorzaakt van gemiddeld 30 procent. In totaal is de schade ruim 100 miljoen euro.

Voor veel van die clubs vertegenwoordigen inkomsten uit de kantine – door de verkoop van bijvoorbeeld bier, fris, sportdrank, gehakt- en bitterballen, friet en het welbekende zakje snoep voor de jeugd – 25 procent van de jaarlijkse begroting. Bij sportclubs met een eigen accommodatie ligt dat percentage aanzienlijk hoger.

‘Dit is permanente schade’

Volgens het onderzoek, waarvoor Twelve een steekproef deed onder 700 sportclubs met een eigen accommodatie en kantine, is de inkomstenderving het grootst voor voetbal- en hockeyclubs. Die lopen gemiddeld 35.000 euro aan inkomsten mis in de periode van maart tot juni.

Ook bij tennisverenigingen komt de klap hard aan, aangezien de jaarlijkse toernooien in de zomermaanden waarschijnlijk niet doorgaan, nu het kabinet heeft besloten tot 1 september geen evenementen toe te staan. Tijdens deze toernooien verdienen tennisclubs soms meer dan een kwart van de jaarlijkse kantine-inkomsten in één week.

Volgens directeur Pieter de Jong van Twelve geven clubs door heel het land dan ook aan dat de gevolgen van het coronavirus er echt inhakken. De Jong: „Ondanks dat de meeste clubs eenmalig recht hebben op 4.000 euro van de overheid, blijkt dat ze de inkomstenderving onmogelijk op de korte termijn kunnen inhalen. Het is ook nog maar de vraag wat de mogelijkheden zijn voor sportkantines in een anderhalvemetersamenleving. Dit is permanente schade, waarbij sportclubs alle hulp kunnen gebruiken.”

Achter de feiten aan lopen

Ook de Friese amateurvoetbalgrootmacht Harkemase Boys, gelegen vlakbij de Fries-Groningse provinciegrens, loopt inkomsten mis. Vooral het afgelasten van de vijf resterende thuiswedstrijden van het eerste elftal hakt erin, laat voorzitter Sippe Heeringa weten.

„Dat is ons hoofdinkomen, daar komen veel mensen op af. Maar we lopen ook inkomsten mis door het afgelasten van onder meer een KNVB-jeugdtoernooi en een familietoernooi die binnenkort zouden plaatsvinden. In totaal gaat het om een derving van tienduizenden euro’s. Dat is zuur, want juist in deze periode, met dit mooie weer, loopt de kantineverkoop normaal gesproken erg goed.”

Niet weten hoe de anderhalvemetersamenleving er gaat uitzien en of er na de zomer wél gevoetbald kan worden, drukt sportclubs als Harkemase Boys in een onzekere positie.

„We doen alles wat we kunnen om het gebrek aan inkomsten te compenseren door bijvoorbeeld de kachels en koelkasten uit te zetten”, zegt Heeringa. „Verder is onze leverancier bereid om het bier weer terug te nemen. Maar het verlies aan inkomsten breien wij nooit meer volledig recht. De jeugd mag weliswaar weer voetballen, maar dat betekent niet dat de kantine open mag. We lopen wat dat betreft achter de feiten aan.”

Initiatieven in zware tijden

Dit verhaal klinkt Anneke Sleijster bekend in de oren. Zij is voorzitter van tennisvereniging TC Suthwalda in Zuidwolde, uitkomend op eredivisieniveau. Tijdens het jaarlijkse Suthwalda Open-toernooi worden normaal gesproken de nodige kantine-inkomsten vergaard, maar het doorgaan ervan is hoogst onzeker.

Sleijster: „Ik vrees van niet en in dat geval lopen wij de nodige inkomsten mis. Maar we gaan er gelukkig niet aan failliet, hoor. We hebben weinig kosten en een buffer. Ik weet dat het enkele andere tennisclubs wél hard raakt.”

Inmiddels zijn, verspreid door het land, diverse initiatieven opgestart om sportclubs bij te staan in deze financieel zware tijden, waaronder crowdfundingsacties en online quizzen. Twelve riep onlangs de actie #helpjeclub in het leven. Dit biedt clubleden de mogelijkheid om bartegoed te kopen, wat later in de kantine kan worden besteed. Zo krijgen clubs die nu gesloten zijn alsnog geld binnen om hun doorlopende rekeningen te betalen of alvast een buffer op te bouwen. Binnen twee weken hebben 46 clubs zich aangemeld.

Inhakken op opgebouwde reserves

Een andere actie is het bijna gelijknamige ‘helpjecluppie‘ van hockeyinternational Robbert Kemperman, waarbij truien en T-shirts kunnen worden gekocht. Bij de online-kassa kan de naam van een club worden opgegeven. Vervolgens wordt het volledige bedrag overgemaakt.

De Groninger hockeyvereniging GHHC is een van de clubs die zich hierbij aansloot. „Wij hebben veel jeugdleden, dus horeca is niet ons hoofdinkomen”, laat voorzitter Maurice de Wilde weten. „Toch begroten we zo’n 15.000 euro verlies. Dat betekent dat de reserves die wij de afgelopen twee jaar hebben opgebouwd, weer ingeleverd worden. Daardoor kunnen we de komende tijd bepaalde dingen niet doen, zoals het verbouwen van accommodaties.”

menu