Foto ter illustratie.

Sportcolumn: BAM! gestrekt op het asfalt. Dat wordt de komende tijd niet koersen

Foto ter illustratie. ANP

Vandaag precies twee weken geleden spoelde het onheil over mij heen. Na een 60 kilometer durende tocht door het prachtige, zonnige Drentse landschap keerde ik aan het begin van de middag terug in de stad Groningen. De kop leeggemaakt en klaar om de dag vol goede moed te vervolgen. Althans, dat was het voornemen...

Vlak voor thuiskomst rijd ik op een rustig tempo over het fietspad een kruising tegemoet. Vanuit mijn ooghoeken zie ik rechts van mij een auto naderen. Ik draai mijn hoofd in die richting en constateer dat het gevaarte afremt voor de haaientanden. Gerustgesteld richt ik mijn blik weer naar voren en draai de trappers nog een paar keer in de rondte.

BAM! Ineens lig ik gestrekt op het asfalt, volledig losgerukt van mijn racefiets. Gedesillusioneerd blijf ik een paar tellen liggen. Plots zweeft er een gezicht boven mijn hoofd. De lippen bewegen en ik luister: ‘Gaat het?’ Het blijkt de chauffeur te zijn die uit zijn wagen is gesneld. Hij heeft mij niet gezien. De schrik is van zijn gezicht af te lezen, zoals ongetwijfeld ook van de mijne.

Voorzichtig krabbel ik overeind, en het eerste wat ik zie is mijn racefiets. De voorvelg dubbelgevouwen, een breuk in het even daarvoor nog zo mooie carbon frame, het zadel gescheurd en het stuur beschadigd. Dan besluit ik mezelf maar eens te bestuderen. Bloed op de knieën, bloed op de benen en bloed op de armen. Mijn wielerschoenen zijn kapot, bril en helm zijn beschadigd en ook mijn kleren zijn niet ongeschonden gebleven.

Door de adrenaline voel ik geen pijn in mijn lichaam. Dat zou de dagen erna nog wel komen, kan ik achteraf zeggen. De pijn die ik wél voel is niet lichamelijk maar geestelijk en komt door het aanzien van mijn racefiets. ‘Dat wordt de komende tijd niet koersen’, schiet direct door mijn hoofd. Net nu het mooie weer en de start van het wielerseizoen voor de deur staan. Juist dán is het gevoel extra sterk om eropuit te trekken en te trappen op de cadans van de wielergekte die her en der ontstaat.

Dat zit er voor mij dus even niet in, want mijn racefiets ligt nog in de kreukels. Gelukkig doen de profs dat inmiddels wel weer volop na een maandenlange coronasabbatical. De Tour, de Giro, Vuelta en meer. Ik ga ervan genieten en ik hoop u ook.

menu