Oud-roeister Anneke Venema.

Sporthelden van weleer - Anneke Venema (roeien): 'Zilver tijdens Olympische Spelen van 2000 was het maximaal haalbare'

Oud-roeister Anneke Venema. Foto: Jan Kanning

In de serie ‘sporthelden van weleer’ blikken we met sporters terug op hun carrière en spreken we over hun leven na de topsport. Vandaag: roeister Anneke Venema, winnares van een zilveren medaille (vrouwen-acht) tijdens de Olympische Spelen van 2000.

Vijfentwintig jaar geleden, in het voorjaar van 1995, verscheen Anneke Venema voor de lens van topfotograaf Ewoud Broeksma.

Als aanstormend roeitalent (net 24), maar wel al met een bronzen WK-medaille op zak, poseerde zij in het karakteristieke botenhuis van Gyas op een wijze die doet denken aan de Victoriaanse roeicultuur uit de negentiende eeuw. Broeksma verbond zo via de Veendamse roeister Britse grandeur aan een stukje oer-Groningse nostalgie. De zwart-witfoto deed de rest.

Het favoriete tv-programma van Venema was indertijd Goede Tijden Slechte Tijden. ‘Als je een week mist, weet je nog waar het over gaat’, zo luidde haar toelichting en dat was alleszins begrijpelijk voor een topsporter annex studente met weinig vrijetijd. Immers, roeien op topniveau betekent een onvoorwaardelijke overgave aan je sport. ,,In aanloop naar de Olympische Spelen trainden we op en rond de Bosbaan tussen de 12 en 17 keer per week. Dag in, dag uit dus minstens tweemaal.’’

Tweemaal Olympische Spelen

De kwaliteiten in lichaam en geest van Anneke Venema bracht haar tot tweemaal toe op de Spelen, in 1996 (Atlanta) en 2000 (Sydney). En dan te bedenken dat de Oost-Groningse van oorsprong een fanatiek basketbalster was; bij Aquila in Veendam.

,,Pas toen ik in Groningen ging studeren kwam ik via een vriendin in aanraking met het roeien. Het leek mij leuk en ik dacht: ach, dan ga ik een jaartje later wel weer basketballen. Dat kwam er niet meer van, ik raakte verslingerd aan de sport, ook vanwege de gezelligheid eromheen. Ik roeide meteen wedstrijden en toen de roeibond iedereen met een zekere score op de roeiergometer uitnodigde voor een open training, twijfelde ik niet. Er was net een Amerikaanse bondscoach aangesteld, Kris Korzenowski, en ik kwam in aanmerking voor een traject op weg naar Atlanta.’’

Uiteindelijk draaide het in ’96 uit op een dikke teleurstelling.

,,Door de lange selectieprocedure waren we allemaal kapot, voordat de Spelen van start gingen. Ik was eerste reserve in de vrouwen-acht en ik roeide in de twee-zonder met Elien Meijer. Plaatsing daarvoor kostte zoveel kracht, dat van een fatsoenlijk voorbereiding geen sprake meer kon zijn. We werden achtste. Gelukkig hebben we daar met het oog op vier jaar later veel van geleerd. Toen boekten we wel succes.’’

‘Ik stopte na Atlanta zelfs een jaar’

Het was overigens niet gezegd dat Venema na Atlanta door zou gaan richting Sydney.

,,Ik stopte zelfs een jaar, mede om mijn studie economie af te ronden, en werd coach bij Gyas. Pas toen bekend werd dat René Mijnders was aangesteld als nieuwe bondscoach bij de vrouwen, begonnen ik en met mij een paar anderen ergens in te geloven.’’

De liefde voor de sport dreef haar opnieuw naar de Bosbaan.

,,Het jaar 1999 beschouwde ik als een aanloopjaar om weer helemaal in het ritme te komen. Ik raakte niet in paniek toen ik voor het WK als eerste reserve werd aangewezen. Het gevoel was goed en dat bleek, want ik kreeg een plekje op boeg. Op die positie (de roeister die als eerste over de finish komt, red.) voel je heel goed wat er gebeurt in de boot; hoe het ritme is, waar de kracht vandaan komt en hoe je in het deelnemersveld ligt.’’

‘Roemenië was een onverslaanbare boot’

Hoewel stuk voor stuk winnaars, wist de vrouwen-acht op voorhand dat het behalen van een gouden Olympische medaille een mirakel zou zijn.

Venema: ,,Roemenië was in die periode een onverslaanbare boot. Wij wonnen eenmaal van ze, tijdens de wereldbeker in München, maar toen roeiden ze met het tweede garnituur. Natuurlijk gingen we voor het hoogste, maar normaliter was zilver het maximaal haalbare voor ons en dat lukte. Wij roeiden het hele jaar stabiel goed, maar ja, het moet wel in die ene race gebeuren. Wij wonnen één van de twee voorrondes, waardoor wij een hele week moesten wachten op de finale. Dan is het de kunst om je focus te behouden. Het was een voordeel dat we via de tv in het Olympisch dorp zagen dat de Nederlandse ploeg het enorm goed deed. Dat gaf veel motivatie.’’

De roeister van Gyas sliep slecht in de nacht voor de finale.

,,Jarenlang werk je keihard, je leeft op het laatst in een cocon, ziet niet meer wat er buiten jou om gebeurt en dan moet je aan de bak. Op 250 meter voor de finish zag ik ons op zilver liggen. De Roemenen waren weg, maar ik durfde niet aan die tweede plek te denken. Maar toch, op het water voel je dat je niet meer kunt worden ingehaald, in dit geval door de Canadezen. Voor ons was dit het maximale en daar waren we superblij mee. Geweldige huldiging ook gehad in het Holland House.’’

‘We waren voorbij het stipje aan de horizon’

Uiteindelijk duurde het tot december, eer alle eerbetuigingen achter de rug waren. ,,Onze boot bestond uit roeisters van vele roeiverenigingen en overal moesten we collectief gehuldigd worden. Dus dan weet je het wel. De gemeente Veendam zette mij ook in het zonnetje, samen met Peter Windt die een gouden hockeymedaille won.’’

Maar dan?

,,Ja, dat was een beetje zoeken. Je leeft zó gestructureerd dat je even niet weet wat je moet doen. Dat gevoel had ik heel sterk, in Sydney al, meteen na de finale. Zo van: moeten we niet trainen vandaag? We hebben hele leuke dingen gedaan na de medaillerace, maar ik had opeens geen doel meer. Wij waren voorbij het stipje aan de horizon.’’

Venema roeide nog een seizoen, mede om af te bouwen, maar kwam pas helemaal los van de sport toen zij in 2002 samen met haar vriend en huidig echtgenoot Maarten de Witt een fietstocht van vijf maanden door Australië en Nieuw-Zeeland maakte. ,,Dat hadden we echt nodig, Maarten was toen ook net afgestudeerd.’’

Skiff in de schuur

Intussen woont het stel in Schouwerzijl - tussen Winsum en het Lauwersmeer - langs de boorden van het Reitdiep. In de schuur ligt een skiff die geregeld het water in glijdt.

,,Wij hebben drie kinderen van 15, 13 en 11 jaar, waarvan de oudste al kennismaakte met de roeisport. Zelf roei ik nog met een fanatiek clubje bij De Hunze, om lekker te roeien en uiteraard voor de gezelligheid’’, aldus (tot nu toe) het enige vrouwelijke erelid van Gyas. ‘Ja, best wel bijzonder. Laten we hopen dat er nog eens eentje bij komt!’’

menu