Jan Mennega aan het werk op de de perstribune van FC Groningen.

Stoor Ik? Met Jan Mennega over de bekerfinale van vijf jaar geleden: ‘Een wedstrijd die niet beklijft’

Jan Mennega aan het werk op de de perstribune van FC Groningen. Foto: Archief Jan Kanning

Met de rubriek ‘Stoor ik..?’ haalt de sportredactie tijdens de coronacrisis een oud paardje van stal. Hierbij bellen we met iemand uit de sportwereld met de vraag hoe het hem of haar vergaat. Deze week staat de rubriek in het teken van de KNVB-beker die FC Groningen aanstaande zondag precies vijf jaar geleden won. Vandaag de verslaggever die FC Groningen haar eerste echte prijs zag pakken: Jan Mennega. En ook nu is de eerste vraag…

Stoor ik?

,,Nee hoor. Ik zit rustig thuis. Ik zet koffie voor mijn vrouw Julia, die thuiswerkt, ik ben zelf met pensioen nu. Ik ben van pure ellende maar in de tuin gaan werken. Die schrok ervan, die heeft er nog nooit zo verzorgd bij gelegen.’’

Hoe kijk jij terug op die bekerfinale van vijf jaar geleden?

,,Tja, het was natuurlijk prachtig dat FC Groningen ein-de-lijk eens een echte prijs pakte. Het elftal klopte, met middenvelders als Simon Tibbling, de vaak onderschatte Maikel Kieftenbeld en vormgever Tjaronn Chery, met Eric Botteghin en Rasmus Lindgren centraal achterin en Hans Hateboer, Johan Kappelhof en Lorenzo Burnet afwisselend als backs. Met een voorhoede met Mimoun Mahi of Jarchinio Antonia, Albert Rusnák en natuurlijk Michael de Leeuw was dit team moeilijk te verslaan. En natuurlijk hadden ze de loting mee, maar ze wonnen ook elke bekerwedstrijd dik.’’

Wat herinner je je nog van de wedstrijd tegen PEC zelf?

,,Nou, als voetbalwedstrijd was het niet eentje die je als verslaggever lang bij blijft. Natuurlijk, ik zie de goals van Rusnák nog zo voor me: de eerste een lucky, de tweede prachtig. Maar verder: niet veel kansen, een beetje saai, afgezien van de spanning en de enorme belangen natuurlijk. Een wedstrijd die niet beklijft. Niet zoals bijvoorbeeld FC Groningen-Ajax in 2006, waarin de FC bijna de Champions League haalde. Of FC Groningen-Vitesse, waarbij een weergaloze Luis Suárez een 1-3 achterstand omboog in een 4-3 zege. Maar de winst van de beker zorgt natuurlijk wel dat ik deze wedstrijd nooit zal vergeten.’’

Hoe blij was je na die winst, als verslaggever?

,,Als FC Groningen tegen PEC speelt, heb ik uiteraard liever dat Groningen wint dan Zwolle, dat lijkt me logisch als Dagblad-verslaggever. Maar als het slecht is, dan is het ook slecht.’’

Hoe was het na afloop?

,,Hard werken. We waren met drie man van deze krant in de Kuip: William Pomp, jij en ik, en we hebben volgens mij iets van vijf, zes verhalen gemaakt in nog geen twee uur tijd, dus we moesten even doorpezen. We mochten niet het veld op, dat was jammer. Het was: spelers en Van de Looi spreken, snel naar de persruimte en tikken. En daarna rap naar huis, met 140 in het uur. Die overtreding is toch al verjaard? Ik heb nog overwogen om met Pomp en jou de stad Groningen in te gaan om sfeer te proeven, maar ik besloot toch maar in Assen te blijven. Dat was ook prima.’’

Wat is nu het belang van deze bekerwinst?

,,Dat is echt heel groot. Als je als club nog nooit een prijs hebt gewonnen, dan doe je nooit echt mee. Nu kan FC Groningen voor altijd naar de beker van 2015 wijzen. Dat zal echt altijd in de annalen blijven.’’

In hoeverre is deze finale voor jou als verslaggever ook het hoogtepunt in je loopbaan geweest?

,,Niet. Dan denk ik veel eerder aan het EK ’88 waar ik als journalist voor de GPD naartoe ging, de wedstrijd in het Volksparkstadion die we met 2-1 wonnen van Duitsland. Of aan de WK’s in de Verenigde Staten en Italië waar ik voor de krant ben geweest. Maar nogmaals: voor FC Groningen zal deze bekerwinst altijd zeer terecht een hoogtepunt blijven.’’

menu