Jan Menninga poseert met Arjen Robben.

Stoor ik? Met ex-voetbalverslaggever Jan Mennega: 'Arjen Robben naar FC Groningen? Ik dacht dat het een grap was'

Jan Menninga poseert met Arjen Robben. Foto: Erwin Otten

Met de rubriek ‘Stoor ik...’ haalt de sportredactie tijdens de coronacrisis een oud paardje van stal. Net als in vervlogen tijden bellen we dagelijks met iemand uit de sportwereld en vragen we hoe het hem of haar vergaat. Deze keer Jan Mennega (67). Hij is inmiddels gepensioneerd, maar maakte als voetbalverslaggever in dienst van deze krant de opkomst van Arjen Robben mee. Ook nu is de eerste vraag natuurlijk...

Stoor ik?

„Nee hoor!”

Waar was jij zaterdag toen je hoorde dat Arjen Robben zijn rentree maakt bij FC Groningen?

„Nou, ik was thuis en hoorde het nieuws van mijn vrouw, Julia. Zij zat met haar telefoon in de hand toen er een melding binnenkwam op het scherm dat Robben zou terugkeren naar FC Groningen.”

En wat ging er toen door je heen?

„Ik dacht in eerste instantie dat het een grap was; dit kan niet! Maar al snel werd het tegendeel duidelijk. Ik vond het direct hartstikke mooi, maar had het nooit verwacht. Toen hij vorig jaar zijn afscheid aankondigde bij Bayern München, dacht ik nog ergens: dit zou misschien het moment kunnen zijn voor een terugkeer. Maar dat hij nu na een jaar niet gevoetbald te hebben zijn rentree maakt? Dat komt voor mij uit de lucht vallen. Robben doet het voornamelijk uit clubliefde, zegt hijzelf, en zo ken ik hem ook: oprecht. Ik vind het een moedige beslissing en hoop dat het een succes wordt!”

Je hoopt het, maar wat verwacht je?

„Aan zijn inzet zal het niet liggen. Het enige puntje is natuurlijk zijn blessuregeschiedenis, dat weet iedereen. Het is dan ook te hopen dat hij niet geblesseerd raakt, want dat zou voor hemzelf en vele anderen een enorme teleurstelling zijn. Maar ik zag hem zitten tijdens de persconferentie: zo fit als een hoentje hoor! Kwalitatief heeft hij altijd op een hoog niveau gespeeld. Ik verwacht dat hij daarom bij FC Groningen meteen de beste zal zijn. Kampioen worden zit er niet in. Als hij en het publiek er maar plezier aan beleven.”

Jij zat op de tribune bij zijn debuut tegen RKC Waalwijk (0-0) op 2 december 2000. Zag jij toen een voetballer die het tot de wereldtop zou schoppen?

„Nou ja, ik wil niet zeggen dat ik dat toen al zag; dat is te makkelijk. Maar hij stond toen al wel bekend als groot talent. Hij was er in die wedstrijd ook meteen: aanwezig, maakte acties. Dat is ook nooit een probleem geweest. Als een actie mislukte, maakte hij er gewoon weer een. Hij kreeg toen ook een kans, maar die belandde voor zijn rechter. Dat was toen ook al niet zijn beste voet. Een paar wedstrijden later tegen Feyenoord, maakte hij zich écht bekend aan het grote publiek. Robben, het kleine ventje dat vanuit Bedum op de fiets naar het stadion ging, draaide Kees van Wonderen toen helemaal dronken. Fantastisch!”

Wat betekent de terugkeer van dat ‘ventje uit Bedum’ voor de FC?

„De club krijgt hierdoor een gigantische boost, dat staat vast. Niet alleen regionaal en nationaal, maar ook internationaal. Er zijn sinds de aankondiging van zijn rentree al iets van tweeduizend seizoenkaarten verkocht, begreep ik. Ook zullen sponsoren nu eerder hun handtekening onder een contract zetten. Zijn terugkomst krikt de hele club op. Plezierig, zeker in deze coronatijd. En dat is ook waarvoor hij het doet. Overigens naast het feit dat bij hem, buiten gezin en familie om, alles om de bal draait. Letterlijk en figuurlijk.”

menu