Toezichthouder hoopt op 'broodje-aap-verhaal'

De Belgische dopingsexpert Peter van Eenoo is bijzonder geschrokken van de onthulling in de New York Times dat Russische atleten met hulp van de geheime dienst doping konden gebruiken tijdens de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji. De Belg was toezichthouder van het laboratorium, waar volgens het artikel in de Amerikaanse krant urinebuisjes werden verwisseld door een gat in de muur.

,,Als dit klopt, is het extreem onrustwekkend'', zei hij donderdag op de radio in Langs de Lijn en omstreken. ,,Sjoemelen kan op vele manieren, daar hebben wij echter onze detectiemethodes voor. De antidopingcontrole wordt op stelten gezet als men ongemerkt een staal kan openen, de urine verwisselen en de staal weer kan afsluiten. Het kan natuurlijk ook nog een broodje-aap-verhaal zijn. Daar hoop ik heel sterk op."

Grigori Rodsjenkov, destijds directeur van het dopinglab in Sotsji, bekent in de New York Times dat tientallen Russische atleten, onder wie vijftien medaillewinnaars, van doping werden voorzien.

Van Eenoo beweert dat de verzegeling van de dopingstalen vrijwel sluitend is. ,,Er zijn extreme tests uitgevoerd, maar wat men ook probeerde, het lukte niet om de stalen te openen zonder de verzegeling te verbreken. Ik ben dan ook stomverbaasd. Hoe doen ze dit, hoe is dit mogelijk? Ik heb geen idee waar dat gat in de muur moet hebben gezeten. Ik heb het nooit gezien.''

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.