Joey Veerman in zijn geliefde Volendam. De trainer wil dat hij vaker gaat scoren.

Vrolijke, dwarse Volendammer Joey Veerman voorziet voor Heerenveen een plek in het linkerrijtje

Joey Veerman in zijn geliefde Volendam. De trainer wil dat hij vaker gaat scoren. Foto: Jean-Pierre Jans

Vrolijk, dwars, zelfverzekerd. Joey Veerman (21), stilist van SC Heerenveen, is het allemaal. Portret van een uitgesproken Volendammer.

De pet gaat dus echt niet af voor de foto. Vergeet het maar. ,,Normaal heb ik gel in mijn haar”, zegt Joey Veerman. ,,Nu niet. Het is echt niet best.”

Maar, zegt de fotograaf, de klep zorgt voor schaduw in het gezicht en dat is niet fraai. Even denkt de middenvelder van SC Heerenveen na. Dan draait hij zijn pet om. Weg klep, schaduw verdwenen, het gel-loze kapsel toch bedekt.

Groetend door Volendam

Tijdens het wandelingetje dat volgt, langs de terrassen van de eet- en drinkgelegenheden aan de Haven van Volendam, groet Veerman de ene na de andere bekende.

Hij kent natuurlijk niet alle ruim 22.000 inwoners van het karakteristieke vissersdorp aan het Markermeer, maar veel van hen toch wel. Als er twee vrouwen voorbij fietsen, kan hij een lach niet onderdrukken. ,,Dat waren mijn moeder en tante.” De twee wilden even checken waar hij mee bezig is. Althans, zo lijkt het.

Veerman is hier vaak te vinden, op drie minuten van zijn ouderlijk huis. Met vrienden zit hij geregeld bij café-restaurant De Dijk. Ook op deze mooie dinsdagavond loopt hij bij dit etablissement naar binnen. ,,Michelle, heb je nog een tafeltje vrij?” Achterin is plek, antwoordt de serveerster.

Vissersdorp blijft de basis

,,Het is nu nog niet heel druk”, ziet Veerman als hij eenmaal is gaan zitten. ,,Maar straks loopt het vol. Het is Dinner Dinsdag . Dan krijg je drie gerechtjes voor een leuke prijs. Morgen is het Breek van de Week , even verderop bij Lotje. Die tent is van Jan Smit. Ik ken hem goed. Hij mij ook.”

Veerman kan zich niet voorstellen dat hij Volendam ooit voor een langere periode verlaat. Ja, het zal moeten als hij, mochten zijn dromen waarheid worden, in Spanje, Italië of Engeland voetbalt. Maar zit zijn carrière als voetballer erop, dan keert hij terug naar het dorp waar hij zijn geluk vindt: vriendin Chantalle, familie, gezelligheid, vriendschap. ,,Wat wil je nog meer?”

Hij rijdt nu twee keer per week heen en weer over de Afsluitdijk, van Volendam naar Heerenveen en weer terug. Vrije dagen brengt hij hier door. Niet slapend of hangend op de bank, maar actief. ,,Als ik hier ben, ga ik zelf eerst even trainen. Vervolgens kijk ik bij de training van mijn vrienden van de FC in het dorp. Als die gasten klaar zijn, doen we vaak een broodje. Dat is leuk hoor. Soms ga ik tussendoor nog even naar de kapper. En altijd kijk ik even bij bab en oma. Bab is opa in het Volendams. Zijn bijnaam is Klaus. Die van mijn vader ook. Zo word ik ook genoemd.” Hij heeft geen idee waarom.

'Het gaat bijna altijd over voetbal'

Elf vaste vrienden heeft Joey Veerman. Hij kent ze al vanaf de basisschooltijd. ,,Daarnaast is er een andere groep van veertien man en heb ik ook nog voetbalvrienden. In totaal gaat het wel om een mannetje of vijftig. Het is altijd lastig om te bepalen bij wie ik buiten coronatijd moet gaan zitten op een feestje. Iedereen gaat hier met elkaar om. Vaak gaat het over voetbal, over Heerenveen ook. Sommige jongens zeggen door onze slechte voorbereiding dat we tegen degradatie gaan spelen dit jaar. Let op, heb ik gezegd. Wij gaan gewoon meedoen in het linkerrijtje.”

Bijna iedereen in Volendam houdt van voetbal. Veerman, geen familie van spits Henk, is lid van een paar groepsapps. In een daarvan worden steevast afspraken gemaakt om te voetvolleyen. Een andere app-groep heet Sosapong, vernoemd naar Sosa, de bijnaam van een maat.

Wij gaan gewoon meedoen in het linkerrijtje

Pong komt van pingpong, tafeltennis. ,,Sosapong is eigenlijk teqbal, een soort combinatie van tafeltennis en voetbal op een gebogen tafel. Wij spelen het met twee tegen twee. Het is echt een wereldspel. En je krijgt er een heel goede techniek van.” Met een grijns: ,,Het is geen toeval dat veel Volendammers goed kunnen voetballen.”

De overstap naar Heerenveen

Eind augustus was het een jaar geleden dat Veerman de overstap maakte van FC Volendam naar SC Heerenveen. Het was het goede moment. Hij was, ondanks een seizoen met veel blessureleed (gebroken middenvoetsbeentje en ontstekingen aan beide knieën), toe aan een stap hogerop. Hij wilde zich eindelijk laten zien in de eredivisie.

Veerman paste zich in het Abe Lenstra-stadion moeiteloos aan. Sterker, al snel was duidelijk dat de stilist en spelmaker het elftal bij de hand nam met fraaie passes en een prachtige balbehandeling. Kortgeleden werd zijn contract opgewaardeerd en verlengd tot 2024. Komt er een club die Veerman wil overnemen - is het niet de komende tijd, dan waarschijnlijk wel in de winter of volgend jaar - dan moeten er vele miljoenen worden overgemaakt naar Heerenveen.

,,In maart, vlak voordat de competitie werd stilgelegd, werd ik op basis van statistieken uitgeroepen tot beste eredivisiespeler onder de 21 jaar van de maand februari”, zegt Veerman. ,,Dat was een hoogtepunt. Ook heel mooi vond ik de uitwedstrijd tegen AZ, in Den Haag. We wonnen met 2-4 en ik was bij alle vier goals betrokken. Ik heb voor mezelf echt een topseizoen gehad en heb het verdedigende deel van mijn spel flink verbeterd. Dat was nodig.”

Heerenveen voelt als de ideale tussenstap. ,,Voor een dorpeling als ik is het best een grote stap om ergens anders naartoe te gaan. Ik woon nu op mezelf, maar kan het makkelijk berijden naar Volendam. En ik sta altijd in de basis. Persoonlijk heb ik alles op de rit, zou je kunnen zeggen. Ik heb heel weinig te klagen. Ja, voor de gein klaag ik soms, op de club. Henk Veerman en Erwin Mulder doen vaak mee. Over de fysio of de conditietrainer. Dan is het grappig bedoeld.”

De mooiste job ter wereld

Hij is, vertelt Veerman, vaak vrolijk. ,,Ik ben een gangmaker en soms een clown. Dat komt omdat ik de mooiste job van de wereld heb. Als ik niet had kunnen voetballen, zou ik nu in de bouw of de vis hebben gewerkt. School vond ik geen kloten aan. Vooral huiswerk maken vond ik ellendig. Dat deed ik dus ook nooit.”

,,Ik heb kort op het Johan Cruijff-college gezeten, voor een opleiding communicatie en… wat was het ook weer? Ik weet het niet eens meer. Stond ik om half zeven bij een bushokje om naar Alkmaar of Amsterdam te gaan. Dat heeft drie weken geduurd. Toen ben ik ermee gestopt. Ik vond het echt ver-schrik-ke-lijk.”

Behalve vrolijk is hij dwars. ,,De meeste vrienden van me zijn voor Barcelona. Dus ben ik voor Real Madrid. Ze vinden Bayern München ook leuk. Doe mij dan maar Borussia Dortmund. Ik vind het leuk om de discussie aan te gaan. Dat heb ik met alles. Als iemand iets vindt, dan ben ik degene die het tegenovergestelde denkt en zegt.”

Hij wordt na een wedstrijd vaak gevraagd om zijn zegje te doen voor de tv, de radio of de schrijvende pers. Veerman zegt over het algemeen wat hij denkt. ,,Ik probeer er altijd maar wat grappigs van te maken. Dan gebeurt er tenminste wat. Veel voetballers zeggen nooit iets spannends. Dat is ergens misschien wel goed, maar ook hartstikke saai.”

De trainer wil meer goals zien

Wat was hij boos na het dramatische oefenduel met De Graafschap (5-1 verlies), op 15 augustus. Veerman veegde de vloer aan met zijn ploeggenoten en de instelling van zijn team. Ook riep hij de clubleiding op om versterkingen te halen. ,,Ik was echt bezorgd. Ik had veel meer kunnen zeggen, maar hield me nog in. Ik was er zo klaar mee. Ik ergerde me vooral aan het feit dat sommige gasten bij ons hun poot terugtrokken. Nu was ik degene die de duels moest aangaan. Natuurlijk, ik moet dat doen als het nodig is. Maar het is natuurlijk niet mijn hoofdtaak.”

In de pauze had hij zijn medespelers al de waarheid gezegd. ,,Ik ging flink tekeer. Het wordt over het algemeen wel geaccepteerd als ik wat zeg. Kijk, het is simpel. Er zijn bij ons veel spelers vertrokken. Dan moeten er anderen opstaan en een leidende rol pakken. Laat ik dan maar een van die spelers zijn. Ik merk dat ik door de trainer bij veel zaken word betrokken, ook bij mogelijke transfers. Zo stuurde ik Henk Veerman, met wie ik al een paar jaar een goed contact heb, een appje met de vraag of hij bij ons wilde komen voetballen. Dat soort dingen helpt toch om jongens te overtuigen, denk ik. Ik ben blij dat Henk er is.”

Joey Veerman was wekenlang aanvoerder tijdens de voorbereiding. Inmiddels heeft achternaamgenoot Henk de band overgenomen. Joey Veerman is nu reserve-kapitein. Ook mooi, zegt hij. ,,De coach ziet een belangrijke rol voor me. Ik moet bepalend zijn. Niet alleen voetballend.” Trainer Johnny Jansen wil vooral dat Veerman vaker gaat scoren. Het afgelopen seizoen bleef de teller op vier doelpunten steken.

De middenvelder is nuchter en onafhankelijk. Als hij in een interview kritiek heeft op het spel van zijn team, dan zijn er op voetbalsites bij wijze van spreken 250 mensen die menen dat hij eerst naar zichzelf moet kijken. ,,Terwijl 250 anderen het juist met me eens zijn”, vertelt hij. ,,Wat moet je daar nou mee. Weet je? Het boeit me niet wat andere mensen vinden. Alleen de mening van een trainer doet ertoe. Ik heb bij Volendam veel gehad aan Dennis Groot, in de jeugd. En later aan Robert Molenaar, die me een basisplaats gaf bij het eerste van Volendam.”

'Niemand zit de hele week aan de sla'

Toen hij naar Heerenveen vertrok, vertelden dorpsgenoten hem dat hij er voortaan waarschijnlijk wat harder aan zou moeten trekken om op een hoger niveau het hoofd boven water te houden. Ze zeiden dat talent alleen niet genoeg is om te kunnen slagen in de top, dat hard werken essentieel is.

,,Onzin is dat, vind ik. Alleen op talent kun je wel degelijk een heel eind komen. Ik bedoel: alle spelers in de eredivisie hebben talent, anders hadden ze wel bij de amateurs gevoetbald. Ze spelen echt niet op het hoogste niveau omdat ze goed eten of meer aan krachttraining doen. Hard werken is een cliché. Iedereen werkt hard, er is niemand die met een droog shirt van het trainingsveld stapt.”

Het is hem tot nu toe allemaal redelijk komen aanwaaien, zegt Veerman. ,,Ik zie om me heen dat jongens heel veel met voeding en herstel bezig zijn. Ik heb dat zelf niet nodig om goed te kunnen presteren. Tuurlijk houd ik wel enigszins rekening met wat ik eet, maar ik volg geen voedingslijstjes of zo. Het moet wel leuk blijven. Waarschijnlijk leef ik niet helemaal volgens het boekje van een topsporter, maar laten we eerlijk zijn: niemand zit een hele week aan de sla. En echt gekke dingen doe ik ook weer niet.”

menu