Taco van der Hoorn (geel) namens Jumbo-Visma. Hij rijdt volgend jaar voor de BEAT-ploeg.

Wielrenners moeten knokken voor een plekje in het profpeloton: 'Contracten zijn schaars'

Taco van der Hoorn (geel) namens Jumbo-Visma. Hij rijdt volgend jaar voor de BEAT-ploeg. Foto: Dirk Waem

De coronacrisis werkt door in het wielerpeloton. De sponsorbudgetten staan onder druk en een plekje in een profploeg is nog begerenswaardiger dan voorheen.

Uit de serie ‘Grote renners bij kleine ploegen’: Louis Meintjes, de Zuid-Afrikaan die drie jaar geleden achtste werd in de Tour, rijdt volgend jaar bij de Belgische Wanty-ploeg. Silvan Dillier, in 2018 tweede in Parijs-Roubaix, stapt over naar het procontinentale team van Alpecin-Fenix. Ben King, winnaar van ritten in de Vuelta, draagt in het nieuwe seizoen het oranje van de kleine Amerikaanse Rally-ploeg. En dichter bij huis: Taco van der Hoorn (26), die bij Roompot drie profzeges boekte en daarmee een plekje in de klassiekerploeg van Jumbo-Visma verdiende, gaat vanaf 1 januari verder bij de continentale BEAT-ploeg.

Tekenen van schaarste

Allemaal tekenen van schaarste in het peloton. De plekken in een profploeg zijn, nu de gevolgen van de coronacrisis zich laten voelen, nog begerenswaardiger dan voorgaande jaren. ,,Zonder corona was er misschien ergens bij een grotere ploeg een plekje voor mij geweest’’, zegt Van der Hoorn. Op de lijst van de website Procyclingstats van profrenners zonder contract voor volgend jaar staan bijna zeventig namen. Daarbij ook Michal Kwiatkowski en wereldkampioen tijdrijden Filippo Ganna, die zich geen zorgen zullen maken. Maar ook ‘inwisselbare’ renners, zoals Van der Hoorn zichzelf omschrijft.

,,Veel goede renners die prof hadden kunnen blijven en van waarde kunnen zijn.’’ Op papier en in salaris is Van der Hoorn volgend jaar geen prof meer en zal hij ook als bewegingswetenschapper (afgestudeerd) zijn geld moeten verdienen. ,,Maar ik blijf op dezelfde manier trainen, want op 95 procent, daar heb je geen reet aan. Dan kun je alleen meerijden, dus ik moet vol gaan. All-in, zoals altijd.’’

Nog niet alle profploegen voor komend jaar zijn compleet, maar het is onstuimig in de WorldTour. Net als in 2020 telt de WorldTour 19 ploegen, maar de kans is groot dat volgend jaar minder renners onder contract staan. De CCC-ploeg is verdwenen, de licentie is overgenomen door Circus-Wanty Gobert. De NTT-ploeg is gered door de materiaalsponsors Assos (kleding) en BMC (fietsen) en kan – met beperkt budget – op zoek naar renners.

Een niveau lager, bij de procontinentale ploegen, is het ook allesbehalve zonneschijn. Zo is het hoogst onzeker of de Deense Riwal-ploeg, waar afgelopen jaar vijf Nederlanders onder contract stonden, verder gaat. Dus ging het in de laatste wedstrijden van het coronaseizoen in het peloton ook over de naderende transfercarrousel, vertelt Van der Hoorn. ,,Met andere renners heb ik er wel over gesproken hoe de markt zou verlopen. Nou, die is wel een beetje ingestort. Goede renners die zich voor een klein prijsje aanbieden om een plekje te hebben in de WorldTour. Dan weet je: het wordt lastig voor een renner zoals ik.’’

‘Plekken zijn schaars’

De mechanismen op de transfermarkt zijn dit jaar anders, ziet ook Eelco Berkhout van managementbureau SEG, dat met acht agenten tientallen renners uit verschillende landen vertegenwoordigt.

,,Normaal is sprake van een vangnet, dan zijn er meer plekjes dan kwalitatieve renners. In de WorldTour kunnen renners normaal redelijk doorschuiven. Dat is nu niet het geval, de plekken zijn schaars,’’ zegt Berkhout.

Als coronacrisis al niet de directe oorzaak is van deze schaarste, dan werkt het die in de hand. In maart, bij de Europese uitbraak van het virus, was de prioriteit een nieuwe wedstrijdkalender voor 2020. Acht maanden later is die afgewerkt, maar is duidelijk dat onmiskenbaar minder geld in omloop is in het profpeloton. Budgetten staan onder druk of zijn gekort. Berkhout: ,,Dat merken wij nu bij nieuwe contracten, salarissen liggen over het algemeen lager.’’

De effecten laten zich voelen op verschillende manieren. Meer renners boven de 30 jaar moeten vrezen voor een afscheid. ,,Er gaan jongens tussenuit vallen die zelf nog niet klaar waren met wielrennen’’, zegt Berkhout. Waar dertigers het moeilijk krijgen, zorgt minder geld tegelijkertijd voor meer aandacht voor talent. Berkhout: ,,Voorheen waren het renners van 24, 25 jaar die aantrekkelijk waren, nu iemand die net bij de junioren vandaan komt. Het is voor ploegen financieel aantrekkelijker. En Sunweb heeft bewezen dat investeren in talent het waard is.’’

Talent in het gedrang

Maar talent is ook niet de toverformule die de coronacrisis kan bezweren. Door de schaarste aan plekken komt ook het talent in het gedrang, ziet Berkhout die met SEG een eigen opleidingsploeg heeft, waar bijvoorbeeld Fabio Jakobsen en Cees Bol bij reden. ,,Vorig jaar gingen zes van onze renners over naar de profs, dit jaar slechts twee – terwijl de lichting niet minder is.’’

menu