Duurzame wol: hier moet je op letten

Foto via Unsplash

Het is winter, een mooi moment om het over wol te hebben. Dat natuurproduct waar wij onder andere van die lekkere warme truien van maken. Wol is namelijk een stof met een dubbele reputatie qua duurzaamheid: aan de ene kant is het een natuurlijk materiaal, aan de andere kant heeft het in sommige gevallen een wat twijfelachtige productiemethode. Als je weet waar je op moet letten, kun je heus duurzame wol vinden.

Waar komt wol vandaan?

Veel wol komt uit het buitenland, omdat de productie ervan in Nederland te weinig oplevert (minder dan een euro per kilo). Dit komt omdat de texelaar, de meest voorkomende schapensoort in Nederland, onvoldoende wol levert (3 kilo per schaap). Daarnaast is het vachtje van dit Texels schaap te grof om kleding van te maken. Nederlandse wol wordt daarom vooral gebruikt in tapijten, dekens en matrassen.


De wol voor kleding komt voor bijna de helft van merinoschapen. Dit schapenras heeft fijne, zachte, sterke en veerkrachtige wol; uitermate geschikt voor het spinnen van garen. De meeste ‘kledingwol’ komt van de andere kant van de wereld. Zo produceert Australië met bijna 100 miljoen merinoschapen zo’n 500 miljoen kilo wol per jaar. China is het tweede wolproducerende land, daarna komt Nieuw-Zeeland.

De impact op de natuur

Wat is de impact van die wolproductie voor de natuur en de dieren? Laten we beginnen met het landgebruik. Het is moeilijk te zeggen hoe duurzaam het laten grazen van wolschapen voor kledingproductie is. In Australië, China en Nieuw-Zeeland grazen de schapen hoofzakelijk op grote graslanden waar akkerbouw moeilijk of zelfs onmogelijk is, omdat de grond weinig voedingsstoffen bevat voor planten en bomen. Het landgebruik voor schapenteelt concurreert in deze gevallen dus niet met land voor voedsel of voor bos.


Een andere zorg is hoeveel water nodig is om zoogdieren te houden. Een studie over de milieu-impact van wol van merinoschapen in Australië zegt echter dat het watergebruik relatief laag is, vergeleken met bijvoorbeeld katoen. De productie van 1 kilo wol kost rond de 500 liter water, terwijl één kilo katoen al 8000 liter water kost.

Diervriendelijk

Dierenrechtenorganisaties wijzen terecht op de soms dieronvriendelijke productie van wol, die onder andere te maken heeft met het gebruik van chemicaliën, mulesing en slechte scheerpraktijken.

Chemicaliën:

Schapen en geiten worden soms met insecticiden behandeld om teken en vlooien te bestrijden. Dit wordt gedaan met hetzelfde middeltje dat op een vlooienband voor honden en katten zit. Bij schapen wordt er een beetje in hun vacht gegoten. Deze middelen - Diazinon en Deltamethrine - zijn veilig voor het schaap, maar niet voor andere dieren. Daarnaast komen deze chemicaliën bij het verwerken van de wol (met name tijdens het spoelen) deels in het oppervlaktewater terecht. En dat kan weer schadelijk zijn voor vogels, insecten en waterdieren.

Mulesing:

Om infecties van parasieten te voorkomen worden soms staarten verwijderd en stukken huid weggehaald bij het achterwerk van de schapen. Dit heet mulesing en is verboden in Europese landen en Nieuw-Zeeland. Helaas is het in Australië en China nog steeds toegestaan. Wel is het zo dat er in Australië strenge voorwaarden voor zijn: de operatie mag alleen worden uitgevoerd door een erkende dierenarts, er moet verdoving gebruikt worden en de wonden moeten behandeld worden. Of deze wetgeving overal strikt gevolgd wordt, is lastig te zeggen. De Australische bush , waar vaak schapen worden gehouden, ligt erg afgelegen en dit maakt regelmatig controleren een stuk lastiger.

Scheren:

Tijdens het scheren kunnen schapen gewond raken. De wonden die dan kunnen ontstaan worden niet altijd goed behandeld. Daarnaast zijn sommige dierenbeschermers van mening dat schapen veel stress ervaren door scheren.

Milieu- en diervriendelijke wol

Als je voor duurzame wol gaat, kies dan voor wol uit Europa of Nieuw-Zeeland in plaats van uit Australië. En laat wol uit China maar beter liggen. In de hele wereld staan steeds meer biologische schapenhouderijen op, waar ze geen chemicaliën gebruiken, geen staarten knippen en de schapen met beleid scheren. Bovendien krijgen de beestjes organisch voer en zijn er richtlijnen die ervoor zorgen dat ze genoeg ruimte hebben om te grazen.


Zeker weten dat je met ‘goede’ wol te maken hebt? Duurzame wol kun je herkennen aan de hand van deze keurmerken:


GOTS (Global Organic Textile Standard) is een internationaal keurmerk dat laat zien dat een wollen kledingstuk gecertificeerd biologisch geproduceerd is. Dit betekent ook dat de schapen biologisch gehouden worden.


Responsible Wool Standard is een onafhankelijke certificering van wol die let op het welzijn van de schapen en het land waarop ze leven. Dit keurmerk wil een nieuwe standaard creëren voor wolproductie, zodat producenten en consumenten met een goed gevoel wol kunnen maken en dragen.


De Duitse organisatie IVN is een samenwerkingsverband van producenten van natuurtextiel. De kwaliteitscriteria gaan over het hele productieproces: van grondstof tot eindproduct. Kleding gemaakt met dit Duitse keurmerk staat garant voor een duurzame productie van wol en ander textiel.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Ik ben bewust
Ik ben bewust
trending
verzorgMe
nooitGeweten
menu