Het meisje dat spoorloos verdween: Aflevering 2 - Wie is Willeke?

2.
BLAUW ZWAAILICHT kleurt de lucht boven de Drentse Mondenweg. Hulpdiensten zijn massaal uitgerukt. In een flauwe bocht, zo’n honderd meter voor de afslag naar links, naar Eerste Exloërmond, is het misgegaan. Zoals wel vaker op de N379, tussen Gasselternijveen en Nieuw-Weerdinge. Goed mis zelfs. Het is Tweede Kerstdag 1977.

De auto van de 26-jarige Willem Dost en zijn twee jaar oudere vrouw Truus raakte, vermoedelijk door een te hoge snelheid, in een slip, ramde een tegenligger en werd daarna gegrepen door een tweede auto. De man is uit de auto geslingerd en ligt in het bouwveld. Zijn vrouw hangt met haar hoofd uit de wagen. Het echtpaar overlijdt ter plekke.

Willeke Dost, 13 maanden oud, is vanaf dat moment wees.

Het kind zat niet in de auto. Ze was thuis achtergebleven, waar Willems vriend Hendrik en diens vriendin Rigt zich over haar hadden ontfermd. In de gloednieuwe auto van Hendrik waren Willem en Truus naar de snackbar in 2de Exloërmond gereden. Zijn werk als stratenmaker was geen vetpot en in een van de kleinste arbeidershuisjes van 1e Exloërmond stond 26 december geen kalkoen of konijn op het menu, maar patat.

‘BESCHADIGD’

HET LOT VAN WILLEKE, een meisje met donkerblond, bijna rossig haar en bruine ogen, is bezegeld. De termen ‘beschadigd’ en ‘onthecht’, die later op haar van toepassing zijn, hebben hun oorsprong in het tragisch ongeval. Het meisje zal nergens meer een echt thuis hebben en lang voordat ze na 14 januari 1992 spoorloos verdwijnt is er al een dossier met haar naam erop.

Vlot na het ongeluk begint het ‘gezeul en gesleep’. Hoewel Willeke genoeg familie heeft. Ze belandt eerst bij opa en oma Dost. Maar de twijfel groeit of dat de goede plek is en de Raad voor de Kinderbescherming haalt haar er na zestien maanden weg. Willeke verhuist naar een oom en tante, Klaasje en Theo Wopken in Coevorden.

Maar Willeke plast in bed en geeft veel over. Het dan driejarige meisje wordt onhandelbaar en opstandig genoemd. Onderzoek in het Aleida Kramer Ziekenhuis in Coevorden levert niks op, waarna ze in 1979 lange tijd op de afdeling kinderpsychiatrie van het Academisch Ziekenhuis Groningen (tegenwoordig UMCG) verblijft. De tante probeert het meisje daarna weer naar huis te halen, maar de kinderrechter kiest, op basis van onderzoek van de kinderbescherming, in 1980 voor een plek in Haren.

HET IS IN NEDERLAND ZELDZAAM dat een kind zo jong bij familie wordt weggehaald. Fred Verasdonck, die zich als maatschappelijk werker van Stichting Therapeutische Gezinsverpleging over Willeke ontfermt: ,,Ik heb altijd de positieve betrokkenheid van de familie gemist bij Willeke. De kinderrechter plaatst kinderen die niet meer thuis kunnen wonen het liefst bij de familie. Er waren allerlei redenen om dat hier niet te doen. De voogd van stichting Jeugd en Gezin Assen heeft mij nooit benaderd met het verzoek om de familie meer bij het opgroeien te betrekken.’’

De nieuwe pleegouders in Haren, Willeke is dan vijf, zijn kinderloos. Lang duurt ook dit verblijf niet. Het echtpaar heeft het te druk met zichzelf. Nog voordat de man en vrouw uit elkaar gaan is het meisje er weer weg.

Ze belandt in 1982 in jeugdpsychiatrisch centrum de Ruyterstee in Smilde. Esther de Jonge uit Assen zit bij haar in de klas op basisschool Schutkampen en vindt haar ‘een normaal meisje’. ,,Aan de meesten kon je veel beter zien dat ze van De Ruyterstee kwamen dan aan Willeke. Er was wel eens wat, maar dat waren kinderruzies. Ik had haar handschrift nageaapt, vond ze, en toen werd ze zo boos dat ze mij door het hele klaslokaal achterna rende. Direct daarna waren we weer vriendinnen.’’

Annemarie Eleveld, een ander klasgenootje: ,,Willeke kon om niks heel boos worden. Maar dan ging ze even naar buiten en klaarde weer op.’’

Willeke kon om niks heel boos worden. Maar dan ging ze even naar buiten en klaarde weer op

Annemarie, klasgenoot

De Ruyterstee is een tussenstation. Een kind van het ene gezin in het andere plaatsen kan niet. In Smilde wordt gewerkt aan een nieuwe toekomst. De behandeling duurt vier jaar, waarna ze weer klaar lijkt voor een pleeggezin. Met ondersteuning van de therapeutische gezinsverpleging. Achteraf, zeggen de behandelaars, was die sprong toen misschien toch te groot.

WILLEKE IS TIEN JAAR als ze in 1987 bij de familie Mulders in Koekange gaat wonen. Ze is het achttiende en laatste pleegkind van het gezin, dat bestaat uit vader Piet, moeder Herna en zoon Bart. Dochter Mieke en oudste zoon Wout zijn het huis al uit. De Mulders hebben veel ervaring met pleegkinderen. De rapporten zijn alle positief.

Als Willeke ergens moet kunnen opbloeien is dat in Koekange. 

De biologische familie heeft echter grote twijfels. Want waarom mag oma Dost na twee keer niet meer langskomen, omdat haar kleinkind te zeer overstuur zou zijn? Het meisje is volgens hen juist erg gesteld op haar. Ze draagt altijd een foto van ‘oma Mientje’ bij zich. En op een verjaardagskaartje dat grootmoeder van Willeke krijgt staat: ‘Oma, ik vind het hier niet leuk, ik wil terug naar jou.’ 

Willeke zegt dat niet tegen de behandelaars. De therapeuten missen in die periode juist de betrokkenheid van de familie bij het door problematiek in de kinderjaren ernstig beschadigde meisje. De Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter hebben daar hun beslissingen op genomen.’’

ZE HEEFT DE RUIMTE aan de Koekanger Dwarsdijk. De boerderij van de familie Mulders ligt net buiten het dorp in het groen. Omringd door weilanden en met rijen bomen tussen de percelen. In de zomer is dit deel van Drenthe een idylle, in de winter desolaat en verlaten. 

Het huis, traditioneel ingericht, bestaat uit kleine ruimtes. De keuken oogt propvol, de gang is lang en overal zijn deuren. De slaapkamer van Willeke telt twee: een naar de gang en een naar buiten. In de meisjeskamer staan onder meer een piano, een eenpersoonsbed, een bureau en een kast. En ze heeft een cavia.

Willeke houdt van buiten spelen en paardrijden, zit op scouting en krijgt pianoles. Ze is niet zo van knuffelen, wordt knalrood bij affectie en voelt zich ongemakkelijk bij persoonlijk contact. In Koekange gaat ze naar basisschool De Rozebottel en krijgt een vriendin. Ook nieuw in het dorp. Zij wil niet met naam en toenaam genoemd worden, maar vertelt: ,,We werden gepest en buitengesloten. We hoorden er niet bij, want we kwamen niet uit Koekange. Dus ja, we vonden elkaar.’’

We hoorden er niet bij, want we kwamen niet uit Koekange

Vriendin van Willeke

Een vriendschap ‘zonder grenzen’. Ze slapen bij elkaar, playbacken, houden disco-avonden en kijken samen televisie. Of ze borstelen Willeke’s paard, achter in de wei. Het meisje is volgens haar hartsvriendin wel vaak nors, wordt gauw boos, gedraagt zich timide en hult zich in grote truien. ,,Willeke was onwijs lief, maar ook heel beschadigd.’’

Willeke met een vriendin op haar paard

Het meisje gaat elke vrijdag van Meppel naar Groningen, voor sessies met therapeut Eshter Nathan. Ze stapt om 13.05 uur op de trein en reist om 15.35 uur terug. Het alleen reizen is een punt van discussie tussen behandelaars en pleegouders. Uiteindelijk mag ze toch. Immers, in Groningen is het vanaf het station slechts een paar honderd meter lopen naar de therapeutische gezinsverpleging (TGV) aan de Praediniussingel. Willeke krijgt creatieve therapie. Als ze wat aan het maken is, voelt ze zich lekker en is er beter contact.

‘OBSESSIEF’

ER VALT DE VRIENDIN WEL IETS OP. De meisjes lopen in de jaren 1987-1989 de deuren bij elkaar plat, maar zijn zelden met zijn tweeën. Bart, vijf jaar ouder dan Willeke, maakt het de meisjes graag naar de zin, helpt met hutten bouwen, hokken verschonen en koopt platen. Eigenlijk is hij altijd in de buurt.

Terugkijkend noemt ze hem: ,,Obsessief, geforceerd en niet behept met een overdaad aan sociale vaardigheden. Op mijn zestiende verjaardag kreeg ik liefst veertien nieuwe cd’s van hem. Dat moet een vermogen hebben gekost.’’

Van 1989 tot ongeveer 1991 gaat Willeke Dost regelmatig om met Judith Koops en Regina Smit. Willeke en Judith zitten in de eerste klas, Regina in groep 8. De laatste woont ook in een pleeggezin in Koekange en noemt de sfeer in huize Mulders ‘vreemd’. Ze herinnert zich dat een van de broers stond te gluren. ,,Als we op de slaapkamer op bed zaten te praten ging voorzichtig de deur open en stond hij daar. Dan ging hij weg en kwam even later terug om verder te kijken.’’

ALS ZIJ OOK NAAR de middelbare school in Meppel gaat, fietst ze met Judith en Willeke mee. Wanneer Willeke te laat komt opdagen en de andere twee zonder haar vertrekken, is ze boos. Regina: ,,Ik zei dan dat ze zich niet aan moest stellen. Dan was het ook wel weer klaar.’’

Ze vindt het lastig om Willeke te typeren. Het meisje draagt geen modieuze kleren en is niet erg aanwezig. Ze hebben het vaak over het paard van Willeke. Regina is ook pleegkind, maar: ,,We hadden het niet zozeer over onze ellende.’’ 

Willeke heeft tot een paar weken voor haar verdwijning verkering met ene Martijn. Een stoere jongen. Regina: ,,We vonden hem allebei leuk.’’ Zij zoent eerst met hem, al mag het geen naam hebben. Scharrelderij. Willeke krijgt later iets met hem.

IN DE EERSTE KLAS OP de middelbare school geldt Willeke als verlegen en geremd. Janny Huizing is lerares Nederlands op Mercurius Scholen Gemeenschaplater De Zuidrand en weer later Stad en Esch, red.. ,,Ze durfde geen spreekbeurt geven voor de klas. Dus zette ik haar in een kamertje met een klasgenootje. Zelf zat ik erbij voor de beoordeling. Ik zag hoe ze vooral dankzij die vriendin uit Staphorst opbloeide. Willeke kreeg een steeds opener blik. Later deed ze de spreekbeurten gewoon voor de klas.’’

Het sluit aan bij wat maatschappelijk werker Fred Verasdonck ziet. ,,Ze pakte de draad op school op en kon contacten met leeftijdsgenoten aan. Die had ze op de basisschool nauwelijks. In die tijd was ze extreem angstig. Dat hoort bij die hechtingsproblematiek. Angst voor wat komen gaat. Maar je zag dat Willeke langzaam ontdooide.’’

Hij vindt dat Willeke vorderingen maakt. ,,Dat merkte je gewoon in gesprekken. Ze kreeg de neiging om je te gaan vertrouwen Maar ik heb altijd wel de vrees gehad. Zo van: nou, benieuwd hoe dit afloopt. Ze was zo ernstig beschadigd in de hechtingsproblematiek.’’

Onder de maat blijft de persoonlijke verzorging. Het meisje heeft sturing nodig bij douchen, wassen en tandenpoetsen. Willeke plast volgens de Mulders regelmatig in de broek en in bed. Als ze verdwijnt is ze nog steeds niet zindelijk. Herna Mulders in 2008: ,,Wij hebben alles geprobeerd. Daarna zijn we naar het ziekenhuis gegaan, naar zo’n speciale afdeling (Speurus, red.). Dat ging een tijdje goed, maar op een gegeven moment gooide ze er weer met de pet naar.’’

ANGSTIG

WILLEKE LAAT IN 1990 WETEN angstig te zijn. Ze slaapt met de kamerdeur open en een lampje aan. Vera Gernaerd, een andere vriendin. ,,Ze zei dat haar broer haar stond te begluren tijdens het douchen.’’ Het sluit aan bij de herinnering van de hartsvriendin. Willeke heeft het over een gat in de muur van de badkamer, waar ze door werd bekeken.

Het contact met Judith en Regina blijkt over als Willeke naar de derde klas gaat. Ze kende Geke Crediet uit Staphorst al, maar die vriendschap wordt in het derde jaar intens. Aan haar schrijft ze eind 1991, een maand voor haar verdwijning, dat ze op een zondagnacht om tien voor drie wakker werd: ,,...omdat iemand aan mijn buitendeur trok. Ik ontdekte het gekraak van de deurkruk, die opeens naar beneden stond.’’

Ze is inmiddels een slanke verschijning, met 1,75 meter groot voor haar leeftijd en rijdt in die tijd paard op manege De Vorstenburch in Koekangerveld. Met Vera zit ze op scouting. ,,Ze was best fanatiek, wilde er heel graag goed in zijn. Een echte doorzetter.’’

Het meisje doet het niet slecht op school, heel goed zelfs. Op het laatste rapport van de opleiding Mode en Kleding van de scholengemeenschap, inmiddels De Zuidrand geheten, staan prima cijfers: 8 op wiskunde en Engels, 9 op machineschrijven en een 7 op Nederlands en biologie. En geen enkel uur verzuimd. Willeke wil later kraamverzorgster worden. Het staat in het vriendinnenboekje van Vera. Ook tegen Regina vertelt ze dat.

Geke noemt haar ‘een leuk meisje’: ,,We liepen niet zoveel achter de jongens aan. We hebben weleens ruzie met elkaar gehad, geen idee meer waar dat over ging. Toen ze weg wilde gaan riep ik haar weer naar binnen om sinas te drinken. Toen begon ze weer te lachen.’’

DE GEVOELENS VAN ANGST, die ze eerder deelt met vriendinnen, komen naar boven op een klassenavond in december 1991 bij mentor Liesbeth Foppes thuis, in De Wijk. Foppes verklaarde later tegen de politie. ,,Ze had buikpijn en vertelde huilend dat ze problemen had met een pleegbroer. Ik heb me er wel eens schuldig over gevoeld dat ik er niet verder op ingegaan ben, al was dat gezien de tijd ook haast niet meer mogelijk.’’

Ik heb me er wel eens schuldig over gevoeld dat ik er niet verder op ingegaan ben

Mentor van Willeke

Een aantal klasgenootjes onderschrijft het verhaal van Foppes. Conny: ,,Toen ze ontdekte dat ze met de auto zou worden opgehaald door haar broer, was ze helemaal in paniek. Maar ze is wel meegegaan.’’

Lydia van Spronsen staat ook bij dat ze verdrietig was dat ze terug naar huis moest: ,,Willeke dacht dat ze verliefd was op haar pleegbroer. Volgens mij sprak ze dat die avond uit of maakte ik dat op uit wat ze vertelde. Ik weet nog dat ik dacht: oh, dat is niet zo handig.’’

Jessica Huisman-Otten: ,,Behalve Vera was de hele klas er. Het was gezellig en er waren lekkere hapjes. De sfeer sloeg om toen duidelijk werd dat haar pleegbroer haar met de auto op zou halen. Willeke wilde absoluut niet naar huis. Ze vertelde aan iedereen dat ze begluurd werd en dat ze zich niet fijn voelde bij de Mulders. Ze was heel onrustig, echt vreselijk overstuur.’’

TIJDENS DE KLASSENAVOND toont Willeke ook een andere, nieuwe, kant van zichzelf. Op foto’s draagt ze make-up, een rokje en panty’s. Zo kennen de klasgenoten haar nog niet. Jessica: ,,We zeiden goh: Willeke, dat moet je vaker doen, want het staat je super mooi.’’

De nieuwe look past bij haar leeftijd. Het meisje ontwikkelt zich seksueel, constateert therapeut Nathan. ,,Daarom maakte ze passende, strakke rokjesDe therapeut kocht voor Willeke een stukje stof om tijdens een van hun sessies te verwerken tot kledingstuk. Willeke raakte vermist en zou nooit op die afspraak verschijnen. Esther Nathan heeft het lapje stof altijd bewaard als aandenken.. In haar verschijning was ze een vergeten meisje. Kennelijk kwam ze daar zelf tegen in opstand. Die laatste periode ontwikkelde ze zich tot een jonge vrouw, tot wie ze echt was.’’ 

Een ontwikkeling die, vermoedelijk, stopt in de avond of nacht van dinsdag 14 januari, dan wel op de ochtend van woensdag 15 januari 1992. Als pleegvader Piet Mulders volgens eigen zeggen het dan 15-jarige meisje wil wakker maken is haar slaapkamer leeg. Willeke Dost is spoorloos verdwenen.

Wil je op de hoogte blijven van dit project en een mailtje ontvangen wanneer er een nieuwe aflevering beschikbaar is? Meld je dan hier aan voor onze Dossier Willeke-nieuwsbrief. We zullen je niet ongevraagd andere mailtjes sturen.

Dit verhaal is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Dit is een speciaal PLUS-artikel van DvhN.nl. We experimenteren met deze tijdrovende en dure vorm van journalistiek omdat we belangrijke verhalen willen vertellen. Wil je ons steunen? Overweeg dan een abonnement, bijvoorbeeld deze: 6 weken de digitale krant en alle online PLUS-artikelen voor 2 euro per week. Het verplicht je tot niets en het abonnement stopt automatisch.

Heb jij een tip of informatie over Willeke? Mail dan naar dossierwilleke@dvhn.nl of laat anoniem een berichtje achter via ons meldpunt.

Aan deze serie werkten mee:
Verslaggeving: Gert Meijer en Frank Jeuring
Tekst: Herman Sandman
Video: Frank Jeuring
Ondersteuning: Bart Olmer
Dronebeelden: Matthijs Sorgdrager
Teaservideo en additionele montage: Matthijs Mol
Vormgeving online: Alwin Wubs en Miriam Haije
Projectleider: Annique Oosting

Dit is een serie van Dagblad van het Noorden