-/-

Het meisje dat spoorloos verdween: Aflevering 4 - Het pleeggezin

4.
DE KLEDING VAN WILLEKE DOST is twee weken nadat het 15-jarig meisje als vermist wordt opgegeven al naar een tweedehands winkeltje gebracht. Dat staat in een politierapport van 10 februari 1992. Het is een van de zaken die Esther Vroegh, advocaat van Willeke’s tante Klaasje Wopken, opvalt in het meer dan vuistdikke politiedossier.

In de 27 jaar na de mysterieuze verdwijning van de tiener uit Koekange is de raadsvrouw een van de weinigen die de documenten mag inzien. Dat gebeurt nadat zij in 2012 namens de familie van Willeke bij de rechtbank bezwaar maakt, als het Openbaar Ministerie pleegmoeder Herna en haar zoon Bart niet meer als verdachten beschouwt. Haar clientë vindt dat er genoeg aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van de Mulders. Al ontbreekt tot op heden elk bewijs.

Willeke met twee familieleden tijdens een vakantie

Het pleeggezin houdt vol dat de tiener is weggelopen. Wachtmeester Dick van Berkum en een collega horen die lezing als eerste. De twee rijden op de avond van 15 januari 1992 naar Koekange, na de melding van een vermist meisje. De politie gaat lang mee in het verhaal van de Mulders. Van Berkum in 2018 tegen DvhN: ,,In het achterhoofd hou je een misdrijf altijd open, maar we hadden daar geen aanwijzingen voor.’’

De verklaringen en het gedrag van het gezin geven andere onderzoekers echter het gevoel dat er meer aan de hand is dan een meisje dat wegloopt.

Zwijnerig

DAT VERMOEDEN WORDT VERSTERKT door wat Vroegh nog meer uit het dossier haalt en heeft voorgelegd aan het Gerechtshof. Bijvoorbeeld dat het pleeggezin niet erg aangedaan lijkt na de verdwijning en dat Herna haar zoon Bart zoveel mogelijk buiten het verhaal houdt. Terwijl hij het meisje als laatste gezien moet hebben. Zijn vader en hij zijn op de avond voor de verdwijning alleen met Willeke thuis, terwijl pleegmoeder naar volksdansen is.

Wat de advocaat het meest bijblijft uit het dossier, zegt ze in november 2018 tegen Dagblad van het Noorden, is hoe het gezin over het pleegkind praat: ,,In een verhoor vroeg de politie aan Herna Mulders: hoe is het mogelijk dat we 150 mensen hebben ondervraagd en dat niemand zo negatief over Willeke is als jullie?”

En: ,,Hoe is het mogelijk dat niemand van al die getuigen zich kan voorstellen dat Willeke zou weglopen en jullie wel?’’

Willeke had een ooievaarachtige loop, een lelijke mond en iets zwijnerigs in haar gezicht

Piet Mulders

Ze noemen Willeke zelfs een vervelend en nors kind dat er op uit is anderen ongelukkig te maken. In gesprek met de politie zegt Piet Mulders: ,,Willeke had een ooievaarachtige loop, een lelijke mond en iets zwijnerigs in haar gezicht.’’ Als Herna in een verhoor met die uitspraken wordt geconfronteerd, verklaart ze: ,,Dit is wel heel grof, maar ze werd zo opgehemeld en dat heeft Piet heel plastisch even neergehaald.’’

Maar er is meer.

DE ADVOCAAT MERKT OP dat Piet de dag na de verdwijning gewoon aan het werk gaat en Herna naar volksdansen en dat beiden met niemand een woord wisselen over de vermissing. De slaapkamer van Willeke is ook erg snel opgeruimd. 

Dat Willeke wegloopt is om meerdere redenen onwaarschijnlijk, menen Wopken en Vroegh. Bijvoorbeeld omdat er een toekomstperspectief is. Als ze zestien wordt, mag ze zelfstandig wonen. Niet onbelangrijk: kort voor de verdwijning leeft ze op. Dat bevestigen maatschappelijk medewerker Fred Verasdonck van Stichting Therapeutische Gezinsverpleging en creatief therapeut Esther Nathan.

De ongerijmdheden die Vroegh noemt zijn dezelfde die andere onderzoekers zijn opgevallen. Dat en de uitlatingen van het pleeggezin over het meisje maken dat de verdenking van betrokkenheid bij de verdwijning al 27 jaar rond de Mulders hangt. Wat de vraag oproept: wat is dat voor familie?

De familie Mulders woont vijf jaar in Koekange als Willeke in 1987 op 10-jarige leeftijd bij hen komt. Alle rapporten over het pleeggezin zijn volgens Verasdonk ‘heel positief’. Het meisje heeft dan al een dik dossier met haar naam. Ze wordt wees als haar ouders op Tweede Kerstdag 1977 verongelukken.

Na korte en lange verblijven bij biologische familie, pleeggezin, ziekenhuizen en jeugdpsychiatrische inrichting, belandt ze bij de Mulders. Verasdonck: ,,Willeke had hechtingsproblematiek en was onvoorspelbaar in haar gedrag. Daar moet je wel tegen kunnen. Dit gezin was sterk in opvoeding en een kind een plek geven.’’

Haar familie heeft vrij snel twijfels. Oma Dost mag na twee keer niet meer langskomen. Willeke zou na een bezoek van grootmoeder overstuur zijn. De tiener zegt dat overigens niet tegen de behandelaars. Verasdonck mist in die periode juist de betrokkenheid van de biologische familie.

In de zomer een idylle, in de winter leeg en verlaten. De boerderij van de Mulders staat in een Drenthe met twee gezichten. Het meisje krijgt een eigen kamer, met piano, eenpersoonsbed, bureau en kast en een cavia. Ze zit op scouting en paardrijden en heeft zelfs een eigen paard: Rakkur. In Koekange gaat ze naar basisschool De Rozebottel en krijgt een vriendin.

Dat meisje, dat anoniem wil blijven, is eveneens nieuw in het dorp: ,,We hoorden er niet bij, dus ja, we vonden elkaar.’’ Ze lopen de deur bij elkaar plat en het vriendinnetje maakt de Mulders van dichtbij mee. Wat opvalt is dat pleegbroer Bart altijd in de buurt is. De meisjes zijn zelden alleen. Hij vertoont in haar ogen obsessief, geforceerd gedrag en is niet behept met een overdaad aan sociale vaardigheden.

Willeke bouwt een hut met haar vriendin (achter Willeke) en een pleegbroer

Over de pleegmoeder: ,,Ze was vaak mopperig en grumpy, maar er was ook veel liefde.’’ Van Piet herinnert het meisje zich minder, maar die werkte nog en was er bijna nooit. ,,Er was vaak ruzie, maar ja wie heeft dat niet op die leeftijd? Er werd ook wel met spullen gegooid.’’

Een andere vriendin, Regina Smit, noemt de sfeer op Koekanger Dwarsdijk 41 ‘vreemd’: ,,Herna had een schreeuwerige, harde stem. Vader Piet had ook een vreemde stem.’’ Ze is er al snel niet meer welkom. De Mulders vinden haar te gebekt. Andersom mag Willeke niet bij Regina spelen, want haar ouders zitten bij de Baghwan.

Begluurd

WAT BEIDE MEISJES NOEMEN is dat Willeke vertelt dat ze tijdens het douchen begluurd wordt. De politie bevestigt dat er doorzichtige stenen in de badkamermuur zitten waar je silhouetten doorheen kan zien. Het 15-jarig meisje toont zich, kort voordat ze verdwijnt, ook angstiger. Ze slaapt met de slaapkamerdeur op een kier en een lampje aan. De angst komt naar boven op een klassenavond bij mentor Liesbeth Foppes in De Wijk. Willeke raakt overstuur als ze door een pleegbroer wordt opgehaald. Ze zegt dat ze zich onveilig voelt. Het verhaal wordt door diverse klasgenootjes bevestigd.

In de maanden voor haar verdwijning verandert ze wel. Willeke verruilt slobbertrui en spijkerbroek voor rokjes en panty’s en draagt make-up. Creatief therapeut Esther Nathan constateert dat ze seksueel ontwaakt: ,,Die laatste periode ontwikkelde zich tot een echt meisje, wie ze echt was.’’

Ondanks dat ze zich ontwikkelt, blijven de Mulders negatief over haar. Dat blijkt onder meer uit wat de gezinsleden in verhoren over haar zeggen. Oudste zoon Wout, een paar dagen na de vermissing: ,,Je moet niet vergeten, Willeke was geen aantrekkelijk kind. Op foto’s lacht ze misschien wel leuk, maar zo was ze in werkelijkheid helemaal niet.’’

Willeke (midden) tijdens een feestje

Als de politie op 18 januari 1992 een bezoek brengt aan buren Antoinette en Wim van Wijngaarden schetsen zij op hun beurt geen positief beeld van de Mulders: ,,Ze werd echt kort gehouden. En haar kleren... Alles tweedehands en te klein of te kort. Waarom? Omdat de Mulders het niet voor de kinderen deden, maar voor het geld. Herna zei tegen mij: ,Wil jij geen pleegkinderen, dat verdient lekker joh!’’’

Ook volgens psycholoog en criminoloog Harrie Timmerman, lid van het Drentse politieteam dat de verdwijning in 2004 opnieuw tegen het licht houdt, is de familie eerder materieel dan emotioneel betrokken bij de opvang. Hij zegt dat geen van de pleegkinderen contact heeft gehouden met de Mulders.

MAAR ALS DE PLEEGVADER in 2006 aan een beroerte overlijdt rijden Truus en Helma Dijkzeul naar Koekange. Beide zijn voormalige pleegkinderen van de Mulders. De jongste, Helma, is 17 jaar als ze bij het gezin komt, dat dan in het Gelderse Heteren woont.

De Mulders willen eigenlijk met de opvang stoppen. Het idee is: de eigen kinderen worden groter en daar moet meer aandacht naar toe. Mieke, Wout en Bart zijn 9, 7 en 5 als Helma er woont, van februari 1976 tot juni 1978. Piet is docent op de mavo in Wageningen. Een geliefde docent. Hij geeft Duits, godsdienst, Frans en geschiedenis. Herna is invalkracht op een basisschool en verzorgt blokfluitles.

Pleegkind Helma noemt de sfeer er uiterst pragmatisch. Ze ervaart de pleegmoeder als ‘belegen, ouwelijk’. Een vrouw die niet altijd beseft welke impact opmerkingen hebben op beschadigde meisjes. Al zit Herna vier van de vijf dagen met thee klaar als het meisje van school thuiskomt. De pleegvader, die als leerkracht dagelijks tussen de pubers zit, begrijpt meer van jongeren en doet zijn best haar de wereld te laten zien.

Ik was gelukkig geen moeilijk kind en ik had een goed verstand. Net als mijn zus heb ik het er goed gehad

Pleegkind Helma

In het gezin zijn regels en grenzen. Helma: ,,Je mocht je ontwikkelen, maar de kaders waren helder. Je moest niet voor problemen zorgen. Ik was gelukkig geen moeilijk kind en ik had een goed verstand. Net als mijn zus heb ik het er goed gehad.‘’

TEGENOVER HET PRAGMATISCHE richting pleegkind, staat het ophemelen van de eigen kroost. Helma: ,,Ze werden ontzettend veel over de bol geaaid en de hemel in geprezen.’’ Van zuinigheid merkt Helma niks. Ze krijgt 15 gulden zakgeld per week en 85 gulden kleedgeld per maand. ,,Ik ging eerst met de bus naar school. Toen een brommer goedkoper bleek legden zij de helft van de aanschafprijs bij. Ik had niet het idee dat ze het om het geld deden. Maar ze verdienden toen prima.’’

Volgens Helma is kinderen opvangen vooral het idee van Piet. Een ideële overweging: de wereld beter maken. Herna doet de praktische kant. De pleegvader helpt het meisje zelfs om van een fout vriendje af te komen met een heuse plan de campagne. Het uitmaken gebeurt in huize Mulders en telkens als het lastig wordt komt hij binnen en haalt de boosheid bij de jongen weg. Het meisje voelt zich er veilig: ,,Ik had een douche die op slot kon. Er werd niet gegluurd. Nooit, nooit, nooit.’’

Als Helma zelfstandig gaat wonen voelt ze zich het eerste weekeinde op kamers wat alleen. Ze denkt: laat ik even bij de Mulders langsgaan voor een kopje thee. Maar als ze de brommer achter het huis zet en via de achterdeur binnenkomt wordt ze gecorrigeerd door de pleegmoeder.

Het tekent de pragmatische houding van Herna. Want zij is daar verbolgen over. Helma is immers geen onderdeel meer van het gezin: ,,Als ik op visite wilde komen moest ik van te voren een afspraak maken en dan kwam ik via de voordeur. Dat heb ik gevoeld als een flinke tik op de neus. Ik ben daarna ook niet meer geweest.’’

Knip

HET KAN DAT ERGENS EEN ‘KNIP’ zit in de manier van opvangen bij de Mulders. Als praten voor Piet moeilijker wordt, door verlamde stembanden na een operatie, moet hij stoppen als docent. Wellicht maakt het ideële motief plaats voor een economische. Pleegkinderen als (noodzakelijke) bron van inkomsten. Het zou verklaren waarom er na Truus en Helma toch andere kinderen worden opgevangen.

Het idee van een knip wordt bevestigd door een ander pleegkind, dat in de herfst van 1982 bij de Mulders komt, niet lang nadat het gezin naar Koekange is verhuisd. De jongen, die ook anoniem wil blijven, herinnert zich dat de boerderij ‘een bouwval’ was. Hij mag helpen opknappen en doet dat graag. De knaap merkt alleen weinig ‘samenhang’ in het gezin: ,,Ik heb Piet en Herna elkaar nooit zien omhelzen, of een zoen geven. Ook die kinderen heb ik nooit een liefdevolle uiting aan hun ouders zien geven.”

De Mulders vinden zichzelf, krijgt hij te horen, een voorbeeldgezin en hebben veel kritiek op anderen: ,,Niet extreem, maar ze hadden een eigen mening en die kwam soms hard aan. Ze gaven me de vrijheid om te doen wat ik wilde, maar ik kreeg ook ongezouten kritiek. Piet liet eens doorschemeren dat ik een lelijke kop had als ik zo keek. Hij vond mij ontzettend dom en afgekapt.’’

Piet liet eens doorschemeren dat ik een lelijke kop had als ik zo keek. Hij vond mij ontzettend dom en afgekapt

Een van de pleegkinderen van de Mulders

Herna komt met vergelijkbaar commentaar, vindt hem kinderachtig. Mieke ervoer hij als bijzonder stug: ,,Die jochies waren leuk. Vooral met Wout heb ik leuke dingen meegemaakt. Fietsen, vissen, echt heel leuk. Hij was de meest sympathieke, beetje verlegen, leefde wat in zijn eigen wereld. Bart was zo’n ondeugend joch. Die deed mij na onder het eten.’’

In tegenstelling tot Helma krijgt de jongen slechts 10 gulden zakgeld per maand: ,,Kleedgeld? Ze gingen naar de Wibra en de Zeeman voor mij. Het enige leuke contact met Herna was donderdags naar Meppel. Dan was het markt en kocht ze voor 5 gulden 95 iets voor me. Mijn Wajong-uitkering kreeg ik niet op mijn rekening gestort, dus misschien ging die naar hen.’’

Piet speelt Stratego met een pleegzoon

Hoewel het contact met name met Piet in het begin goed was, veranderde de sfeer. Het pleeggezin bemoeide zich nauwelijks nog met hem en hij trok er op de fiets op uit, vooral om weg te zijn. De definitieve omslag kwam in maart 1983. Er moest een boom weg van het erf en volgens de Mulders had de jongen de verkeerde omgezaagd. Ze zijn zo kwaad dat ze een tijdlang niks tegen hem zeggen.

,,Na een half jaar was ik het zo zat dat ik ‘s ochtends op de fiets terugging naar mijn moeder in Sliedrecht. Toen ik Herna belde dat ik niet terugkwam, antwoordde zij dat ik niet moest vergeten dat ik die avond geschiedenisles had op de avondschool.’’

Ook Ina Venema vond het er niet leuk. Zij werd in het najaar van 1985 ondergebracht bij de Mulders. Het duurde niet lang. ,,Er hing een aparte sfeer. Allemaal hokjes, en zo donker... Nee, er is niks gebeurd met de jongens. Dat kon ook niet, want ik lag meestal op mijn slaapkamer met de deur op slot. Ik was nooit in de kamer ‘s avonds, dan had ik ook geen gezeur aan mijn kop.’’ Ze ervoer geen betrokkenheid bij het pleeggezin en ging na een paar weken naar haar vriendje in Meppel.

Er hing een aparte sfeer. Allemaal hokjes, en zo donker...

Ina Venema

MIEKE MULDERS, DE ZUS van Wout en Bart licht in juni 2010 de opvang in het gezin toe: ,,Het gaat erom dat iemand weer in de pas gaat lopen. Maar er was een zekere mate van vrijheid. Mijn moeder wilde wel dat Willeke er netjes en verzorgd uit zag. Mode speelt geen rol. Als kleren goed zijn, worden ze niet zomaar afgedankt. Sober is nog niet karig. Mijn moeder en ik gingen regelmatig boodschappen doen. Dan zag zij iets leuks voor Willeke en kocht dat.’’

Het beeld dat de Mulders het voor het geld doen wordt onder meer genuanceerd door maatschappelijk werker Verasdonck: ,,Het is een enorme opgave kinderen als Willeke op te vangen. Als je echt aan pleegzorg doet kun je het niet voor het geld doen. Dat hou je niet lang vol. Ik weet dat buren slecht over hen spraken. Daar moet dan iets gebeurd zijn of zo.’’

Over de verdenking zegt hij: ,,Ik kan me niet voorstellen dat ze daar vermoord is. Ze hebben zoveel ervaring met beschadigde kinderen, nee. Bart was wel een beetje excentriek. Ik had een goed contact met de pleegouders en ook met Mieke. Een fantastische dochter: heel betrokken en heel verstandig.’’

Hij noemt Piet ‘een warme pleegvader’ en Herna ‘meer het pragmatische type’: ,,Hij was de man die voorlas, zij deed de financiën en regelde alles. Maar hij kon zich minder diplomatiek uitlaten en zwaktes van de kinderen ongegeneerd brengen.’’

Mieke Mulders heeft geen behoefte aan verdere toelichting. Een verzoek om contact van DvhN wordt afgewimpeld: ,,Over Willeke Dost is alles al gezegd.’’ Ook Bart wil niet aan een verhaal over de vermissing meewerken. Wout heeft nog niet gereageerd op verzoeken om contact.

Twijfel

HOEWEL PIET MULDERS IN 1998 een intrigerende brief schrijft aan het Openbaar Ministerie om hernieuwd onderzoek naar de vermissing, blijft een aantal onderzoekers bij de conclusie dat het meest waarschijnlijke is dat Willeke slachtoffer is van een misdrijf waarbij een of meer leden van de pleegfamilie betrokken zijn.

Herna Mulders, inmiddels dementerend, wijst in oktober 2009 in Dagblad van het Noorden alle beschuldigingen van de hand: ,,Natuurlijk is er iets gebeurd. Maar niet hier.’’ Toch worden zij en haar zoon Bart een dik half jaar later aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de verdwijning. De politie gaat ook bij de boerderij graven. Maar de zoektocht is tevergeefs en weer anderhalf jaar later zijn beide officieel verdachten af.

Zolang het mysterie niet is opgelost, blijft er twijfel over de Mulders. Het bezwaar van Klaasje Wopken en haar advocaat Esther Vroegh mag door de rechter worden afgewezen, zij stellen dat ‘niet uit te sluiten is dat Willeke slachtoffer is van seksueel misbruik binnen het gezin’. Die conclusie stoelt volgens hen mede op verklaringen van pleegkinderen.

Hoewel in het bezwaarschrift veel wordt genoemd dat tegen de Mulders zou pleiten en dat aansluit bij het gevoel van onveiligheid waarover het verdwenen meisje sprak, houdt de advocaat een slag om de arm: ,,Ja, Willeke kan ook dingen bij elkaar fantaseren. Misschien had ze een enorme behoefte aan aandacht. Daarom kun je niet op voorhand zeggen: dit en dit is gebeurd. Het is een mogelijk motief. Pas als ze gevonden wordt kun je achterhalen of en zo ja door welk misdrijf ze om het leven is gekomen. Tot die tijd is het speculeren.’’

Wil je op de hoogte blijven van dit project en een mailtje ontvangen wanneer er een nieuwe aflevering beschikbaar is? Meld je dan hier aan voor onze Dossier Willeke-nieuwsbrief. We zullen je niet ongevraagd andere mailtjes sturen.

Dit verhaal is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Dit is een speciaal PLUS-artikel van DvhN.nl. We experimenteren met deze tijdrovende en dure vorm van journalistiek omdat we belangrijke verhalen willen vertellen. Wil je ons steunen? Overweeg dan een abonnement, bijvoorbeeld deze: 6 weken de digitale krant en alle online PLUS-artikelen voor 2 euro per week. Het verplicht je tot niets en het abonnement stopt automatisch.

Heb jij een tip of informatie over Willeke? Mail dan naar dossierwilleke@dvhn.nl of laat anoniem een berichtje achter via ons meldpunt.

Aan deze serie werkten mee:
Verslaggeving: Gert Meijer en Frank Jeuring
Tekst: Herman Sandman
Video: Frank Jeuring
Ondersteuning: Bart Olmer
Dronebeelden: Matthijs Sorgdrager
Teaservideo en additionele montage: Matthijs Mol
Vormgeving online: Alwin Wubs en Miriam Haije
Projectleider: Annique Oosting

Met dank aan: Ed van Tellingen

Dit is een serie van Dagblad van het Noorden